1791

2 december 2020

Het moet in het begin van mijn studietijd geweest zijn dat ik een folder van De Groene Amsterdammer in handen kreeg. Ik had nog nooit van dat blad gehoord en aanvankelijk, zo herinner ik me, ging ik niet in op het aanbod om een abonnement met korting voor studenten te nemen. Het zal niet veel later zijn geweest dat ik wel overstag ging, waarom weet ik niet meer. Misschien had ik eens uit nieuwsgierigheid het blad los gekocht en was ik enthousiast geraakt. Het kan ook zijn dat de naam van de toenmalige hoofdredacteur, Martin van Amerongen, me over de streep getrokken heeft; Martin van Amerongen had namelijk een boek, De buikspreker van God, over Richard Wagner geschreven en dat boek had ik verslonden. Ik las dan ook altijd als eerste het immer fantastische redactioneel van Van Amerongen en dat mis ik soms nog steeds.

Hoe dan ook, ergens in die tijd moet het begonnen zijn, het lezen van De Groene. Toch ben ik niet altijd geabonneerd gebleven, er waren tijden dat het blad te duur voor me was, er waren tijden dat ik het eenvoudigweg nauwelijks las. Toen ik nog in Amsterdam werkte, liep ik bijna elke vrijdag na mijn werk langs het Nieuwscentrum van boekhandel Athenaeum om te kijken of er nog iets van mijn gading te vinden was. Kijken of er iets interessants in De Groene stond was daarbij vaste prik. Op sommige vrijdagen stond ik met een stapel tijschriften bij de kassa, op andere vrijdagen liep ik zonder iets te kopen verder. Mijn zwak voor het lezen van tijdschriften moet met die folder van De Groene begonnen zijn.

Nu lees ik dan Geestdrift met verstand. Geschiedenis van De Groene Amsterdammer van 1877 tot nu van Rob Hartmans. Een lijvig boek over een tijdschrift. Zo lees ik in het eerste hoofdstuk hoe het blad wellicht aan zijn naam gekomen is. Begonnen als een weekblad De Amsterdammer, kwam er naast het weekblad ook een dagblad De Amsterdammer. Maar wie op het ene geabonneerd was, was niet automatisch geabonneerd op het andere. Als je iets in De Amsterdammer gelezen had, had je het dan over het dagblad of het weekblad? Het weekblad had een groene omslag en zo is waarschijnlijk de gewoonte ontstaan om het over De Groene Amsterdammer te hebben. Of simpelweg De Groene. Dat tegenwoordig de naam van het blad in rode kapitalen op de voorzijde staat, zal ongetwijfeld niet zonder betekenis zijn.

Ondertussen ben ik dan weer geabonneerd op de papieren versie van het blad. Lang heb ik het uit kostenbesparing digitaal gelezen, maar een tijdschrift lezen op een beeldscherm, het werkt niet voor mij. Nog steeds heb ik dezelfde kanttekeningen bij het blad. Waar vind ik de tijd om alles te lezen wanneer ik ook nog eens een boek wil uitlezen? En wanneer geven ze het blad eens een fatsoenlijke lay-out? Maar ondanks de aanslag op mijn spaarzame leestijd, ervaar ik De Groene nog altijd als een cadeautje in mijn brievenbus, elke donderdag.

1790

28 november 2020

Olof Thunman (1879-1944)
Axevalla Heath (1916)

1789

25 november 2020

Was hij te rigoreus geweest met opruimen? Al weken zocht hij naar dat ene, dat ene dat hem zo dierbaar geworden was, maar hij kon het nergens vinden. Natuurlijk zou hij het vinden in de laatste verhuisdoos die nog geopend moest worden, dat zou je zien, zo gaat dat altijd. Of zou hij het vinden op een plek waar hij niet gezocht had. Soms meende hij het te zien vanuit zijn ooghoeken, eenmaal midden in de kamer, eenmaal tussen de boeken die nog in de kast gezet moesten worden en zelfs een keer op het toilet. Maar het bleken fata morgana's, het ontglipte hem, het bleef ongrijpbaar.

Hij begon te twijfelen. Had hij het eigenlijk ooit wel bezeten? Was het niet eenvoudigweg een illusie die hij najoeg, een droombeeld, een fantoom wellicht?

Er restte hem nog één mogelijkheid om het te vinden: niet meer zoeken. Hoe vaak had hij in zijn leven niet gemerkt dat het bijbelse zoekt, en gij zult vinden eenvoudigweg niet klopte. Hoe vaak had hij in zijn leven niet gevonden zonder te zoeken? Dat er zich iets aandiende waarvan hij niet wist dat hij het zocht, laat staan dat hij geweten had dat hij het nodig had. Zelfs vrienden en geliefden kruisten op een dag zijn pad, terwijl hij bij het opstaan diezelfde dag niet wist en niet kon weten, dat hij iemand zou tegenkomen die een deel van zijn leven zou gaan worden. Geluk dat je toevalt is misschien wel het mooiste, misschien wel het enige geluk. Het is niet in een winkel te vinden, het is niet te koop, het vindt jou.

Maar hoe stop je met zoeken als je iets mist dat voor jou zo van waarde is? Het is als het denk niet aan de roze olifant. Hoe moest hij het zoeken vergeten, hoe moest hij vergeten dat hij iets miste? Hoe moest hij het vergeten vergeten?

Langzaam maar zeker begon hij zich erbij neer te leggen. Als hij zo onachtzaam was geweest het te verliezen, dan moest hij het maar accepteren dat hij het kwijt was. Hij besloot een vriend een email te sturen dat hij bang was dat het niet meer zou terug komen, dat het definitief zoek was, verloren gegaan, dat het ergens op een onbekende plek een stille dood zou sterven. Hij las het bericht een paar maal over, corrigeerde hier en daar, haalde zinnen weg, voegde zinnen toe en las nogmaals wat hij geschreven had. Toen ineens wist hij het, daar was het, hij had het gevonden, het was waarschijnlijk nooit weg geweest.