Jan-Willem Lubbers

silence · simplicity · solitude

2007   dagboek van een lezer (32)

week 23

maandag, 3 juni 2024. - Na 2050 meteen begonnen in Lichamen van Peter Verhelst. Ik heb de neiging om te zeggen dat ik zijn proza mooier vind dan zijn poëzie, maar de werkelijkheid is natuurlijk dat ik zijn proza beter denk te begrijpen. Zijn proza is soms poëtisch en zijn poëzie neigt zo nu en dan naar proza. Lichamen is een titel dat bij Peter Verhelst past, want als er één schrijver zintuiglijk kan schrijven, dan is hij het wel. Waarbij hij grenzen overgaat, wat het lezen ervan spannend en ongemakkelijk maakt. Peter Verhelst beschikt over het vermogen om je als lezer in zijn literaire universum te trekken. Misschien vind ik dat wel één van de kenmerken van een goed boek: dat het een eigen wereld is en dat je daarin mag rondkijken. Zoals in een droom hoeft het niet altijd te voldoen aan de wetten van de 'echte' wereld. Vestdijk beschikt evenzeer over dat vermogen om na een paar zinnen, soms een paar bladzijden, je te laten weten: dit is de wereld van Vestdijk. Zoals je voor een schilderij van Rembrandt kan staan en je als het ware die wereld wil binnenstappen. Misschien is dat ook een reden waarom ik zo'n moeite met poëzie heb, ik kan die wereld niet ingaan. De poëtische wereld is eerder een Picasso of een Rothko, ik kan er van buiten naar kijken en het mooi vinden, maar betreden kan ik die wereld niet. Toch blijft het me fascineren, misschien wel juist daarom.

Herinneringen overschrijven met andere versies om een versie te vinden die het leven anders en dus draaglijk maakt, lees ik op bladzijde 31. Ik denk dat daar een element van het schrijverschap van Peter Verhelst boven water komt. Het doet me ook denken aan gesprekken die ik had met mijn psych. Soms begon ik een zin met 'ik weet niet of ik het me goed herinner' of 'ik weet niet of het echt zo gebeurd is, maar' en dan verzekerde ze me vaak dat de juistheid van de herinnering er niet toe doet, maar dat het erom gaat dát ik het me zo herinner. Ik denk ook dat mensen niet altijd hun herinneringen mooier maken, maar eerder dat ze hun herinneringen acceptabel maken. Dat kan ook betekenen dat ze hun herinneringen dramatiseren, negatiever maken, als het hun uitkomt. Ik heb me vaak afgevraagd of ik mijn herinneringen acceptabeler maak. Ik heb vanaf mijn achttiende jaar een dagboek bijgehouden en al zitten er grote hiaten in, ik kan altijd naslaan wat ik heb geschreven en of de herinnering klopt met wat ik opgeschreven heb (al zou het best kunnen dat het vervormen van een herinnering al begint met het opschrijven ervan). Maar de dagboeken van voor mijn achttiende jaar heb ik niet meer (op één na, een dagboekje werd in de nalatenschap van mijn moeder terug gevonden). Van kinderen wordt gezegd dat ze loyaal zijn naar hun ouders, hoe slecht ouders hun kinderen ook behandelen. Alhoewel ik in mijn adolescente tijd een hele moeilijke tijd met mijn vader heb gehad, ben ik uiteindelijk heel mild over hem en mijn moeder gaan denken. Maar sinds mijn beide ouders er niet meer zijn en ik zelf vader ben geworden en sinds ik noodzakelijkerwijs gesprekken ben gaan voeren met een psych, ben ik me gaan realiseren dat er toch iets niet klopte. Mijn ouders zorgden goed voor me, maar er was ook onverschilligheid. Er was geen openlijk belangstelling naar mijn liefde voor muziek, voor mijn resultaten op school, naar mij. Wellicht hadden ze die belangstelling wel, maar ze uiten het niet. Of ze begrepen niet waar ik mee bezig was. Dat ik luisterde naar moeilijke muziek, dat ik al jong moeilijke boeken las, dat ik mijn ouders ontgroeide, dat ze me niet meer konden volgen. Ik kan veel excuses verzinnen voor de onverschilligheid, maar langzaam maar zeker begin ik te beseffen dat mijn gebrek aan eigenwaarde niet alleen kwam van geplaag en gepest op het schoolplein en het voetbalveld omdat ik anders was, maar ook omdat mijn ouders niet in staat waren belangstelling te hebben voor hun zoon.

Kijk, zo lees ik ook, één zin in een boek en in mijn bovenkamer begint een wereld van gedachten los te komen. Zo vermengt de wereld van Peter Verhelst als het ware mijn wereld. Zo lees ik en het maakt mij een langzame lezer.

* * *

dinsdag, 4 juni 2024. - Kenneth Dillon 'Sustained, Energetic Engagement with the Object: On Becca Rothfeld's "All Things Are Too Small"' in: Los Angelos Review of Books, online.

