1655

24 april 2018

Vijftien jaar jwl.

1654

17 april 2018

Ilya Glazunov (1930-2017)
Boy (1973)

1653

3 april 2018

Ongetwijfeld had ik die zin eerder gelezen, maar was het me niet op­ge­vallen. Ditmaal struikelde ik erover. Daar was een eerste teken van ver­ande­ring. Er waren er meer geweest, maar die waren toch altijd im­pli­ciet. Hier kon ik er niet omheen, er was duidelijk iets ver­anderd, maar wat dat 'iets' precies was, dat was en is moeilijk te achter­halen.

Het was me al eerder opgevallen dat sinds de breuk met Lou Salomé en Paul Rée en de ruzie met zijn zuster zijn toon veranderd was, asser­tiever. Zijn boeken hadden altijd wel een ondertoon van boosaardigheid gehad, maar het was langzaam maar zeker ook in zijn correspondentie door­ge­drongen. Getuigenissen van tijdgenoten hebben zich er altijd over verbaasd dat de man van die immorele, boosaardige boeken in de omgang juist het tegenovergestelde was. Friedrich Nietzsche moet een vriendelijke, voorkomende, charmante, bescheiden en attente man ge­weest zijn. Maar in de maanden voor zijn krankzinnigheid (de Duitsers noemen dat zo mooi Umnachtung, een verduistering van de geest) krijgt hij iets manisch, een grootheidswaan, zijn persoonlijkheid ver­anderd. Vlak voor zijn vierenveertigste verjaardag schrijft hij een eigen­aardige brief aan Hans von Bülow.

Turin, 9. Oktober 1888.

Verehrter Herr!

Sie haben meinen Brief nicht geantwortet. Sie sollen ein für alle Mal vor mir Ruhe haben, das verspreche ich Ihnen. Ich denke, Sie haben einen Begriff davon, daß der erste Geist des Zeitalters Ihnen einen Wunsch ausgedrückt hatte.

Friedrich Nietzsche.

Der erste Geist des Zeitalters? Dat is de zin waarover ik struikelde, het is een zeer merkwaardige kwalificatie van zichzelf. Maar schijnbaar had hij er zelf geen moeite mee, want een aantal dagen later schrijft hij aan zijn goede vriend Heinrich Köselitz:

In Sachen des "Löwen" [een opera van Köselitz] hat Bülow nicht geantwortet: was ihm slecht bekommen ist. Denn dies Mal war ich's, der ihm einen groben und vollkommen berechtigten Brief geschrieben hat, um ein für alle Mal mit ihm zu Ende zu sein. Ich habe ihm zu verstehn gegeben, daß "ihm der erste Geist des Zeitalters einen Wunsch ausgedrückt habe": ich erlaube mir jetzt dergleichen.

Ik lees zijn brieven en documenten uit zijn laatste jaar van geestelijke aanwezigheid. Het is moeilijk om ze niet lezen in het licht van zijn geestelijke ineenstorting in de eerste dagen van 1889. Zelf had hij daar natuurlijk nog geen weet van en dat maakt dat al die teksten tragisch worden. Onwillekeurig ben ik op zoek naar een kantelmoment, tot waar Nietzsche nog zichzelf was, vanaf wanneer niet meer. Op de achter­grond speelt de vraag mee tot waar je hem nog serieus kunt nemen en vanaf welk moment niet meer.

Ik ben natuurlijk niet de eerste lezer van Nietzsche die deze vraag stelt, vele echte kenners zijn me voorgegaan. Ook is er een hele reeks medici, psychologen en psychiaters die gezocht hebben naar de aard van Nietzsches kwalen en wat er nu met hem gebeurde in januari 1889. Had hij syfilis opgelopen in zijn studententijd in Bonn? Leed hij aan dezelfde kwaal als zijn vader, die stierf aan de gevolgen van hersenverweking? Of een combinatie? Kwam het door zijn medicijngebruik tegen zijn migraines en slapeloosheid? Speelde zijn experimenten met diëten een rol, had hij een tekort aan allerlei stoffen? Of zat er domweg sinds zijn geboorte ergens een steekje los? Om maar niet te zwijgen over de gelovigen die beweren dat het een straf van God was. Zover ik weet is er geen enkele sluitende theorie, we weten het eenvoudigweg niet en misschien moet het ook maar een raadsel blijven.

