Er was eens een jongetje dat al fluitend de tijd doorkwam op de veranda van zijn huisje. Op een dag komt er een rijke advocaat uit Philadelphia langs in een rijtuigje. Hij roept naar de jongen dat hij op weg naar Little Rock verdwaald is en vraagt hem naar de snelste weg. De jongen legt een hand tegen zijn kin en kijkt ingespannen links en rechts de weg af. Dan kijkt hij op naar de man en zegt: 'M'neer, van hieraf kom je d'r niet.' 'Dat moet mij weer overkomen', mompelt de man in zichzelf. 'Die ene keer dat ik verdwaald raak, is er alleen een idioot om de weg te vragen.' Hij wijst naar de weg voor hem en vraagt: 'Goed, maar kun je me dan tenminste vertellen waar déze weg naartoe gaat?' 'Die gaat nergens naar toe', zegt de jongen, 'als ik 's ochtends opsta, dan ligt ie er gewoon.' Daarop roept de rood aangelopen man uit: 'Jij weet ook niets – je bent de stomste jongen zijn die ik ooit ontmoet heb!' Waarop de jongen antwoordt: 'Dat kan wel zijn, m'neer, maar ik ben de weg niet kwijt.'

Melissande Lips en Paula Borsboom Westerse zen is lekenzen
in: Kwartaalblad boeddhisme 9/4, 13