Het is alweer enkele jaren geleden dat ik redacteur werd van het clubblad van mijn schaakclub. Ik had toen nauwelijks ervaring met computers, laat staan met het programma Word. Ik had thuis wel een computer, maar veel stelde dat niet voor. Geen internetaansluiting en ongeschikt voor het maken van zo'n clubblad. Ik was dan ook blij dat ik het samen met iemand anders kon maken die wel over de apparatuur beschikte. Aanvankelijk ging de samenwerking goed, maar na tweeënhalf jaar gaf ik het redacteurschap op na een ongewild, maar heftig conflict. De andere redacteur ging verder met een andere kompaan.

In de tijd van mijn redacteurschap ontdekte ik dat ik het opmaken van zo'n blad een fascinerende bezigheid vindt. Ik ontdekte ook dat ik opvattingen had over opmaak. Het clubblad gaf me de ruimte om na te denken over de indeling van zo'n blad, de bladzijden waren op A4-formaat en een nummer telde al gauw 40 bladzijden en dat verscheen dan 8 keer per jaar. Er was me veel aan gelegen om er een mooi clubblad van te maken. Ik was voortdurend aan het experimenteren. Er ontstonden vele clubbladen in mijn hoofd die nooit verschenen zijn. Mijn mede-redacteur begreep weinig van al dat geëxperimenteer. Voor mij was het een ontdekking. Als ik nu 18 was, was ik misschien grafische vormgeving gaan studeren.

Na het clubblad ben ik me gaan verdiepen in html en ben ik een website gaan maken voor de schaakclub. Toen kon ik mijn fascinatie voor het opmaken daarin kwijt. Die website bestaat nog steeds en na vele veranderingen heeft die website nu een vorm gekregen die voorlopig wel zo zal blijven: De Oud Zuylen Tamtam. Naast deze website maakte ik een website waar ik vrijelijk van alles uitprobeerde. Het was een soort html-werkplaats voor mij. Toen ik lucht kreeg van het verschijnsel webloggen, kreeg deze website een nieuwe functie. Het gepruts met opmaak bleef, maar dat weten de vaste bezoekers van deze website zolangzamerhand wel.

Afgelopen zomer ontstond er een vacature voor het clubblad. Ik gaf vrij snel aan dat ik wel belangstelling had om het weer op me te nemen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Herinneringen aan de conflicten waarmee ik mijn vorige redacteurschap beëindigde maakten dat het bestuur daar niet aan wilde. Ik vond dat jammer, maar ik kon me erbij neerleggen. Er waren enkele clubgenoten die wel aan het clubblad wilden werken, maar niet in het bestuur wilden. Het clubblad moest anders, er moest een nieuw elan komen. Alhoewel de inzet van de vorige redacteuren werd gewaardeerd, vond men toch dat het clubblad nieuw leven ingeblazen moest worden.

Uiteindelijk werd er iemand gevonden die wel in het bestuur wilde. Hij ging nu samen met twee anderen het clubblad maken. Eén iemand ging de tekstredactie doen, want het oude clubblad werd erg ontsierd door veel spelfouten en slecht Nederlands (nog erger dan op deze weblog). Een ander wilde zich inzetten voor de copij, het maken van interviews. Vlak voor de herfstvakantie werd ik gevraagd of ik de opmaak wilde doen. Na een korte aarzeling heb ik 'ja' gezegd, met als voorwaarde dat alle copij bij terugkomst van vakantie in mijn digitale postbak zou liggen.

Afgelopen weekend heb ik dus weer een clubblad in elkaar geprutst. Op een veel betere computer, met veel meer vrijheid en ik kon me nu louter op de opmaak concentreren. Spannend was het wel, want in Word en in pdf ziet alles er mooi uit, maar hoe het er uiteindelijk op papier gaat uitzien blijft spannend. Eergisteren werd het clubblad uitgedeeld op de clubavond. Het was een opluchting om te zien dat het gelukt was. Ondanks vele details die in de drukte waren blijven zitten zag het er prachtig uit. Het kan altijd beter, het kan nog mooier, maar voor mij was het belangrijkste om te merken dat ik het werken aan zo'n clubblad nog steeds geweldig vind. Het blijf amateurwerk, dat wel, maar daar maal ik niet om. Nu moet ik ook maar eens gaan lezen wat er eigenlijk in dat clubblad staat.