Iedereen verjaart maar tegenwoordig: eergisteren nog mijn zoon; gisteren mijn goeie vriend Prins Otto Mobiel, morgen Elsje Lameire, de schat, en vandaag – vandaag zou ik precies achttien jaar getrouwd zijn geweest ware ik niet, elf jaar geleden, en omstreeks deze tijd van het jaar, naar Praag gevlucht, zogezegd op zoek naar alle huizen waarin Kafka had gewoond, maar eigenlijk of vooral op de vlucht en weg, weg uit het huis waarin ik een paar weken tevoren en samen met mijn zoon en mijn toenmalige huisgenote mijn intrek had genomen – het zogenaamde 'eigen huis' als je begrijpt wat ik bedoel en bij de eerste oogopslag waarvan ik al zeker wist dat ik er mij niet zou laten kisten. Ze bekijken het maar, dacht ik, met hun hypotheken en hun zondagse familievisites en niet eens een geheim martelkamertje waarin ik langskomende nichtjes zou kunnen martelen tot ze spartelend aan mijn ontuchtige handelingen zouden toegeven, waarna er een Grote Rust over de aarde zou nederdalen, met muziek uit de hemel, en iedereen zou er lichtjes beschonken bij lopen, enzoverder, want ik dwaal weer af.

Gisteravond heb ik het boekje maar weer eens uit de kast getrokken, dat doe ik altijd in deze tijd van het jaar. (Doet u dat wel eens, een al gelezen boek weer eens uit de kast pakken om er weer eens in te lezen? En welk boek dan wel?) Iedereen verjaart maar tegenwoordig ..., de openingszin. Ik heb dit boekje aan vele vrienden cadeau gedaan: Luuk Gruwez en Eriek Verpale Onder vier ogen. Siamees dagboek. In de tijd dat ik het boekje (najaar 1995) kocht was ik al jaren grote fan van Eriek Verpale. Al leek mijn leven in niets op dat van Verpale, toch voelde ik verwantschap in de wijze waarop hij tegen het leven aankeek. Het Grote Zoeken en de Hunkering naar dat wat achter de horizon ligt. Maar ook:

Waarom niet? Laat ons zeggen: het raam is mijn lens. Want zie, dat is wat ik me op avonden als deze, net voor een reis, altijd weer afvraag: waarom was, als kind al, mijn geliefkoosde plek die voor het raam? Of correcter uitgedrukt: áchter het raam? Want zo voelde ik het: dáár is buiten, en híér is binnen, maar zolang dat glas er is, kan mij niets gebeuren.

Geen reiziger in de meetbare ruimte ben ik, het liefst reis ik ver weg in mijn eigen gedachten. Najaar 1995. Natuurlijk! De mooiste boeken lees je in het najaar. De tijd van inderdaad Verpale, maar ook Jeroen Brouwers (Zonder trommels en trompetten en Krekelbosse Klaagzangen!), Toergenjew, Nietzsche ... Waar zijn die tijden gebleven?

Tegenwoordig zit ik me te verdiepen in zouteloze lectuur over boeddhisme. Iedereen verjaart maar tegenwoordig. Inderdaad, ik word ouder. Het zoeken is er nog steeds, maar keurig na de werktijden, de afwas en het kind naar bed.

Vandaag ben ik dan 37 geworden. Weer een jaar dichter bij De Grote Onbekende Houdbaarheidsdatum.