U kent die mensen vast wel, die mensen bij wie het in huis altijd een zootje is. Overal ligt wat, niets is opgeruimd. Meestal zijn dat hele gezellige mensen. In ieder geval wordt er duidelijk geleefd in zo'n huis. Ik heb daar geen moeite mee, als het er verder ook maar schoon is. Mijn zus is zo iemand en ik voel me bij haar altijd enorm op mijn gemak. Bij mijn zus kom ik altijd een beetje thuis.

In mijn eigen huis kan ik dat niet. Ik kan niet functioneren in een rommelig huis. De dingen moeten op hun plek zijn. Ik kan er niet tegen als ik eerst moet opruimen als ik ergens wil zitten of als ik gebruik wil maken van een tafel. Als ik thuis wil lezen of iets dergelijks moeten eerst alle prikkels uit de weg, anders heb ik geen rust. In de loop der tijd heb ik geleerd de grens van het acceptabele op te schuiven. Zeker met een kind kun je niet verwachten dat je huiskamer opgeruimd is. Mijn vrouw is een wat opgeruimder huis gaan waarderen, we zijn naar elkaar toe gegroeid.

Er zijn ook mensen die een bijna klinisch leeg en opgeruimd huis hebben. Niet dat het er altijd netjes is, maar als het huishouden gedaan is, ligt er niets teveel. Er komt pas iets aan een lege muur te hangen als er iets gevonden is dat daar precies past. Over de inrichting van het huis is nagedacht, gewikt en gewogen. Het is ruimtelijk, leeg. Als ik daar binnen kom vind ik dat wel prettig, maar ook beangstigend. Je bent voortdurend op je hoede dat je niet iets verpest. Alles heeft waarde in zo'n inrichting en stel je voor dat ik...

Gisteren schreef ik dat ik erachter kwam opvattingen te hebben over opmaak. Die opvattingen had ik altijd al, maar ik werd ze me bewust. Niet dat ik me laat leiden door die opvattingen als ik tijdschriften, boeken, muzieken enz. wil kopen, maar ze gelden vooral als ik zelf iets wil maken. Het heeft natuurlijk te maken met de eeuwige discussie over vorm en inhoud.

Bij deze discussie moet ik altijd denken aan lezingen van de componist Louis Andriessen die ik ooit gevolgd heb in mijn studietijd. Ik zie hem nog voor de zaal heen en weer lopen terwijl hij sprak en ondertussen een peuk aan het draaien was. Kijk, zei hij, terwijl hij een vloeitje omhoog hield, dit is de vorm. De shag is natuurlijk de inhoud. Dat draaien we tot een peuk. Vervolgens brak hij de peuk doormidden met de opmerking: zo rook ik de helft minder.

Vorm en inhoud moeten precies bij elkaar passen. Het vloeitje kan niet zonder shag. Geen vorm zonder inhoud. Maar de shag kan niet zonder het vloeitje en elke roker weet hoe irritant een slecht gedraaid peukje rookt. En je kunt altijd met minder toe.

Louis Andriessen heeft opvattingen die ik deel. Als voorbeeld vertel ik vaak over het eerste deel van zijn theaterstuk De Materie. De Materie is een kunstzinnig onderzoek naar een uitspraak van Karl Marx dat de mens bepaald wordt door de materie.

Het eerste deel speelt zich af op een scheepswerf in de Gouden Eeuw. Als tekst heeft hij oude bronnen genomen waarin wordt vertelt hoe je zo'n VOC-schip bouwt. Zelfs een lijst met gereedschappen en andere benodigdheden heeft hij opgenomen (de tekst is van Nicolaes Witsen uit 1690). Daarnaast gebruikte hij tekstfragmenten over fysica (Gorlaeus, Idae Physicae uit 1651) en fragmenten uit het Plakkaat van Verlatinge uit 1581, waarin de Nederlanden hun trouw aan de Spaanse koning opzegden.

Indrukwekkend vond ik het idee van Andriessen voor de vorm. Hij had prachtige tekstfragmenten, maar welke noten moet je daar als componist bij verzinnen? Hij nam als uitgangspunt het hameren, een geluid dat ongetwijfeld veel op een scheepswerf in de zeventiende eeuw te horen was. U weet vast wel hoe dat gaat wanneer iemand een spijker ergens in slaat. Je begint langzaam en je gaat uiteindelijk steeds sneller slaan. Het stuk begint dan ook met 144 klappen in een tempo dat steeds sneller gaat. Andriessen gebruikte daarvoor een wiskundige reeks waarin de Gulden Snede verborgen zit. Dit wordt dan weer gegoten in een muzikale vorm die populair was in de zeventiende eeuw, de toccata.

Er valt veel meer over dat stuk van Andriessen te vertellen (wellicht doe ik dat nog wel eens een andere keer), maar het gaat me hier om de werkwijze. Niet dat Andriessen niets aan toeval overlaat, maar er is een reden voor de keuze van zijn noten. Zoals hij wel eens zegt: componeren is het vinden van de juiste noten. Die opvatting deel ik met hem.

Bij het opmaken van mijn websites en clubblad hanteer ik de opvatting: niet meer dan nodig is en zorg dat je kunt uitleggen waarom je het doet zoals je het doet. Als ik een tijdschrift lees, gaat het mij om de teksten. Een tijdschrift moet leesbaar zijn. Het valt me op dat opmakers tegenwoordig zeer barok opmaken. Tijdschriften lijken soms wel op die katholieke barokke kerken in Zuid-Duitsland en Oostenrijk: elke vierkante millimeter is benut en gevuld. Het kan – zeker in het begin – zeer indrukwekkend zijn (en dat was natuurlijk ook de bedoeling), maar na verloop van tijd is het effect verloren en word ik er mentaal een beetje misselijk van. Het lijkt wel alsof opmakers van tijdschriften tegenwoordig bang zijn om saai te zijn, bang zijn voor leegte. Een gemiddeld tijdschrift vind ik tegenwoordig moeilijk leesbaar.

Bij het maken van het clubblad heb ik me laten leiden door een streven naar rust in de opmaak. Een schreefloze letter (font 10) voor de basistekst, niet al te grote koppen. Consequent zijn: als je schaakpartijen opneemt, doe ze dan ook allemaal hetzelfde. En het belangrijkste: niet bang zijn voor stukken lege bladzijden. Geen bladzijden opvullen met plaatjes en andere troep. Er mag leegte zijn. Het is aardig gelukt, al kan het nog beter. Het clubblad was ditmaal dan ook onder tijdsdruk ontstaan.

Mijn opvatting is: er moet een spanning zijn tussen minimale middelen en datgene wat je wilt bereiken. Betekenisvolle eenvoud maakt meer indruk dan lege overdaad. Aan de ene kant moet er rust zijn (vorm) en aan de andere kant spanning (inhoud). Ik wil dat als iemand een blad opslaat diegene als vanzelf gaat lezen. Ik wil dat als iemand op mijn weblog komt diegene als vanzelf gaat lezen (en het liefst blijft lezen, maar dat is weer afhankelijk van andere factoren, de inhoud, en daar ben ik slechter in) en niet afgeleid wordt door allerlei lijstjes met linkjes, shoutboxen enzovoort enzovoort. Ik ben daar zelf niet altijd consequent in, maar het is wel de reden waarom ik zo nu en dan weer ga snijden en weglaten.

En als u nu denkt: o, hij vindt mijn website dus niets, want daar is de opmaak onrustig met veel informatie en lijstjes, dan moet u maar weer aan het begin beginnen en het gedeelte lezen over rommelige huishoudens.