1662

26 mei 2018

Boven mijn kinderbed had mijn vader een boekenplankje opgehangen. Daar stonden de boeken waaruit mijn moeder me voorlas voor het slapen gaan. Hoe oud ik was, dat weet ik niet meer, maar op een dag moet ik staand in mijn bedje de boeken geordend hebben. Van links naar rechts, van groot naar klein en later ook van rechts naar links, van groot naar klein. Misschien op een dag de kleinste boeken in het midden en naar links en rechts oplopend in grootte. Vanaf die tijd moest er orde zijn in mijn boekenverzameling.

Toen ik van mijn zakgeld boeken begon te kopen – zo aan het einde van de lagere school en het begin van de middelbare school – had ik een voorkeur voor seriewerken. Seriewerken stonden immers mooi in de kast, het gaf rust. Deeltjes uit de reeks Prisma Klassieken, maar ook de blauwe banden met de verhalen van Jules Verne en de rode met Paul d'Ivoi. Het waren boeken waarin ik me als jongeling kon verliezen.

Langzaam maar zeker verschoof echter mijn belangstelling van boeken naar muziek. Ik begon langspeelplaten te kopen en kopieerde geleende lp's van de bibliotheek op cassettebandjes. Die collectie breidde zich in rap tempo uit en om het overzicht te bewaren begon ik een kaart­systeem. Elke lp en cassette kreeg een kaart, alfabetisch gesorteerd op naam van de componist. Het voordeel was onder andere dat ik niet alle informatie op de beperkte ruimte van een cassette­bandje kwijt hoefde, die informatie kwam nu op het kaartje. Elk onderdeel kreeg een nummer, gebaseerd op de geboortedag van de componist. Zo kreeg Mozart het nummer 17560127 gevolgd door een serienummer 001, 002, 003 enzo­voort. Aan de hand van die nummers kon ik dan mijn collectie historisch rangschikken, met als bijkomend voordeel dat ik zo de geboorte­datums van de componisten me als vanzelf eigen maakte.

Na mijn studie, in de tijd van verkering, huwelijk, werk en vaderschap, raakte mijn kaartsysteem langzaam maar zeker in onbruik. Eigenlijk wist ik heel goed wat ik in huis had. Cd's kwamen in de plaats van lp's en toen de cassetterecorder het opgaf, de computer zijn intrede deed, besloot ik op een dag alle lp's en cassettebandjes weg te doen. Daarmee was ook het kaartsysteem overbodig geworden en verdween in een vuilniszak.

Ondertussen begon het zwaartepunt weer te verschuiven, ditmaal van muziek naar lezen en boeken. Mijn boekencollectie breidde zich gestaag uit en daarmee het probleem van het ordenen. Ik wist wel hoe ik het wilde hebben, maar dat zou een tijdrovende klus worden, dus bleef ik bij de thematische ordening: Nederlandse literatuur, vertaalde literatuur, religieuze werken, filosofische werken, geschiedkundige werken enzovoort en binnen elk thema een alfabetische ordening op naam van de auteur. Zoals elke boekenverzamelaar weet, een perfecte rangorde in je kast bestaat niet. Altijd zijn er boeken die op verschillende plekken thuis horen en altijd zijn er weer boeken die een uitzondering vormen. Gek kun je ervan worden.

Sinds ik weer alleen woon en mijn eigen ruimte kan inrichten, staan orde en rust weer centraal. Alleen de kinderen mogen dat doorkruisen. Ook had ik de tijd om mijn boekencollectie nu eens zo in te richten zoals ik dat al zo lang had willen doen. Daartoe had ik eerst een lijst gemaakt van alle boeken die in aanmerking kwamen (dus niet encyclopedieën, woordenboeken en dergelijke; en ook niet het rijtje schaakboeken). Als uitgangspunt nam ik het oude kaartsysteem in gedachten. Alle primaire werken zouden worden geordend op geboorte­jaar van de auteur (al was het maar bij benadering, zoals bij de werken uit de klassieke oudheid) en, indien bekend, de geboortedatum. Bij meerdere boeken van een auteur worden de boeken op jaar van publicatie gerangschikt. Alle secundaire literatuur wordt geplaatst bij het onderwerp. Boeken over de Middeleeuwen tussen de Romeinen en de auteurs uit de Middeleeuwen. Boeken over een auteur achter de primaire werken van die auteur, boeken over een boek achter het betreffende werk. Het werkte perfect en het aantal twijfelgevallen viel te overzien. Ook het aantal auteurs waarvan ik geen geboortejaar heb kunnen vinden viel mee. Eindelijk had ik de ordening die ik wilde, als ik nu mijn oog over mijn boekenkast laat gaan, heb ik het gevoel een reis door de tijd te maken. Wat ik ooit als kleuter begonnen was, had nu zijn perfectie gevonden.