De laatste tijd kijk ik wel eens op de sensatiezender TLC naar Hoarding: Buried Alive. Slechte televisie kan soms fascinerend zijn, daar verbaas ik me elke keer weer over. Natuurlijk, de afleveringen verlopen volgens een voorspelbaar sjabloon, dat maakt zo'n aflevering tot een hapklare brok. Eerst maken we kennis met een huishouding in ontkenning terwijl de beelden ons vertellen dat hier sprake is van een zeer groot probleem. Vervolgens mogen familie of vrienden of andere betrokkenen proberen te helpen met opruimen hetgeen natuurlijk altijd mislukt. Dan komt er een psycholoog, gespecialiseerd in de problematiek. Opvallend vaak zijn mensen dwangmatig gaan verzamelen door een traumatisch verlies in hun leven. De puinhoop in het huis is als het ware de muur geworden die hen moet beschermen tegen de grote boze buitenwereld. De volgende dag staan er vrijwilligers op de stoep die onder leiding van de psych en een organisatiedeskundige het huis gaan opruimen. Natuurlijk komt er een moment dat de eigenaar het niet meer trekt en zich tegen het opruimen gaat verzetten, maar na het volgende reclameblokje blijkt alles weer op z'n pootjes terecht te komen. En dat alles in een uur tijd (reclame meegerekend).

Het gaat om extreme gevallen. Niet alleen wordt er verzameld, de berg afval is groot, men kan niet over de grond lopen, keukens en douches zijn onbruikbaar en ongedierte en schimmels hebben er een paradijs gevonden. Ik kan dan met tevredenheid rondkijken in mijn eigen appartement en tot de conclusie komen dat ik weliswaar ook enigzins de neiging heb tot verzamelen, maar dat het bij mij absoluut leefbaar is gebleven. Ik houd mijn leefruimte schoon en ordelijk. Toch stel ik me nu de vraag of dat verzamelen van boeken ook een 'muur' is voor de buitenwereld. Heb ik eveneens een verzamelwoede in mij? Wellicht, al weet ik het te beheersen en laat ik mijn leven er niet door ontsporen. Ja, ik doe wel eens een onverantwoorde aankoop, ook ik word wel eens verteerd door hebzucht, ik moet dat boek hebben. Desalniettemin is het nooit uit de hand gelopen, ik zal niet begraven worden onder mijn boekenbezit. Ergo, er zijn boekenverzamelaars bij wie ik nogal karig afsteek. Boudewijn Büch, Gerrit Komrij … De laatste schreef dat wie minder dan tienduizend boeken bezit, eigenlijk niet meetelt in de wereld van de boekenverzamelaars. Wel, ik kan dan gerust vaststellen dat ik daar nog lang niet ben en dat dat waarschijnlijk ook nooit gaat gebeuren. Wanneer ik een boek aanschaf is het niet alleen om het te bezitten, maar altijd met de intentie om het te lezen (alleen weet ik niet wanneer) of om het zo nu en dan uit de kast te halen en er in te bladeren en hier en daar wat te grasduinen.

* * *

woensdag, 5 juni 2024. - Zelden een boek gelezen dat je zo in het luchtledige laat hangen en dat bedoel ik positief. Is het een verhaal? Er worden puzzelstukjes aangereikt en als lezer hoopte ik dat ik langzaam maar zeker meer houvast zou krijgen, maar het werd alleen maar vreemder en gruwelijker. Er is sprake van een leegstaand en vervallen flatgebouw dat overgenomen wordt door de natuur. Het personage dat we volgen ziet en ervaart daar allerlei nachtmerrie-achtige situaties. Er is iets gebeurd, met hem en de wereld, maar ik kom er niet achter wat. Ik voelde me een cameraman die voortdurend dicht achter het personage aanloopt en kleine scènes registreert, maar ik begrijp niet wat ik zie. Is het flatgebouw zelf een lichaam? Ergens wordt de lift die willekeurig op en neer gaat de ruggengraat van het gebouw genoemd. En wat te denken van al die lichamen die niet dood, maar ook niet levend zijn? Licht en duister, een beer, een hond, er komt vanalles voorbij. De gedachte komt op: waarom schrijft iemand dit? Omdat het kan. Omdat de schrijver een eigen wereld creëert, dat niet rationeel of logisch behoeft te zijn, maar de schoonheid van de taal viert. Er is een groot geheim dat achter de tekst blijft hangen. Er is een verhaal, maar dat verhaal is afwezig. Het maakt dat ik maar door wil blijven lezen. Dat het ontbreken van een oplossing van het geheim niet hindert (en misschien juist wel de goede keuze is), komt vooral omdat Verhelst zo mooi, beeldend, zintuiglijk schrijft. En ik vermoed dat hij een hele strakke vorm hanteert, al heb ik niet geprobeerd te achterhalen welke vorm precies. Ergens in het boek is sprake van een pentagram en ik herinner me ooit een analyse van De kleurenvanger gelezen te hebben dat ook uitging van de aanwezigheid van een pentagram (dat wil zeggen, er kwamen plaatsnamen in het boek voor die onderling verbonden met lijnen een pentagram vormden). Overigens staat er op bijna elke bladzijde één of meerdere vijfpuntige sterren, aangezien Verhelst tussen de fragmenten een ster plaatst. Verhelst is in dit boek een grote, literaire kleurenvanger en ik heb met opperste verbazing gelezen dat zo'n verhaal werkt.

* * *

vrijdag, 7 juni 2024. - Einzelgänger Wegdrijven van mensen: de donkere kant van eenzaamheid via YouTube

* * *

zondag, 9 juni 2024. - Frustrerend aan de ochtenddiensten van mijn werk is dat ik 's middags dan zo slaperig ben dat ik ongewild in slaap val boven mijn lectuur. Het maakt dat ik dan nauwelijks aan lezen toe kom, terwijl de bedoeling is om juist tijd voor het lezen over te houden. De tijd dringt immers al, al probeer ik net te doen alsof dat niet zo is.

