Maar waarom ben je dan niet gegaan?

Tsja, waarom? Het was toch wel wat onwennig om op dinsdagavond thuis op de bank te zitten. Ik hád naar mijn schaakvereniging kunnen gaan, maar ik heb het niet gedaan. Tussen Kerst en Oud en Nieuw is het altijd oliebollenschaak, een zogenaamde feestelijke afsluiting van het jaar. Er wordt niet gewoon geschaakt, maar er worden allerlei alternatieve vormen van schaak gespeeld. Het bord en de stukken zijn hetzelfde, maar de spelregels anders: weggeefschaak, schietschaak, ik weet niet hoe dat allemaal heet.

Ooit ben ik niets vermoedend op zo'n avond geweest. Ik werd aan iemand gekoppeld en als duo moest je dan de rest van de avond oliebollen eten, feestelijk zijn en andere duo's verslaan. Dat nooit meer!

Maar waarom niet? Want – terwijl ik mijn vrouw uitleg wat voor soorten schaak er dan allemaal gespeeld wordt – mijn ogen schijnen te twinkelen. Schijnbaar vind ik het toch wel leuk.

Ergens weet ik wel waarom ik niet gegaan ben, maar het is zo moeilijk uit te leggen. Als toeschouwer had ik het nog wel volgehouden, alleen maar observeren. Maar deelnemen aan iets wat ik niet overzie: spellen die ik niet beheers, gedrag van schaakclubleden dat ik niet ken, het lawaai, de onrust... Het zijn niet mijn clubgenoten, het is niet het alternatieve schaak, het zijn niet de oliebollen en de drank, maar de combinatie.

De angst voor teveel prikkels? Ik vrees dat ik die vraag met ja moet beantwoorden en soms wil ik er gewoon aan toegeven.