Zeker is dat vanaf zijn aankomt in Turijn eind september 1888 zijn aandoening (wat dat dan ook was) versneld zijn slopende werking doet. Hij begint vrienden in onverbloemde taal de waarheid te zeggen, hij wordt grof. Aan Malwida van Meysenbug (22 oktober): ich habe allmählich fast alle meine menschlichen Beziehungen abgeschafft, aus Ekel darüber, daß man mich für etwas Andres nimmt als ich bin. Jetzt sind Sie an der Reihe (...) Sie hebben nie ein Wort von mir verstanden, nie einen Schritt von mir verstanden: es hilft nichts; darüber müssen wir unter uns Klarheit schaffen (...). Een aantal weken later, op 5 november voegt hij er aan toe: (...) ich habe Ihnen Unrecht gethan: aber da ich diesen Herbst an einem Überfluß von Rechtschaffenheit leide, so ist es mir eine wahre Wohltat, Unrecht zu thun (...).

In deze tijd werkt hij aan zijn boek Ecce Homo met hoofdstuktitels als Warum ich so weise bin, Warum ich so klug bin, maar ook vooral Warum ich ein Schicksal bin en Kriegserklärung. Aan de bewonderaar Georg Brandes schrijft hij daarover: Ich habe jetzt mit einem Cynismus, der welthistorisch werden wird, mich selbst erzählt. Das Buch heißt 'Ecce homo' und ist ein Attentat ohne die geringste Rücksicht auf den Gekreuzigten (...) ich schwöre Ihnen zu, daß wir in zwei Jahren die ganze Erde in Convulsionen haben werden. Ich bin ein Verhängniß. Naast Ecce Homo werkt hij aan Der Wille zur Macht waarvan hij zijn uitgever voorspelt Es ist möglich, daß es die Zeitrechnung verändert.

Het zijn kleine fragmenten, maar ze komen steeds vaker voor en de intensiteit neemt toe. Eind november aan Köselitz: Ich denke, mit einem solchen Zustand ist man reif zum 'Welt-Erlöser'? Begin december in een niet verzonden brief aan Brandes: Ich bereite ein Ereigniß vor, welches höchst wahrscheinlich die Geschichte in zwei Hälften spaltet, bis zu dem Punkte, daß wir eine neue Zeitrechnung haben werden: von 1888 als Jahre Eins an. (...) Mein Buch ist ein Vulkan (...) es ist wirklich ein Weltgericht. Aan zijn uitgever: Es geht dermaßen über den Begriff 'Literatur' hinaus, daß eigentlich selbst in der Natur das Glechniß fehlt: es sprengt, wörtlich, die Geschichte der Menschheit in zwei Stücke – höchster Superlativ von Dynamit.... Nietzsche begint zijn brieven ook steeds vaker met andere namen en aanduidingen te ondertekenen, zoals Ihr Nietzsche, jetzt Unthier of Es grüßt Sie der Phoenix. Veel brieven zijn niet verzonden of de versies die wel verzonden zijn bestaan niet meer. Er zitten brieven bij aan Kaiser Wilhelm II en Otto von Bismarck.

Soms schrijft hij dat hij met een grote glimlach door Turijn loopt, dan weer voelt hij zich bedreigt en vraagt om bescherming. Carl Fuchs (11 december) voorspelt hij: Die nächsten Jahre steht die Welt auf dem Kopf: nachdem der alte Gott abgedankt ist, werde ich von nun an die Welt regieren. Het zijn zinnen die vaak in een heel aanvaardbare context staan, ik heb de neiging er met een goedmoedige glimlach overheen te lezen. Ook zijn vrienden en bewonderaars die deze brieven ontvangen lijken er geen aanstoot aan te nemen, deze solitaire man was toch al een beetje vreemd, niemand slaat alarm. Het was zijn kamerverhuurder Davide Fino en zijn gezin die als eersten merkten dat er iets goed mis was. Fino ziet na het incident met het paard op een plein in Turijn zijn huurder afgevoerd worden door twee politieagenten. Nadat hij Nietzsche thuis gebracht heeft, schakelt hij een psychiater in. De moeder van Nietzsche heeft ondertussen een brief ontvangen waarin ze haar zoon niet meer herkent (de brief bestaat helaas niet meer) en schrijft hem (30 december): Dein letzter Brief hat mich etwas erschreckt, weil mir darin vorkam, als ob Du recht angegriffen wärst, solchen Ton bin ich bei Dir jetzt gar nicht mehr gewöhnt. Ze heeft nog geen idee wat haar te wachten staat. Op 31 december schrijft Nietzsche aan Köselitz: Meine Adresse weiß ich niet mehr. De aanvallen van waanzin worden frequenter en heviger. De vrouw van de huisbaas ziet hem op een dag naakt zingend en dansend in zijn kamer.