Desalniettemin lukte het me de afgelopen dagen twee kleine boeken uit te lezen. Bergje. Een wandeling van Bregje Hofstede komt uit de reeks Terloops van uitgeverij Van Oorschot. Kleine, dunne boeken van schrijvers die op één of andere wijze over wandelen vertellen, wellicht een poging van de uitgeverij om in te spelen op de populariteit van wandelen sinds corona. Bergje is het eerste boekje uit de reeks dat ik las en meteen is duidelijk dat de naam van de reeks goed gekozen is. Neemt niet weg dat het boekje mooi geschreven is. Hofstede heeft een charmante, elegante stijl en de wijze waarop ze terugkeert naar de favoriete vakantiebestemming uit haar kindertijd in de Dolomieten sprak me aan. Maar ik kreeg de indruk dat Hofstede enthousiast aan het boek begon, maar dat het einde een sfeer ademde van 'het moet af'. Voor wie het niet erg vindt dat een boek fragmentarisch is, voor wie een boek niet per se een innerlijke noodzaak behoeft te hebben, maar eenvoudigweg kan genieten van het vertelplezier, diegene kan ik het boek aanbevelen. Wie meer verwacht moet er maar niet aan beginnen.

Het andere boekje is een uitgave in de reeks Kleinood van Waerbeke. We koesteren en bevorderen de beleving van stilte, rust en ruimte in Vlaanderen en Brussel heeft deze organisatie als missie en kan dus op mijn sympathie rekenen. Ze geven ook boeken uit en Stilte van Ulrich Libbrecht trok mijn aandacht. Ulrich Libbrecht is een Belgische sinoloog en filosoof die zich hard heeft gemaakt voor de comparatieve filosofie in België en Nederland. Ik had nooit eerder een boek van hem gelezen en deze uitgave van Waerbeke leek me een aardig begin. Maar hoe verder ik in het boekje vorderde hoe meer ik geïrriteerd raakte. Libbrecht heeft vanuit zijn studie een eigen visie op de wereld en het leven ontwikkeld. Ongetwijfeld was Libbrecht een erudiete man, maar het vergelijken van religies leidt niet per se tot een filosofie die waar is. Dat wil ik Libbrecht nog wel vergeven, maar niet zijn arrogante houding in deze tekst. Hij heeft het over de kleine mens, zelfs over de kleine zielen, als mensen niet verder kijken dan het dagelijkse leven, mensen die niets begrijpen van de diepere realiteit, de diepere wereld, de diepere zin. Dat gekleineer van mensen die niet zouden (kunnen) begrijpen wat meneer Libbrecht natuurlijk wel begrijpt. Na een korte beschrijving van de Tibetaanse mantra Om Mani Padme Hum concludeert Libbrecht: Ik weet dat de meesten hier geen snars van begrijpen, maar dat zijn diegenen die de realiteit willen bepalen vanuit hun eigen kleine menselijke bezigheden. Als mijn boekhouding klopt, heb ik een zinvolle prestatie geleverd. Als ik vanuit de sterrenhemel kijk naar dit belachelijk menselijk gescharrel, dan besef ik hoe weinig de 'realisten' begrijpen van het nirvana. Ik beweer niet dat het kleine realisme geen nut heeft, maar dan alleen als dienst aan het grote realisme, dat geen antwoord zoekt op de vraag 'Moeder, wat eten we vandaag?', maar 'Moeder, waarom leven wij?' Alleen hij die de moed heeft de stilte te cultiveren, stelt deze vraag. Voor de kleine zielen is het een dwaze, nutteloze vraag (41). En dit is nog maar één van de passages die me teleurstelde. In ieder geval heeft meneer Libbrecht weing van het taoïsme begrepen. Een beetje taoïst begrijpt dat de vraag naar de zin van het leven eveneens verborgen zit in de vraag naar wat er vandaag op het menu staat. Maar nee, meneer Libbrecht wil zijn belezenheid en eruditie tonen en kent daarbij geen enkele twijfel en dat gebrek aan twijfel is ergerniswekkend. Weliswaar word ik liever boos op een boek dan dat het mij onverschillig laat, maar mocht ik meneer Libbrecht morgen tegenkomen aan de kassa van mijn werkgever, ik zou hem hartelijk uitlachen na de vraag 'en? wat schaft de pot?'

