Er heerst verslagenheid hier op mijn werk in Amsterdam. Ik deel het met hun, maar ik voel me toch buitenstaander. De een na de ander kwam hetzelfde nieuws brengen: Theo van Gogh is doodgestoken. Er is weer iemand dood die zijn mond open durfde te doen, vindt men.

Wat moet ik ervan vinden?
Ik vind het vreselijk dat er iemand vermoord is. Ik kende Van Gogh niet persoonlijk, maar de dood van een mens heeft voor mij altijd iets tragisch. Of het nu een bekende Nederlander is of niet, het maakt me altijd verdrietig.

Maar er wordt niet alleen getreurd om de persoon Van Gogh, maar ook om het feit dat hij nu niet meer kan vertolken wat vele mensen schijnbaar dachten. Ik mocht zijn onconventionele stijl, zijn humor. Maar sinds hij zich humorloos ging bemoeien met de discussies over de islam, begon er bij mij iets te knagen. Dat hij zijn richting vorm gaf in een film, dat kan ik prijzen, maar zijn harde en fortuyneske opstelling in de media maakte dat ik afstand begon te nemen van Van Gogh. Van Gogh was van zijn voetstuk gevallen. Natuurlijk, je mag je meningen hebben, maar dat kun je op verschillende wijzen over het voetlicht brengen. Van Gogh maakte kapot, het was niet grappig meer, zijn vroegere clownekse houding was doodserieus geworden. Theo van Gogh gaf mensen het gevoel dat ze politiek acceptabele opvattingen hadden als ze ongenuanceerd tegen de islam waren.

Theo van Gogh had ongetwijfeld veel vijanden. Dat schijnt hem nu fataal geworden te zijn. Er is een bijzondere persoonlijkheid vermoord.

Maar ik houd verder even mijn mond, het heeft nu geen zin om te zeggen hoe verschrikkelijk oneens ik het met Theo van Gogh was. Gelukkig heeft hij prachtige films gemaakt en die herinner ik me liever. Maar ik vrees dat Nederland de komende tijd Van Gogh niet zal herinneren als een groot cineast. Ik hoop dat de toekomst dit recht zal zetten.