Op de middelbare school was ik één van de weinige leerlingen die echt enthousiast was voor literatuur, ook voor de Nederlandse literatuur. Ik kon goed opschieten met de leraren Nederlands (beter dan met de leraar Muziek, die vond het alleen maar irritant dat hij een leerling in de klas had die het soms beter wist). Waar andere leerlingen de humor niet begrepen, zat ik te grinniken. Met één leraar had ik een hele goede verstandhouding. Ik ben zijn naam vergeten. Hij was dol op de boeken van Reve, las altijd aan het eind van het jaar De Avonden. Zijn lessen over Nederlandse literatuurgeschiedenis waren een feest. Ik heb zelfs eens vrijwillig een spreekbeurt gehouden over de novelle De Binocle van Louis Couperus. De rest van de klas vond me natuurlijk totaal gestoord – wie gaat er nu vrijwillig een spreekbeurt houden? –, maar ik deed het met plezier. De leraar was lovend.

Toen ik mondeling examen moest doen duurde het bijna een uur in plaats van het geplande half uur. Het was ook wel handig dat ik aan het einde was gepland. Heerlijk een uur over literatuur praten, waren alle examens maar zo leuk. Het cijfer voor dit examen was een negen. Ik was er trots op.

In mijn studietijd heb ik geprobeerd de Nederlandse literatuur bij te houden. De laatste jaren komt het er niet meer van. Ik vind dat ik veel te weinig Nederlandse (en Vlaamse) literatuur lees. Misschien ook wel juist Vlaamse literatuur, een tijd lang vond ik dat een stuk boeiender (ik word niet moe lezers Eriek Verpaele aan te bevelen en dan vooral het boek Alles in het klein, gevolgd door Olivetti 82).

Vorige week stond er in de culturele bijlage van het NRC een stuk over online bibliotheken. Vooral De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren is een prachtig project. Je kunt allerlei teksten uit de Nederlandse geschiedenis online lezen, niet alleen literaire. Nu ben ik weliswaar geen online lezer, maar een beetje rondsurfen op zo'n site vind ik toch heerlijk. De brontekst is aangevuld met annotaties en woordverklaringen. Dat moet wel, want het Nederlands uit de Middeleeuwen is voor een hedendaagse lezer zonder hulp niet meer te begrijpen. Het zou een geweldige bron zijn voor een geïnteresseerde middelbare scholier (bestaan die nog?). Ik heb me ingeschreven voor hun nieuwsbrief, zodat ik op de hoogte gehouden word van nieuwe titels en ik word bijvoorbeeld gewezen op een nieuw gedicht van de maand.

En nu ik het toch over de Nederlandse letteren heb, wijs ik u ook meteen maar op het blad Literatuur. Magazine over Nederlandse Letterkunde. Het is veranderd, wat gerichter op een breder publiek. Ik vond dat niet noodzakelijk, maar voor anderen is nu de drempel wellicht wat lager. Men kan twee proefnummers aanvragen. Probeer het eens!