Maar de arrogantie is niet het enige waar ik over struikel. Het is de hardnekkige gedachte dat de werkelijkheid in tweeën gesplitst kan worden. Aan de ene kant de vergankelijke, alledaagse, imperfecte wereld die we waarnemen door onze zintuigen en waar we elke dag in vertoeven. Aan de andere kant een Platoonse wereld waarin alles voorbeeldig en perfect is. Plato speelde met de gedachte van Ideeën en dat we die wereld konden benaderen, eventueel ervaren, door het filosofische denken. De christenen namen de tweedeling over, de zondige wereld van alledag en een paradijselijke hemel dat je alleen kan benaderen als je het zondige, vleselijke leven afwijst. God in de hemel was wellicht benaderbaar door ascese, bidden, een goed leven leiden (en vul maar aan), althans als je daartoe voorbestemd was, want anders restte eenvoudig eindbestemming hel. De tekst van meneer Libbrecht ademt een vergelijkbare tweedeling, al probeert hij de tweedeling te verzachten door zichzelf een pantheïstische houding aan te meten. De alledaagse mens begrijpt daar natuurlijk niets van, maar verstandige mensen als meneer Libbrecht begrijpen daar natuurlijk alles van. Stilte zou een poort kunnen zijn van de ene wereld naar de andere. Stilte zou je dichter bij God, het nirwana of wat dan ook brengen. Aangenomen dat die tweedeling zou bestaan, transcendent of immanent. Maar wat nu als dat volstrekte onzin is? Dat die behoefte aan de werkelijkheid van een transcendente of immanente wereld niet meer dan een behoefte is gecreëerd door onze hersenen, door ons bewustzijn? Ik weet het niet, laat ik dat maar vast bekennen, maar ik speel graag met de gedachte. Vragen als 'wat als er niets is achter onze zintuiglijke werkelijkheid?', 'wat als het leven eenvoudigweg zinloos is en dat dat eigenlijk heel bevrijdend is?' Ik weet er geen sluitende antwoorden op, maar ik heb wel gemerkt dat wanneer ik deze vragen positief beantwoord, er eigenlijk niet zo heel veel verandert, alles blijft hetzelfde en dat vind ik heel geruststellend. Geruststellend dat mijn leven niet fout of goed is of moet zijn. Dat ik er eenvoudigweg voor kan kiezen om een voor mij aangenaam leven te leiden zonder dat ik daarbij de vrijheid van anderen om dat ook te doen inperk, zonder dat ik daarvoor één of ander religieus of filosoof verhaal nodig heb (zoals ik ooit aan een dominee probeerde uit te leggen: je kunt toch gewoon een aangenaam mens zijn zonder de belofte van een hemel en is het eigenlijk niet veel mooier als je daar zelf voor kiest zonder je druk te hoeven maken over zonde en straf en hel). Misschien is dat wel mijn stilte waarnaar ik streef, de stilte van een eenvoudig leven zonder allerlei religieuze, transcendente poespas. En niet onbelangrijk, als mensen nu eens die idiote illusies van een andere wereld los zouden laten, dan zouden mensen wellicht beter gaan zorgen voor de enige wereld (en het leven daarop) dat we hebben. Maar voor wie eens boos wil worden en hartelijk lachen adviseer ik het boekje Stilte van Ulrich Libbrecht. Nog prachtig vormgegeven ook.

zevnikov Hildegard van Bingen: Liefde is overvloedig in alle dingen – Caritas abundat in Omnia via YouTube

10.6.2024

2006   honderd woorden (39)

wilders illusie   gewone hardwerkende nederlander   iedereen nederlander   wilder  hol vat   opiniepeilingen nederlander   wilde   mij   daarbij hij doel   hij alleen   massa niet   massa gelovigen   ideeën   idealen   links   angst   idealen   links   kwaad   welvaart   identiteit   nederland   links bedreiging   op man af   toekomst socialisme   elite   volk onder   wild    politiek   angst   tegenover   simplificatie   complexe problemen   zelfs taalgebruik   geen twijfel   geen ambivalentie   hij zin ik   misschien complexiteit   volk   wil     niet complexiteit   eenvoudigweg buitenlander   indringer   immigrant   immers welvaart   indentiteit   wi      volk   ik   jullie   indringer   socialisten   hij   knokploegen   fascisten weleer   complexiteit   dedain parlement   nodeloos   bron corruptie   bedrog   crises   oplossing ver   dictatuur   w       geen politiek   tegenpolitiek         hol vat

4.6.2024

2005   dagboek van een lezer (31)

week 22

maandag, 27 mei 2024. - De Poëziekrant presenteert een dossier Poëzie en Muziek in het nummer dat ik aan het lezen ben. Ik las het eerste essay van Peter Ghyssaert 'Over taal, muziek en poëzie', maar daar gaat het helemaal niet over. Het gaat erover dat schrijvers zoals Peter Ghyssaert niet over muziek kunnen schrijven, dat het bijna altijd resulteert in oeverloos zinloos geneuzel. Natuurlijk, er zijn schrijvers die wel zinvol over muziek kunnen schrijven. Vestdijk was er één, hij begreep waar hij het over had. Jeroen Brouwers heeft nog even aan de studie muziekwetenschappen geproefd, maar hield zich doorgaans verre van schrijven over muziek. De muzikale vorm begreep hij echter wel. Maar veel schrijvers beginnen over de buitenkant van muziek of laten zich louter leiden door emotie. Om schrijvers kun je daarbij nog goedmoedig glimlachen, maar werkelijk tenenkrommend zijn die zogenaamde muziekspecialisten die op televisie aanschuiven aan van die kletstafels. Omdat ze dj zijn en veel popmuziek beluisteren, denken ze verstand van muziek te hebben. Ze hebben hooguit inzicht in het wereldje van de popmuziek, lepelen allerlei weetjes op rondom een popster of band en roepen fantastisch, geweldig en – jawel – historisch. Vervolgens mag er een zangeres of bandje spelen in de studio met één of ander nieuw nummer en terwijl iedereen blij en enthousiast wordt, wissel ik gauw van zender om zo'n honderd in een dozijn muzikale drol aan mij voorbij te laten gaan.

