Wat staat er op de cd?
John Corigliano (1938). Fantasia on an ostinato for solo piano (1985)
Ludwig van Beethoven (1770-1827). Pianosonate nr 17 "Sturm" in d, op. 31 nr.2 (1802)
Ludwig van Beethoven. Fantasie voor piano, koor en orkest in c, op. 80 (1808/09)
Arvo Pärt (1935). Credo voor piano, gemengd koor en orkest (1968)
Hélène Grimaud – piano; het Swedish Radio Choir en het Swedish Radio Symphony Orchestra onder leiding van Esa-Pekka Salonen

Voorwaar, een origineel programma. Tweemaal Beethoven geflankeerd door twee 20e eeuwse componisten. Twee stukken voor piano-solo en twee stukken met koor en orkest.

Het spel van Grimaud is uitstekend, ze is natuurlijk niet voor niets een gevierd pianiste. Technisch is het allemaal in orde en ze heeft een eigen stijl van spelen. Je zou haar stijl als beheerst en helder kunnen typeren. Alle noten krijgen de aandacht die ze verdienen, Grimaud speelt ritmisch mooi en ze fraseert erg goed.

En toch boeit het me niet. Het is mij té beheerst, te licht. Het is alsof Grimaud iets in die muziek zoekt die er niet is. Kan Corigliano die lichtheid – bijna etherisch – nog wel aan, Beethoven wordt in de pianosoante op deze manier zijn karakter ontnomen. Het was noodzakelijk om dat romantische, woeste beeld van Beethoven te nuanceren - Beethoven is klassieker dan we wel eens denken –, maar op deze wijze wordt zo'n sonate saai. De klank is prachtig, alles is keurig, maar het verhaal ontbreekt. Grimaud zoekt bij Beethoven een spirituele dimensie die er niet is. Beethoven is aards, hij experimenteert met harmonie en dynamiek en dat mogen we horen. Grimaud vlakt het uit.

Wel moet ik toegeven dat ik de Fantasie voor piano, koor en orkest zelden zo mooi gehoord heb. Het blijft echter een raar stuk in Beethovens oeuvre. Het klinkt alsof hij al schrijvende voortdurend veranderde van idee. Het stuk begint als een lange piano-solo en dan begint er ineens een orkest. Net als je denkt 'het lijkt nu wel een pianokoncert' begint er ook nog – kiekeboe! – een koor te zingen. Niet mijn favoriete stuk van Beethoven. Het koor is goed, het orkest prachtig en ik vind dat Esa-Pekka Salonen hier een magnifieke interpretatie laat horen. Het spel van Grimaud is hier wat steviger, maar mijn bezwaar blijft.

En dan dat ranzige kitscherige stuk van Pärt. Hij schreef het in een tijd (1968) dat hij met een stijlwisseling bezig was. Componeerde hij in de seriële (de muzikale parameters zijn veel mogelijk gedeterminerd) en aleatorische (de muzikale parameters zijn juist niet gedetermineerd en worden aan het toeval overgelaten) modes van zijn tijd, langzaam maar zeker ontwikkelde hij een stijl die gebaseerd was op de pre-moderne polyfone stijl (denk aan de religieuze muziek uit de Middeleeuwen en de Renaissance). Het Credo uit 1968 gebruikt de klassieke en moderne stijlen als contrast. Pärt wilde muzikaal uitdrukking geven aan het Christelijke 'heb uw vijanden lief'. Hij gebruike daarvoor (schaamteloos) de eerste prelude uit Bachs Wohltemperierte Klavier als muzikale basis.

Het zou een mooi uitgangspunt kunnen zijn, maar wat ik hoor is een aaneenschakeling van cliché's. Voortdurend betrap ik me op associaties: dat is Schubert, dat is Bach, dat is Penderecki, zelfs een beetje Stockhausen. Alsof je een blokkendoos met componisten omgooit, alleen Pärt zelf ontbreekt. Soms hoor ik de componist denken: 'zo, nu ben ik hier aanbeland, wat zal ik nu eens doen'. Ik ontwaar bij Pärt geen innerlijke noodzaak, het is effectbejag. Zoals in die foute Hollywood-films: de hele film moet je denken dat ze elkaar dus niet kunnen krijgen, maar aan het eind komt alles weer goed. Zij draait zich aan het einde van de film om en ja hoor daar staat hij, zou hij toch terug komen, zou hij toch van haar houden? En dan zie je in slow-motion hoe haar voeten loskomen van de grond en hoe zij op hem toe rent. Je ziet hoe haar tranen en haar glimlach vechten om voorrang (trillende lippen natuurlijk). Op de achtergrond veel, romantische strijkmuziek, waarbij op de climax het paar elkaar om de hals vliegt. Het kan prachtig smakeloos zijn. Ik zie ze zitten op de bank met de tissuedoos naast zich: o, wat mooi ze krijgen elkaar!!! Maar het is ... kitsch, kitsch en nog eens kitsch! Pärt doet in dit stuk wezenlijk hetzelfde. Later zal hij een zeer spirituele benadering kiezen van componeren, waarbij hij soms over de grens van de kitsch en soms binnen de grenzen van het smaakvolle blijft.

Geen cd om te hebben. Mocht u door mijn recensie juist belangstelling gekregen hebben, laat u zich vooral niet weerhouden. Ik heb liever dat u wel van deze cd kunt genieten. Misschien dat ik die pianosonate stiekem copieer, want het is wel heel anders dan ik gewend ben. Wie weet valt het muntje nog ...