Waarom die behoefte aan orde en rust in mijn boekenkast? Waarom überhaupt die behoefte aan orde en rust? Menigeen zou mij om die behoefte ergens in het autistisch spectrum willen indelen (schijnbaar is de behoefte aan orde en rust heden ten dage een afwijkende behoefe). Een vriend bracht mij een ander antwoord toen hij terugkwam van een rondreis door Japan. Hij vermoedde achter het gedisciplineerde en ordentelijke uiterlijke leven in Japan een zeer onrustige innerlijke wereld. Ik herkende dat. Een opgeruimd huis is een teken van een opgeruimde geest, zegt men wel eens, maar in mijn geval gaat dat niet op. Ik beschrijf mijn gedachtenwereld als een flipperkast waarbij ik manmoedig probeer zeven balletjes hoog te houden en niet op tilt te slaan. Schrijven is ordenen, dat geldt voor veel schrijvers en zijn boeken daar niet bij uitstek het resultaat van? Wanneer ik naar mijn boeken­kast kijk weet ik, ik ben niet de enige. Al die boeken, al die verhalen en gedichten, al die filosofieën en levensbeschouwingen, zijn die niet ook het resultaat van een rusteloos zoeken naar een juist en mooi formuleren van vragen en antwoorden? Ooit hoop ik daar mijn eigen versie aan toe te voegen en ik weet nu al de plek waar dat boek eventueel zal komen te staan.

1661

24 mei 2018

Julia Margaret Cameron (1815-1879)
Virginia Dalrymple (1868-1870)

1660

16 mei 2018

'Wat heb ik daaraan, ik ben hier nog altijd gestrand,' zuchtte Welsend nadat er een uur voorbij was gegaan zonder dat zich iemand had gemeld. Hij bekeek het briefje met Ariëlles routebeschrijving zonder er wijs uit te kunnen worden. Nieuwsgierig vroeg hij zich af hoe hij vroeger zou hebben gereageerd, wanneer hem zoiets als dit zou zijn overkomen. Zou hij geïrriteerd zijn geweest? Fay Lastage had hem verteld dat hij voor zijn operatie met een 'eeuwige ironische grijns' op zijn gezicht had rondgelopen, misschien wel uit angst dat de wereld hem te na zou komen. Maar als de wereld dat niet deed, was het ook weer niet goed – dus was hij in melancholie weggezonken en besluiteloos geworden en was zijn zwaarmoedigheid af en toe afgegleden naar neerslachtigheid en was er weinig meer uit zijn hoofd en handen gekomen.

Hoe ze dat wist.

Ze wist het.

Hij vroeg zich af of het waar was, maar had erom gelachen. Opgelucht. Hij was gewoon geweest.

Allard Schröder Sebastiaans neus, 218-219

1659

14 mei 2018

Elke toekomst heeft het in zich geschiedenis te worden.

Een troostrijke gedachte.

1658

4 mei 2018

Er is een officiŽle kant aan de nationale dodenherdenking en er is protest tegen onderdelen van die officiŽle kant. Zo noemde iemand de soldaten die bij de zogenaamde politionele acties in IndonesiŽ hebben gevochten en zijn omgekomen. Die acties blijken, anders dan ik op school heb geleerd, minder zuiver verlopen te zijn. Hij vindt dat die slachtoffers geen onderdeel zouden mogen zijn van de nationale doden­herdenking.

Ik begrijp dat bezwaar, maar je kunt er ook anders tegenaan kijken. Hoe fout die acties ook geweest mogen zijn, elke gesneuvelde soldaat was een zoon, een broer, een vriend, een geliefde en al waren die soldaten onderdeel van wat we achteraf afkeuren, ik kan me voorstellen dat voor familieleden en vrienden het gemis nog steeds telt en zij toch willen herdenken. Voor hen was die soldaat meer dan die gesneuvelde soldaat. Daarmee keur je de aard van de politionele acties niet goed, je denkt alleen aan diegene die je verloren hebt.