Het schrijven van dagboeknotities is net zo heerlijk als het schrijven van een brief: het mag ongepolijst en anarchistisch zijn en ik denk dat ik dat nodig heb. Meestal houd ik boosaardige notities weg van mijn website, maar misschien moet ik dat maar niet meer doen. Men mag ervan denken wat men wil en ja, ook ik beweer onzin, onderbouw niet alles, maar boosheid en onredelijkheid is eveneens onderdeel van wie ik ben. Ook in mensen die politiek links denken zit een verongelijkt, rancuneus, vanuit de onderbuik denkende persoonlijkheid. Iedereen heeft een Wilders in zich. En juist omdat deze Wilders nu een flinke vinger in het politieke moeras heeft, zit er meer boosheid in mij. Hoe de wereld maar doormoddert naar een steeds hogere gemiddelde temperatuur met meteorologische rampen tot gevolg, het maakt me woedend.

Iets van die woede lees ik terug in 2050 van Peter Verhelst. Dystopische, apocalyptische poëzie zou je het kunnen noemen. Ik proef de woede, al vermoed ik dat de dichter op het moment van schrijven en schaven een koele zelfbeheersing bezat. Tegelijkertijd heeft hij oog voor schoonheid, kan hij liefdevol en teder zijn. Ja, ik heb een zwak voor deze schrijver al sinds ik lang geleden het eerste boek van hem las dat begon met "Toen ik mijn eerste graf schond, was ik zeventien jaar oud. Het was hartje zomer. Ik legde mijn wang tegen de warme brokstukken en keek omhoog in de heldere nacht, waar iemand, hoog boven me, zat te lezen in een boek. De bladen ervan blonken als zwart glas en waren bestroooid met diamanten." Peter Verhelst De kleurenvanger, 9) Peter Verhelst weet altijd in zijn boeken iets op een acceptabele manier te verschuiven waardoor de werkelijkheid sprookjesachtig (ik weet even geen beter woord, misschien bedoel ik wel: magisch, maar toch niet magisch-realistisch) wordt. Ik word graag door hem meegenomen in zijn wereld van verbeelding en fantasie, al is zijn wereld vaak verontrustend. Voor 2050 geldt dit des te meer.

* * *

dinsdag, 28 mei 2024. - Mensen die behoefte hebben aan alleenzaamheid lopen zich vaak te verdedigen voor hun keuze. Of je loopt voortdurend uit te leggen dat je niet eenzaam bent, maar dat je nu eenmaal behoefte hebt alleen te zijn. Het is zoals Joseph Epstein schrijft geen beweging van de samenleving af, maar een beweging naar een 'betere' zelf. Voor mij is werken een noodzakelijk 'kwaad'. Er moeten centjes verdient worden en je levert een bijdrage aan de samenleving. Ik kan met een glimlach naar mijn huidige werk lopen, maar ik ben altijd weer blij als ik na afloop thuis kom en daar mijn alleenzaamheid aantref. Ik heb lang gedacht dat ik met werken iets moest bereiken en dat ik daardoor Iemand zou (moeten) zijn, maar de waarheid is dat ik geen voldoening vind in werk, maar juist in de tijd dat ik niet werk. Ik kan met verbazing kijken naar mensen die zich helemaal storten op hun carrière en hun vrije tijd helemaal vullen met allerhande activiteiten om maar niet alleen te zijn. Altijd maar bezig, altijd maar onderweg en vooral – 'kijk mij nou eens, wat heb ik toch een fantastisch leven' – druk op sociale media. Plaatsvervangende vermoeidheid. Ik verbind er allang geen oordeel meer aan, ik begrijp dat de verschillen er nu eenmaal zijn, al hoor ik ook vaak dat de hardwerkende mens ook wel eens 'een momentje voor zichzelf' wil. Geen oordeel, maar toch heb ik de indruk dat mensen vooral druk zijn met aan de verwachtingen van de samenleving te voldoen en dat ze zichzelf daarbij voorbij lopen.

Joseph Epstein 'Alone Again, Unnaturally. Thoughts on solitude' in: Commentary June 2024 Culture & Civilization, online

Ik keek gisteravond opnieuw naar de aflevering van Floortje terug naar het einde van de wereld met Maggie Doyne. Ik had de aflevering al eens gezien en als er nu iemand is die haar hart lijkt te volgen en verschil maakt in een uithoek van de wereld, dan is het Maggie Doyne wel. Niet om carrière te maken, niet om rijk te worden, maar eenvoudigweg omdat ze aanvankelijk voor één kind wat wilde betekenen. En dat liep helemaal uit de hand. Wat een inspirerende persoonlijkheid, zo zijn er maar weinig op de wereld. Natuurlijk wordt er veel niet getoond. Naast de tragiek van het verlies van een kind die haar op de rand van de afgrond bracht, zullen er veel tegenslagen te overwinnen zijn geweest om te bereiken wat zij heeft bereikt. Elke dag weer, maar het lijkt haar zo natuurlijk af te gaan, ik kan me er alleen maar over verbazen.