Op 3 januari 1889 schrijft Nietzsche de zogenaamde Wahnsinnszettel die hij afwisselend ondertekend met Dionysos of Der Gekreuzigte. Hij schrijft niet alleen aan vrienden en bekenden, maar ook aan de kardinaal van Rome: Meinem geliebten Sohn Mariani. / Mein Friede sie mit dir! Ich komme Dienstag nach Rom, um seiner Heiligkeit meine Ehrfurcht zu erweisen ... / Der Gekreuzigte. Twee dagen later schrijft hij nog een lange brief aan Jacob Burckhardt die ogenblikkelijk alarm slaat bij één van de trouwste vrienden van Nietzsche, Franz Overbeck. Overbeck reist onmiddelijk naar Turijn. Ondertussen spreekt Nietzsche mensen op straat aan met Ich bin Gott, ich habe mich so verkleidet, um mich den Menschen zu nähern.

In die laatste maanden heeft de produktie van Nietzsche bepaalt niet stilgestaan, alsof hij wist dat hij door waanzin op de hielen gezeten werd. Of het was juist omdat hij in de waan verkeerde een omwenteling in de wereldgeschiedenis te veroorzaken. De laatste publicatie die hij nog bewust meemaakte was Der Fall Wagner, eind september 1888. Ondertussen had hij Götzen-Dämerung al voltooid, er werd al aan de drukproeven gewerkt (het zou pas eind januari 1889 op de markt komen). Ook Der Antichrist was al af, dat het eerste deel van de Der Wille zur Macht had moeten worden, maar die aanduiding streept hij door en in plaats daarvan schrijft hij de woorden Fluch auf das Christenthum. Hij werkt de laatste maanden vooral tot op het laatst aan Nietzsche contra Wagner en de Dionysos-Dithyramben, ontstaan tijdens de sluipende voortgang van zijn krankzinnigheid. Aan de druk van deze boeken heeft hij niet meer kunnen meewerken.

Wat is de waarde van die boeken? Kunnen we ze nog serieus nemen? Het is moeilijk die vragen te beantwoorden, want ondanks de zich voortzettende wanen, functioneerde Nietzsche in deze tijd nog tamelijk gewoon, al veranderde zijn persoonlijkheid langzaam maar zeker en werd zijn toon agressiever. Pas in de eerste dagen van januari was hij volledig de weg kwijt, hij wist niet meer wie hij was, waar hij was, waar hij woonde. Hoe bepalen we wat in de laatste maanden nog bij vol gezond bewustzijn geschreven is en wat niet?

1652

26 maart 2018

Au fond was mislukking niet van succes te onderscheiden.
Willem du Gardijn Bevrijding, 48

als geluk je overspoelt over wat er allemaal verloren gaat
Hannah van Wieringen hier kijken we naar, 29

Mensen konden het bij het rechte eind hebben, ook al leek het vol­strekte tegen­deel meer te stroken met de wetten van onze beschaving.
Willem du Gardijn Bevrijding, 208

als je weet dat wat voor de een geluk is / voor de ander een molensteen is
Hannah van Wieringen hier kijken we naar, 29

De uiteindelijke levensles van ieder mens was de vernedering te accep­teren, niet de angst maar de vernedering, als je je durfde te vernederen verdween de angst, vernederen was omlaag gaan, dichter bij de grond, gekleineerd, samengebald, gecomprimeerd, in elkaar gedrukt, in elkaar geperst onder iets wat groter en machtiger was dan jij, vernedering was ontslag van alle verplichting en verantwoordelijkheid, die te accepteren was pure bevrijding.
Willem du Gardijn Bevrijding, 212

1651

20 maart 2018

Het geluid maakte de akoestiek van het bos hoorbaar, het kwam uit drie ver­schillende richtingen. Waren hier stoere ego's aan het werk op zoek naar een liefje om mee voort te planten? Of waren ze alleen maar hun terri­torium aan het afbakenen? Ik heb me wel eens laten vertellen dat mensen in het tropisch regenwoud gebruik maken van de akoestiek om op grotere afstanden met elkaar te kunnen communiceren. Het bos als sociaal medium. Het bos als twitter voor spechten: luister, kijk, hoor mij nou eens, schenk aandacht aan mij! Ik vroeg me af of spechten allemaal hun eigen unieke register hebben om hun boodschap over te brengen. Of daarbij elke boomsoort anders klinkt en of de dikte van de boom invloed heeft op de hoogte van de klank. Zou elke specht zo zijn voorkeuren hebben en te her­kennen zijn aan de klank en de snelheid van hun roffel? Wat weet ik van spechten, ik weet helemaal niets van spechten. Wanneer ik omhoog kijk om ze te betrappen op een stam van een boom zie ik ze nooit, soms wel als ze wegvliegen. Hun ge­tam­boe­reer op takken en boomstammen kreeg in­eens iets menselijks. Maar het geluid vangen in een fles, dat lukte me niet.