Mijn werk brengt met zich mee dat ik veel naar muziek kan luisteren. Met een walkman dat wel. Thuis sta ik dan voor de keus welke muziek ik zal meenemen. Wat wordt het: pop, jazz, oude muziek?

De keus van vandaag:

1. Joseph Haydn (1732-1809). Symfonieën nr. 46, 47 en 45, allen uit het jaar 1772. Geweldig gespeeld door The Hanover Band olv Roy Goodman. Heerlijke, energieke muziek. Haydn weet zijn luisteraar altijd subtiel op het verkeerde been te zetten. Eigenlijk is het een simpel procédé en ik heb wel eens het idee dat het de hedendaagse luisteraar ontgaat. Het komt eigenlijk hierop neer: je doet twee keer hetzelfde, daarmee creëer je een verwachting voor de derde keer, maar dan doe je het dus anders. Simpel en effectief, het houdt de luisteraar bij de les. Symfonie nr. 45 is de beroemde "Abschiedssinfonie". Het verhaal gaat geloof ik als volgt: Haydn vond dat zijn broodheer het orkest maar eens vrijaf moest geven, want de orkestleden hadden hard gewerkt en waren moe (de arbo had je toen nog niet). Haydn schreef een symfonie in de zeer lastig speelbare toonsoort fis-klein – iets wat zijn muzikale broodheer niet kon ontgaan. In het slotdeel liet hij de orkestleden één voor één de kaars op de lessenaar doven en het podium verlaten, zodat er steeds minder orkest overbleef. Aan het einde was iedereen natuurlijk vertrokken. De broodheer begreep de hint en stuurde iedereen op vakantie.

2. Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Pianokoncerten nr. 20, 21 en 23. Gespeeld door Malcolm Bilson op fortepiano en het orkest wordt gedirigeerd door Gardiner. Ik houd van de aanpak door Gardiner (niet bij Bach overigens). Het is boers, grof en juist niet zo fout romantisch kabbelend zoals pianokoncerten van Mozart zo vaak gespeeld worden. Het mag lekker puberaal. De klank van de fortepiano (voorloper van de vleugel) geeft daar ook alle ruimte toe. De klank is verfrissend, je hoort alles, de houtblazers worden niet verstopt onder een deken van strijkers.

3. Franz Schubert (1797-1828). Strijkkwartetten D87 en D804. Gespeeld door het Quator Mosaïques. Met strijkkwartetten heb ik altijd moeite gehad, vooral de klank van zo'n ensemble. Teveel gevibreer en vaak vals(ig). De klank van Quator Mosaïques is strak en klinkt als een ensemble (in plaats van vier solisten).

4. Franz Schubert. Pianosonate D874. Gespeeld door Maria Joao Pires. Somber en donker. Pires vertelt een mooi, maar somber verhaal. Op dit bandje staan ook nog twee andere helden: de pianiste Martha Argerich en de violist Gidon Kremer. Zij spelen Vioolsonate nr. 1 van Sergey Prokofjev. Argerich is mijn favoriete pianiste. Ik heb het geluk gehad haar ooit te zien spelen in het Circustheater in Scheveningen. Eén van mijn mooiste koncerten die ik heb bijgewoond. Superieure techniek, zeer muzikaal, strak en helder, en vooral: niet te lief en niet te zeikerig. De combinatie met Prokofjev is perfect. Prokofjev is een geweldig recalcitrante en onacademische componist en daar houd ik van.

Wordt een klassiek weekje, geloof ik.