Men zegt dat voor mensen die eenzaam zijn juist de kassa in de supermarkt belangrijk kan zijn. Dat kleine momentje van contact met een mens zou het verschil kunnen maken. Wel, of ik iets beteken in het leven van de mensen die dagelijks aan mijn kassa voorbij trekken, daar kan ik niet met zekerheid iets over zeggen. Ik probeer voor iedereen even vriendelijk te zijn en als de gelegenheid er is en mensen beginnen een praatje, dan ga ik dat allerminst uit de weg. Ik heb bemoedigende opmerkingen gekregen en soms zie ik iemand met een strak gezicht in de rij staan, maar na het afrekenen met een glimlach vertrekken. Een enkeling heeft me wel complimenten toegefluisterd, een enkeling vertelde me altijd in mijn rij te gaan staan als ik aan de kassa zit. Maar het meest 'trots' ben ik op die jonge vrouw die altijd zwijgzaam passeerde, altijd ietwat trillend het geld voor me neer legt, niet in staat om zelf te rekenen moet ze er maar op vertrouwen dat ik eerlijk ben. Ik bleef haar vriendelijk groeten en na een aantal maanden kreeg ik zelfs een groet terug. Gisteren begon ze zelfs een praatje, het voelde als een overwinning. Nee, ik ben geen Maggie Doyne, maar ik weet zeker, dat wanneer iedereen een beetje vriendelijk voor elkaar is, we allemaal verschil kunnen maken. Daarvoor hoef je geen carrière te maken of rijk te zijn of een rijk sociaal leven te hebben, online of in werkelijkheid. Nee, ik kan de wereld niet wezenlijk veranderen, maar ik kan wel proberen aardig te zijn voor anderen.

* * *

donderdag, 30 mei 2024. - Lezen, schrijven, wandelen, in die volgorde. Toch voelt het soms inwisselbaar. Lezen is ook een vorm van wandelen, schrijven is ook een vorm van wandelen … en zo kan ik wel meer combinaties maken. Peter Verhelst schrijft in 2050 - we bewegen om te vergeten (49). Misschien. Een bladzijde eerder staat: De droom is niet om de wereld te domineren, maar om elke plek die we bezoeken te beschouwen als rustpunt in een tocht. (48) Dat eerder.

Vandaag kwam het nieuwste nummer van de Nederlandse Boekengids aan. Ik ben enthousiast over dat blad, ik lees het graag. Daarnaast arriveerde The Letters of Emily Dickinson, een lijvig boekwerk. Uit de tijd dat men nog brieven schreef. Samen met dagboeken kun je met brieven bijna niet dichter bij een schrijver komen. Het beeld is dat Dickinson erg op haarzelf was, maar wie die honderden bladzijden met brieven ziet, begrijpt dat ze wel degelijk contact had met de wereld. Ik houd van brievenboeken. Ergens beschouw ik elk boek als een uit de hand gelopen brief, speciaal voor mij geschreven. Althans, ik probeer zo'n leeshouding aan te nemen en soms probeer ik in gedachten een brief terug te schrijven.

* * *

vrijdag, 31 mei 2024. - Het artikel in Poëziekrant 2023/6 over 'Jazz bij dichters in de jaren 50 en 60' is aardig, maar wel erg summier. Wat leer ik er uit? Dat in die tijd sommige dichters erg van jazz hielden en dat dat zo nu en dan invloed had op hun poëzie. Eigenaardig is dat het artikel ineens stopt, ik had graag meer geweten, begon het net een beetje interessant te vinden. Helaas. Het artikel herinnerde me aan een nieuwe deeltje The Unknown Kerouac in de Library of America-reeks waarin enkele essays staan over jazz, misschien daar maar eens verder lezen dan.

* * *

zondag, 2 juni 2024. - De meteorologische zomer is begonnen. Veel mensen zullen daar blij mee zijn, ze verlangen naar zon, naar warmte. Sommigen geven daar veel geld voor uit door met het vliegtuig naar landen te gaan waar de kans op zon groot is. Bakken op het strand, ik heb dat nooit begrepen. Youp van 't Hek omschreef het als een oefening voor het liggen in de kist later en ik begrijp hem. Voorjaars- en najaarszon, vooral in de avond, vind ik prachtig, de zomerse zon is me doorgaans te fel, te heet. Ik verdraag het zomers licht maar moeilijk en ik vrees dat de warmte in de toekomst alleen maar erger wordt. De zomer is voor mij: verlangen naar de herfst. Veel mensen houden niet van de winterse kou, maar kunnen de esthetiek van sneeuw dan nog wel waarderen. Behalve als het ten koste gaat van de schaatshysterie. Maar de schoonheid van een regenbui op een zomeravond of in de herfst, die schoonheid lijken maar weinig mensen te ervaren.

Yurara Sarara Kirei Sabi via YouTube

Wie weet jou altijd op te fleuren vraagt het theezakje. Mijn kinderen is mijn spontane antwoord en daar is geen twijfel over mogelijk. In wat voor een humeur ze ook zijn, ik ben altijd blij om ze te zien of te horen, het montert me altijd op. Maar tegelijkertijd kan ik daarnaast maar één iemand anders verzinnen. Te lang geleden, maar ik herinner me dat ik altijd blij en gelukkig werd in haar aanwezigheid, als ik haar stem hoorde over de telefoon, als er een brief binnenkwam. Wat rest is melancholie.

 

Waar ben je
nu je op de weg loopt die niet ophoudt?

Hoewel je niet meer zichtbaar bent
hoor ik je naast me. Wie ben je,

fluister ik. Hier, wil je antwoorden,
in het bed waar ik niet meer lig ben ik

het lichaam dat niet meer van mij is.
Maar waar zijn we dan nog?

Ik wil je naam nog één keer uitspreken.
Gefluister van boomkruinen.

Het geeft niets, denk je. We zijn niet meer
dan vormen van stilte, handelingen van licht.