Dodenherdenking is geen goedkeuring aan wat er gebeurd is, misschien kan dat officieel eens benadrukt worden. Dodenherdenking is terug­denken (her-denken) aan al die mensen die zijn omgekomen in de meest extreme omstandigheden waarin een mens terecht kan komen, oorlog, waarbij mensen niet meer vanzelfsprekend de juiste morele en ethische keuzes maken. Wat blijft is dat we allemaal menselijk zijn en allemaal in staat zijn de verkeerde keuzes te maken. In ieder van ons schuilen de schaduwen die in extreme omstandigheden naar boven kunnen komen. Het is het ontkennen van die tweeslachtigheid van de mens die pas echt gevaarlijk is en het streven naar zuiverheid is het grootste gevaar en de grootste ontkenning. Laten we bij het herdenken van de doden niet vergeten dat we allemaal menselijk, al te menselijk zijn en dat het maar al te vaak een kwestie van toeval en geluk was wanneer we aan de zogenaamde juiste kant van de geschiedenis stonden en staan.

1657

1 mei 2018

Aan de tentoonstelling lag het niet, die was prachtig. Een ieder die wil kennis maken met topstukken uit de handgeschreven wereld zou deze tentoonstelling moeten bezoeken. Toch werd de verwachtingsvolle spanning die ik vooraf had niet ingelost. Weliswaar bewonderde ik de kleurrijke wereld die van de getoonde bladzijden afspatten, de miniaturen, de details, de humor soms, maar ik voelde geen vlinders in mijn buik. Had ik te hoge verwachtingen gehad? Nee, zeker niet, want ik verbaasde me toch over de rijke details in veel afbeeldingen, de gezichtsuitdrukkingen, het ontstaan van perspectief, de levendigheid. Maar vooral: de kleuren, de prachtig bewaarde kleuren. Waarom voelde ik desondanks toch reserves?

Misschien had ik een verkeerd tijdstip uitgekozen, een zaterdagmiddag. Niet dat het zeer druk was, maar waar je bij een tentoonstelling met schilderijen met meerdere mensen tegelijkertijd voor een schilderij kunt staan, was het hier praktisch slechts één persoon per vitrine mogelijk. Om de miniaturen goed te kunnen bekijken moest je je over het boek buigen en de meeste bezoekers namen daar terecht de tijd voor. Dat betekende zo nu en dan geduldig wachten, vooral als twee bezoekers met elkaar in gesprek gingen bij een boek. Als ik dan zelf eens de tijd nam, voelde ik het wachten achter mij.

Het boek aanraken was onmogelijk en daar sta je dan als lezer en liefhebber van boeken: je wil zo'n boek in je hand nemen en bladeren, maar dat mag natuurlijk niet, daarvoor zijn ze te waardevol. Dus moet je het doen met de bladzijden die anderen gekozen hebben. Ik twijfel niet aan de keuzes mede gezien het onderwerp van de tentoonstelling, het gaat om de afbeeldingen, niet zozeer om de tekst. Maar na verloop van tijd begonnen al die rijkversierde bladzijden me te duizelen. Prachtig hoor al die ornamentiek in de kantlijnen, al die slingerende takken met blaadjes en bloemen, met vogels en haasjes, de honden en in spiegels kijkende apen (vanitas!), maar het was mij soms teveel van het goede. Ik was blij als ik weer een bladzijde mocht zien met eenvoudigweg een mooie afbeelding die tot zijn recht kwam, zonder al dat effectbejag eromheen. Ik merkte dat ik niet alleen meer het vakmanschap van de middeleeuwer bewonderde, maar me ook stoorde aan het doel van al die versieringen: het imponeneren met rijkdom. Hier was niet alleen sprake van de geduldige monnik die een Bijbel overschreef of versierde, hier kreeg je ook een beeld van wat de rijke opdrachtgever beoogde, dat als er werd voorgedragen uit het boek, de luisteraars konden zien hoeveel de eigenaar had uitgegeven. Hoe kunstig ook, sommige bladzijden waren duidelijk te overdadig, te theatraal. Ik begon te verlangen naar tekst op een verder lege bladzijde, duidelijk niet het onderwerp van deze tentoonstelling.

