Bayreuth 1990 (2)

In december 1989 kreeg ik bericht dat ik kaarten had voor de Festspiele in augustus 1990. Tijd genoeg om één en ander te regelen. Ik had slechts kaartjes voor één persoon en de voorstellingen begonnen 's middags om 18.00 of om 16.00 u. Iemand meenemen naar Bayreuth zou kunnen, maar echt gezellig zou het niet zijn. Ik was nog nooit alleen op vakantie geweest. Een jaar eerder was ik met een vriend naar Taizé gelift, maar om nu alleen te liften en het risico te lopen te laat aan te komen, daar had ik geen zin in. Uiteindelijk boden mijn ouders aan om hun vakantie aan te passen. Ze zouden me naar Bayreuth brengen en dan doorreizen om ergens in de buurt hun eigen vakantie te houden. Het zou mij tevens reiskosten schelen (als student had ik niet echt een eigen inkomen). Via de Fremdenverkehrsverein Bayreuth und Umgebung kon ik bij een particulier Pension regelen. Ik kon overnachten bij een zekere Frau Isolde Brückner.

Zondagochtend 19 augustus 1990 om tien voor zes stonden mijn ouders voor de studentenflat in Zeist om mij op te halen. We hadden de reis 8 jaar eerder ook al eens gemaakt. Toen hadden we op mijn verzoek onderweg naar Wenen een omweg via Bayreuth gemaakt. Toen kon ik het Festspielhaus niet in met een rondleiding, omdat er Proben waren. Maar de stad was dus niet helemaal onbekend voor mij. In de namiddag waren we er weer.

Bayreuth, zondag 19 augustus 1990

(...) Het onvangst van mevr. Brückner was zeer enthousiast en ik krijg de indruk dat ze het zo gezellig mogelijk voor me wil maken. De kamer is ruim en leuk ingericht, waarschijnlijk van haar dochter. Overal staan boeken, vooral ook oude met de Duitse klassieken en een balcon staat tot mijn beschikking. Ik heb het weer eens getroffen. (...)

Mevrouw Brückner moest vaak vroeg weg naar haar werk. Ik vond het ontbijt dan in de keuken met een briefje erbij: Schönen guten Morgen, Herr Lubbers, ich hoffe Ihr Frühstück schmeckt. Bitte vergessen Sie nicht, die Wurst/Käse Dose aus dem Kühlschrank zu nehmen. Einen schönen Tag für Sie und Grüße. I. Br. Duits broodjes, thermoskan met koffie, een eitje en lekkers uit de koelkast, het ideale begin van een dag.

Op de eerste dag in Bayreuth had ik nog geen voorstelling. Eerst wilde ik natuurlijk een bezoek brengen aan Haus Wahnfried, het huis waar Wagner zijn laatste jaren gewoond heeft en dat nu een museum is.

Bayreuth, maandag 20 augustus 1990

(...) Bij het graf van Wagner in de tuin van Wahnfried te staan is toch een bijzonder gevoel. Daaronder die steen liggen de resten van iemand die meer dan honderd jaar geleden op deze aarde rondliep en fantastische muziek schreef (...). Het huis Wahnfried zelf is nu helemaal een museum met een permanente expositie over Wagners leven, de geschiedenis van de voorstellingen in het Festspielhaus (vooral foto's van uitvoerenden) en de geschiedenis van het huis zelf. Erg leuk en relativerend is een kleine kamer met Wagnercuriosa met o.a. ook een reiskoffer en kleding van Wagner en Cosima. In de kelder kan men toneeldecors zien in verlichte vitrines en een donkere ruimte. In de centrale hal staan nog oude vleugels waaraan Wagner nog gecomponeerd heeft. In de aangrenzende grote kamer wordt regelmatig muziek gedraaid waarnaar men kan gaan zitten luisteren. Tegen de muren in deze ruimte is in kasten de oude bibliotheek van Wagner te bewonderen. Ik heb daar bijna drie uur doorgebracht.

De middag bracht ik door in het stadje. Nu zou men verwachten dat in zo'n stad de middenstand flink verdient aan de Festspiele, maar eigenlijk viel dat tegen. Natuurlijk, de boekhandels hadden meer boeken over Wagner en de muziekhandel verkocht meer cd's en lp's (toen nog) van Wagner. Maar verder was nauwelijks Wagner-kitsch, geen souvenirs te koop. Afgezien van wat vlaggen merkt men ook nauwelijks dat men in een stad is waar Festspiele gehouden wordt. Eigenlijk ook niet zo vreemd. Men komt in de regel voor één voorstelling en vertrekt weer. De meeste bezoekers zijn ook zeer rijk, komen met een vliegtuig van de andere kant van de wereld, blijven één nachtje in een veel te duur hotel en vertrekken de volgende dag weer.

Aan de einde van de middag liep ik naar het Festspielhaus om foto's te maken van het publiek dat wachtte op een voorstelling van Parsifal. De volgende dag wilde ik geen fototoestel meenemen omdat dat maar onhandig zou zijn. Tussen publiek herkende ik ineens prof. Op de Coul en zijn vrouw, een docent van mijn studie. De wereld is klein en zeker de muziekwereld.

Helaas mocht ik niet naar binnen, ik moest nog een dagje wachten.