Met gesloten ogen onder een boomkruin liggend.
Handelingen van stilte, vormen van licht.

Peter Verhelst 2050, 105

 

Johann Sebastiaan Bach 'Ciaccona' uit Partita for Violin Solo No. 2, BWV 1004, Janine Jansen, viool; via Spotify ]

2.6.2024

2004   dagboek van een lezer (30)

week 21

dinsdag, 21 mei 2024. - Nexus nummer 94 uitgelezen, het laatste nummer, ik heb het abonnement weer opgezegd. Ik heb een haat-liefde-verhouding met het blad. Enerzijds houd ik ervan, omdat het me wijst op denkers en schrijvers die interessant zijn en ik ben vaak na lezing op zoek gegaan naar boeken van deze of gene. Anderzijds wordt het blad steeds vaker geopend met een lang essay van oprichter Rob Riemen en dan weet ik waar het naartoe gaat: het humanistisch beschavingsideaal. Soms is de weg ernaartoe origineel en prikkelend, maar vanuit essayistisch oogpunt is het fnuikend dat je aan het begin al weet waar het eindigt. En dat Thomas Mann altijd even genoemd moet worden, naast al die andere grootheden uit de geschiedenis, dat is even voorspelbaar. Het wekt mijn ergernis, elke keer weer, dus stop ik er mee, ik heb geen zin om me elke keer door een zelfgenoegzaam essay van meneer Riemen heen te moeten worstelen. Natuurlijk, ik zou het kunnen overslaan, maar de overige bijdragen reageren vaak op de fantasie van meneer Riemen en ik ben nu eenmaal iemand die (ook) een tijdschrift van a tot z leest. Uitgezonderd de krant. Daarnaast stapelden de tijdschriften die ik nog wilde lezen zo erg op, dat het tijd werd om een selectie te maken, anders zou ik niet meer aan boeken lezen toekomen. Exit Nexus.

Ik vraag me af of we er klaar voor zijn om de vastgestelde mechanismen en systemen te doorbreken, of we er klaar voor zijn om de arrogantie van de macht te bestrijden, om ons te gedragen en om te denken als vrije mensen in een realiteit waar de consumptiedwang heerst als gevolg van een ordinair materialisme, resultaat van 'individualiteitszin' van deze tijd. Alls is te koop: trouw, liefde, zelfs kunst, elke beweging van de ziel wordt te gelde gemaakt en geconsumeerd als een zakje pinda's en dan hup door naar het volgende… Deze wereld, niet geregeerd door de rede maar door geld, brengt ons naar de afgrond. Ik geloof ook niet in een wetenschappelijke vooruitgang die is losgekoppeld van de spirituele [spirituele voortuigang? wat een onzin, deze passage is jammer - jwl]: het is duidelijk dat we in moreel opzicht niet klaar zijn voor de ontdekkingen van de wetenschap. We gebruiken ze voornamelijk om elkaar kwaad te doen en om het fragiele evenwicht van het milieu waarin we leven te verwoesten. Er is niet veel verschil tussen de moderne mens en de mens die vijfduizend jaar geleden aan de oevers van de Eufraat woonde. We blijven maar oorlog voeren, onze naasten onderwerpen en uitbuiten, geweld uitoefenen en macht en geld verwerven alsof dat het enige doel is van ons bestaan. We leven langer, we reizen sneller, we gaan naar de ruimte, maar vanbinnen zijn we nog steeds dezelfde primitieve wezens.

Andrej A. Tarkovski 'De crisis van de westerse beschaving en de betekenis van hoop' in: Nexus 2023 nummer 94, 79

Onze wereld, onze planeet is in gevaar. Er zijn vele redenen voor pessimisme, soms zelfs apocalypisch pessimisme, nu de aarde steeds verder opwarmt. Het is niet zeker of de technologische en creatieve vindingrijkheid van de mens, gegijzeld door de hebzucht van het late kapitalisme – en het late communisme, laten we dat niet vergeten – alle ontwikkelingen nog wel kunnen bijhouden. Onze democratische naties hebben moeite het door haat aangedreven populisme in toom te houden. Dat populisme kijkt neer op de ideeënelite, die zich laat ringeloren door de financiële elites die zich zo gemakkelijk buiten alle landsgrenzen bewegen. Ondertussen zijn de algoritmen die de digitale sociale sfeer beheersen allergisch voor de complexiteit van het denken. Complexiteit vergt vaak een zekere mate van ambiguïteit waar de nieuwe media en hun gebruikers geen geduld voor hebben. Aandacht is een felbegeerd artikel, het duurste dat er is.

Lisa Appignanesi 'Hemelse ontmoetingen. Freud, Nietzsche, Van Gogh' in: Nexus 2023 nummer 94, 97

* * *

woensdag, 22 mei 2024. - Gisteren kwam De romantische leugen en de romaneske waarheid van René Girard aan. Een uitgave van Noordboek, een uitgeverij die filosofie vertaalt en uitgeeft in mooie, eenvoudig vormgegeven boeken. Dat was ook goed aan het blad Nexus: mooi vormgegeven, mooi formaat, zelden een afbeelding en als er al een afbeelding in staat, dan is het ook noodzakelijk.

