1691

2 oktober 2018

Giuseppe Amisani (1881-1941)
The Reader

1690

20 september 2018

Ze stond er al enige tijd en ik begon me af te vragen wat ze daar deed. Leeftijd middelbare school, uitgezakte eastpak op de rug, waarbij haar donkerblonde paardenstaart over de rugzak hing. Ik vond haar mooi, maar ik kon haar vader zijn. Loslaten.

Stond ze op iemand te wachten? Ze liet haar fiets met het zadel tegen haar heup leunen en ze was ergens in verdiept, maar omdat ze met haar rug naar me toe stond, kon ik niet zien waarin. Was het ochtend geweest, dan wachtte ze wellicht op een vriendin om samen mee op te fietsen naar school. Maar het was halverwege de middag en ze stond daar al zo lang. Misschien was ze aan het whatsappen, maar ik stelde me zo voor dat je daar twee handen bij gebruikt en haar ene hand hield het stuur vast.

Net toen ik het wilde opgeven om een verklaring te vinden, kwam ze in beweging. Ze bracht een voorwerp van haar ene hand naar de andere en begon met de fiets te lopen, terwijl ze nog steeds verdiept was in het voorwerp. Geen smartphone, maar een boek. Ze hield het open terwijl ze op de fiets sprong. Helaas kon ik niet zien welk boek het was, maar één ding wist ik wel: er wordt nog gelezen, er is nog hoop. Bezorgd keek ik haar na, fietsen en lezen, als ze dat maar overleeft!

1689

17 september 2018

Het pand had een enorme ontvangsthal. Het bevatte een receptie met erachter een kantine, een gigantische hoge en brede trap was in het midden gedrappeerd met kussens (waar ik nooit iemand op heb zien zitten), een werk- en overlegruimte in de vorm van een wigwam en een winkeltje. In het winkeltje zag ik overhemden, colbertjes, stropdassen, allerlei kaarten met kleuren. Luxe kantooruniformen. Achter een bureau een goedgeklede meneer op leeftijd die als een bewegende etalagepop moest uitstralen wat de klant automatisch bij de koop van een maatpak meekrijgt: vermeend gezag en respect. Op een luxe rolkoffer stond de naam van de winkel: Ameda Tailoring. Ik probeerde het laatste woord een paar maal te fluisteren, maar mijn tong bleef erover struikelen. Even moest ik de neiging onderdrukken om naar binnen te gaan en frivool te vragen 'dus u bent de kleermaker?', al was het maar om te kijken of hij de vraag met de nodige zelfspot zou beantwoorden.

Nee, de verkoper zag er werkelijk tiptop uit, alles klopte. Het grijswitte haar was netjes in een scheiding gekamt en het zou me niet verbazen dat hij zijn handen had laten manicuren. Hij was in gesprek met een jongeman – eerder een medewerker dan een klant vermoedde ik – en het was tijdens dit gesprek dat de oudere meneer door de mand viel. Want wie zich beschaafd kleedt, hoort zich ook beschaafd te gedragen anders wordt het schone schijn, louter pretentie en narcisme. Ik zag en hoorde ze vaak in de trein, de gladgeschoren gezichten, maatpak en glimmende lederen schoenen, onderuit gezeten een taalgebruik hanterend die allerminst verzorgd was. De tailor was geanimeerd in gesprek met zijn vermoedelijke collega terwijl hij tegelijkertijd druk kauwend zijn twaalfuurtje aan het wegwerken was. Had hij dan niet van zijn vader en moeder geleerd niet met volle mond te praten?

Morgen is het Prinsjesdag.