Maar misschien was de belangrijkste oorzaak van mijn ongemak het onvermijdelijke religieuze karakter van de tentoonstelling. Natuurlijk hoorde dat bij die tijd en ook bij het museum, het kan niet als punt van kritiek gelden, het is hooguit een persoonlijk ongemak. Ik denk dat ik zo langzamerhand wel genoeg heb van al die annunciaties, Maria's met kind, piëta's, kruisigingen en afnames en zo voort en zo verder. Variaties op een thema kunnen heel boeiend zijn, maar met de christelijke iconografie heb ik het wel gehad. De historiografische boeken met epische verhalen waren een verademing.

Natuurlijk zijn dit allemaal maar kanttekeningen – of zoals u wilt: gemopper en gezeur –, het doet niets af aan de kwaliteit van de ten­toon­stelling. Er is voldoende variatie met informatieve filmpjes en inter­activiteit. Je kunt zelfs ergens ontdekken hoe een middeleeuws boek ruikt (soms denk ik dat ik de enige boekenliefhebber ben die niets heeft met het ruiken aan boeken). Ik werd nog het meest geboeid door een film waarin getoond werd wat er allemaal nodig was voor zo'n handgeschreven boek, hoe het perkament werd gemaakt, de pennen en de inkt, hoe al die bladzijden dan werden samen gebonden en hoe er soms een zeer kostbare omslag werd gemaakt. Zo worden ze niet meer gemaakt, dacht ik nog en ergens was ik daar ook wel blij om.

1656

30 april 2018

Het is je mindset, zei ze, terwijl ze lachend achterover leunde in haar bureau­stoel en de papieren een paar maal op het bureau liet stuiteren als een heuse Arjen Lubach.

Mijn wat? vroeg ik.

Je mindset, de manier waarop je naar de wereld kijkt. Of misschien beter, de instelling waarmee je naar de wereld kijkt, hoe je de wereld en de mensen benadert. Het is heel belangrijk om je daar bewust van te zijn. Het beïnvloedt je emoties, je gedrag en in die zin beïnvloed je daarmee ook je omgeving. Als je je mindset verandert – je weet wel, van halfleeg naar halfvol –, als je positief naar de wereld kunt kijken, maakt je dat tot een prettiger mens en heb je sneller succes.

Ik probeerde erover na te denken, er was iets in die redenering dat niet klopte, iets dat me jeuk bezorgde op een plek op mijn rug waar ik met mijn handen niet bij kon. Soms kwam ik mensen tegen, veel te enthousiaste postieve mensen, die elke ochtend voor de spiegel een glimlach op hun gezicht toveren en pas 's avonds voor het slapen gaan hun gezicht weer ontspannen. Voor hen was het glas niet halfvol, voor hen stroomde het glas altijd over. Het beeld van de heilsoldaat, dansend en zingend rammelend met een tamboerijn getuigend van de liefde van Jezus. Ik was ze tegengekomen als manager, dansend en zingend met de produktie- en winstcijfers. Gruwel!

Bovendien had ik zo langzamerhand wel genoeg gekregen van dat beeld van het halfvolle of halflege glas. Alsof je daarin een keuze maakt en het niet mogelijk is dat je het glas als halfvol én halfleeg ziet. Zo eenzijdig ben ik toch niet, dat ik niet beide kanten van het leven zie? En dan nog, alsof het een kwestie is van even je mindset resetten, alsof ik vandaag een beslissing kan nemen en dat het vanaf dat moment altijd goed zal komen. Nou ja, dat bedoelde ze misschien niet, ze bedoelde waarschijnlijk eerder dat je gefocust moet blijven op de goede afloop en dat je dan veel beter al die tegenslagen kunt handelen. Helemaal ongelijk had ze natuurlijk niet, ze ging alleen te gemakkelijk voorbij aan de complexiteit van zoiets als een geesteshouding. Hoe moest ik haar uitleggen dat ik moeite had met deze simplificering?

Maar ik wil helemaal geen succes, zei ik. Ik wil gewoon een baantje en mijn centjes verdienen, meer niet. Geen stress, geen deadlines, geen hijgende managers in mijn nek. Ik heb geen ambitie, ik hoef geen carrière­mogelijkheden. Mijn geluk vind ik wel in mijn vrije tijd, dat lukt me tot nu toe aardig.

Nu was het haar beurt om even stil te zijn. Het leek erop dat ze na deze onverwachte wending in het gesprek even haar mindset moest resetten.

Ok. Prima. Dat kan ook, zei ze bijna zuchtend met een blik alsof het glas ineens halfleeg was. Ze herschikte haar papieren.