Vanaochtend dan begonnen in het tijdschrift Poëziekrant, een ondertussen alweer oud nummer uit 2023, ik loop achter. Qua vormgeving is de Poëziekrant in de loop der jaren een stuk rustiger en leesbaarder geworden, maar het bevat nog steeds nodeloos veel foto's. Het magazineformaat bevalt me ook niet echt, maar daar is overheen te stappen. Op de voorzijde de dichteres Sasja Janssen die de lezer aankijkt. Niets tegen Sasja Janssen, maar ik houd niet van boeken, tijdschriften waar op de voorzijde iemand je voortdurend aankijkt. Op bladzijde twee louter een foto van de schrijfster. Op bladzijden vijf en zes foto's van de schrijfster, nauwelijks tekst. Ja, zo kan ik ook een krant maken van meer dan honderd bladzijden. En wat moet ik met die foto's waarop de dichteres me aankijkt. Idolatrie? Zoals pubers vroeger posters ophingen van hun favoriete zanger of zangeres? Liever zou ik zo'n tijdschrift lezen in een kleiner formaat met nauwelijks foto's. Neemt niet weg dat het tijdschrift ondertussen een goede kennismaking is. Daarom lees ik tijdschriften, om even te proeven van een gerecht dat ik anders misschien nooit zou bestellen, laat staan dat ik weet zou hebben van het bestaan. Misschien dat ik terloops ook nog iets leer over poëzie, want poëzie is mijn dode hoek in de literatuur, ik begrijp het niet, ik moet ervoor over mijn schouder kijken en dan nog. Als er iets is waar ik geen zinvolle teksten over zou kunnen schrijven, dan is het wel poëzie.

Meg Schoerke '"To be alive, is power": Emily Dickinsonís Letters' in: The Hudson Review, online

* * *

vrijdag, 24 mei 2024. - ikmasker wees mij op een boek van Becca Rothfeld, onder andere met het sturen van een link naar een krantenartikel in The Guardian (Kate Kellaway 'All Things Are Too Small by Becca Rothfeld review – bracing and brilliant essay collection' in: The Guardian, Mon 25 Mar 2024 08.00 CET online). Ik was geïntrigeerd en bestelde het boek, gisteren kwam het binnen. Dat een Amerikaanse schrijfster naar aanleiding van een tekst van Hadewijch tot deze essays komt en dat ik zelf een gematigde vorm van minimalisme nastreef, maakte dat ik dit boek een keer moet lezen. Boeken over less is more schurken vaak tegen allerlei vermoeiende niet-westerse godsdiensten aan en alhoewel ik dat als tegenwicht tegen het consumentisme waardeer, is het eveneens een lifestyle geworden voor zelfgenoegzame rijken die graag hun goede smaak in design willen etaleren. Bovendien lees ik ook graag boeken die prikkelen door mijn keuzes uit te dagen. Natuurlijk is er één hobby dat mijn minimalisme en anti-consumentisme tegenspreekt: mijn verzameling boeken.

Einzelgänger Waarom eenvoud macht is | Onbetaalbare voordelen van eenvoudig zijn via YouTube

Yurara Sarara 100 Wabi-Sabi Small Gardens via YouTube

27.5.2024

2003   zonder context (129)

Boeken zijn fotogeniek.
Gerrit Komrij Halfgod verzamelaar, 150

Concentratie is niet iets wat je moet leren, maar wat je verliest.
Gerrit Komrij Halfgod verzamelaar, 193

Verder wist hij er ook niets van, hij was nu eenmaal niet op de wereld om onbegrijpelijke dingen te begrijpen…
S. Vestdijk De nadagen van Pilatus, 106

De meeste therapeuten geloven in open kaart spelen, omdat dat 'verlossing' geeft; daarin zijn ze te vergelijken met bedieners van het geloof.
Lisa Appignanesi Alles over de liefde, 304

We worden omgeven door een verbijsterende hoeveelheid manieren om onze vrije tijd te besteden, maar de meeste mensen vervelen zich dood en zitten gefrustreerd thuis op de bank.
Mihaly Csikszentmihalyi flow, 123

In de ogen van Freud is het een fundamentele paradox van de beschaving dat die een instrument is dat we hebben gecreeërd om ons te beschermen tegen ongelukkig zijn, terwijl ze tegelijk onze belangrijkste bron van ongeluk is.
Lisa Appignanesi 'Hemelse ontmoetingen. Freud, Nietzsche, Van Gogh' in: Nexus 2023 nummer 94, 95

Onze literaire kritiek heeft zich afgewend van het idee van een hoge cultuur, zoals die wordt ingevuld door kamers met witte mannen die menen dat zij over een goddelijk rationeel vermogen beschikken om te besluiten wat er in de literatuur kwaliteit heeft en wat niet.
Valentina Vapaux 'Ja, tuurlijk, whatever, maar echt' in: Nexus 2023 nummer 94, 106

20.5.2024

2002   honderd woorden (38)

Ik zou wensen dat ik kon schrijven zoals Yurara Sarara filmt. Met langzame bewegingen waardoor er een vorm van sereniteit kan ontstaan. Het juiste moment op de juiste plek vinden, niet forceren. Rust, ruimte en helderheid. Maar ook: het loslaten van de westerse behoefte aan drama en een louterende catharsis. Een tekst kan ook spannend zijn zonder dat het verhaal per se spannend moet zijn. Het is mijn verlangen om een voorwaartse ontwikkeling los te laten. Cyclisch schrijven, zoals de vier seizoenen of dag en nacht: er is weliswaar iets verandert, maar verder is alles hetzelfde gebleven en herhaalt zich.

15.5.2024