Het was ons al opgevallen toen mijn zoon nog peuter was: hij was een stuk onrustiger als de televisie aanstond. We hebben verschillende malen de proef op de som genomen en het klopte. Ik vond het ook niet zo vreemd, ik heb ook liever de televisie, radio (muziek) uit als ik met iets anders bezig ben.

Dat mijn zoon zich snel ontwikkelde op bepaalde gebieden, daar heb ik hier al eens over geschreven. Uiteindelijk kreeg hij het etiket 'hoogbegaafd'. Voor de ouders van een hoogbegaafd kind kan het een grote zorg zijn.

Zo nu en dan voelt mijn zoon zich niet gelukkig op school. Soms gaat het maanden goed, maar dan begint de onrust weer. Dat gaat natuurlijk niet onopgemerkt. Verwonderlijk was het wel dat in korte tijd twee mensen mijn vrouw erop wezen dat mijn zoon wel eens hoog sensitief zou kunnen zijn. Daar wisten we weinig van af. We hadden er eerder een associatie bij met de zogenaamde nieuwetijdskinderen. Deze kinderen zouden op een meer paranormale manier hoog sensitief zijn. Daarover gaat het hier dus niet.

Hoog sensitiviteit bleek vooral een theorie die ontwikkelt was door psychologe Elaine N. Aron. Overal waar je informatie zoekt krijg je het advies haar boeken te lezen. Mijn belangstelling werd pas echt gestimuleerd toen ik in de beschrijvingen mezelf begon te herkennen. In de testen had ik steeds hoge scores. Bij deze vorm van hoog sensitief gaat het om intensere gevoeligheid voor zintuigelijke prikkels.

Toch ben ik nog sceptisch over dit onderwerp. Bij dit soort psychologische typeringen heb ik hetzelfde gevoel als bij al te simplistische astrologische typeringen: je herkent er altijd wel iets in. Mijn scepsis werd nog groter toen ik de boeken van Aron bij de psychologische zelfhulpboeken zag staan met een vreselijke omslag. Haar boeken zijn bestsellers, zeventien drukken in een paar jaar tijd zegt genoeg over de populariteit. Ik moest zowaar mezelf overwinnen om een boek te kopen.

Het onderwerp fascineert me, maar het boek is in een vreselijke stijl geschreven (cq vertaald). Het laat zich nog het beste omschrijven als een stijl dat in een rap tempo de Libelle- en Margriet-stijl nadert. Het vertalen van het Engelse 'you' in 'je' in plaats van 'u' heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Dat maakt het voor mij moeilijk om de inhoud op waarde te schatten. Vijfentwintig jaar onderzoek wordt hier door hoogleraar Aron in een populair wetenschappelijk boek gepresenteerd waarbij haar een zo groot mogelijke doelgroep voor ogen moet hebben gestaan. Toch, als je om de stijl heen weet te lezen, bespeur je dat er een integer ondezoek en theorievorming aan ten grondslag moet liggen.

Maar ondanks de bijna onverteerbare schrijfstijl ga ik me er toch doorheen worstelen. Het onderwerp raakt me.