Gisteravond dan eindelijk eens de film The discovery of Heaven naar het boek van Harry Mulish gezien. Het viel me reuze mee. Toch miste ik veel gedachtensprongen in de film die ongetwijfeld wel in het boek zullen zitten. Film en literatuur zijn nu eenmaal niet hetzelfde. Het boek heb ik nooit uitgelezen. Niet omdat ik het een slecht boek vond, maar het is er eenvoudigweg niet van gekomen. Deel 1 heb ik gelezen en toen besloten om met deel 2 nog even te wachten en dat wacht nog steeds, jaren later. De werkelijke reden voor mijn wens om deze film eens gezien te hebben is dat Stephen Fry de rol van Onno Quist speelt. Het personage Onno Quist is gebaseerd om een goede vriend van Harry Mulish de schaker J.H. Donner (familie van de huidige minister van justitie; J.H. Donner gold zo'n beetje als zwart schaap in de familie Donner door zijn onconventionele gedrag). Helaas is Hein Donner in 1988 overleden. Hoe treffend de overeenkomsten tussen Onno Quist en Hein Donner zijn weet ik niet, wel is zeker dat Stephen Fry zeer geschikt was voor deze rol en naar mijn mening de film redt.

Er bestaat een goede biografie van Hein Donner door Alexander Münninghoff en de krantenstukken van Donner zijn samengebracht in het boek De Koning, zeer lezenswaardig, want Donner kon goed schrijven. De Koning, dat was Harry Mulish volgens Donner. Een mooi moment in de film was dat Onno uitlegd dat het probleem met vrouwen is dat ze veel te raioneel zijn. Dat doet denken aan een beroemd stukje van Donner waarin hij uitlegd dat vrouwen niet kunnen schaken:

In alles is de vrouw superieur aan de man, maar zij mist één ding: intuïtie.

Hier moet direct gewaarschuwd worden tegen een misverstand. Het begrip intuïtie wordt hier niet gehanteerd in de afgesleten, vulgaire zin waarin het maar al te vaak gebruikt wordt. Zo kon het zelfs gebeuren dat een paradoxale samenvoeging 'vrouwelijke intuïtie' ontstond, waarmee echter niet meer wordt aangeduid dan de combinatie van het fijn ontwikkeld waarnemingsvermogen van de vrouw waar het de man de voorkeur betreft, samen met haar ongelooflijke geheugen. Het begrip intuïtie wordt hier natuurlijk in een veel oorspronkelijker zin genomen. Bedoeld wordt: de echte 'inval'. Men doet iets of men laat iets na, zonder enige aanwijsbare bedoeling, en achteraf blijkt deze daad de enige juiste te zijn geweest. Men worstelt bijvoorbeeld met een probleem en in de drukke winkelstraat wandelt men een willekeurige boekhandel binnen, waar men een willekeurig boek van de plank neemt. Het boek valt open op pagina 84 en daar staat precies de oplossing van het probleem.

(...)

Vrouwen handelen over het algemeen nooit zonder reden en doel. Of dit haar altijd duidelijk voor de geest staat is slechts een kwestie van het niveau van haar intelligentie. Toch weet ieder die wel eens iets met vrouwen gehad heeft, getrouwd geweest is of zo, dat het zinloos handelen ook bij vrouwen voorkomt.

Toch heeft men dan nooit met een echte 'inval' te doen. Beter ware het van 'gril' te spreken. Het grote verschil met de mannelijke intuïtie is dat het doelloos handelen bij de vrouw altijd, onder alle omstandigheden, tot een catastrofe voert. Er kan nooit iets goeds van komen en achteraf kan men slechts zeggen: het is een vrouw.

(...)

De ervaring heeft echter geleerd dat dit diepe besef van waarheid, zoals wij het in de vrouw zo sterk aantreffen, niet voldoende is voor het spelen van een behoorlijke partij schaak. Maar wat zou dat! Er is zoveel meer: godsdienst en kunst, roddel, politiek, kinderen krijgen, filosofie en het maken van nuttige handwerken.

Avenue, augustus 1968

J.H. Donner De Koning
Amsterdam 2002

De anecdote gaat dat er zeer veel boze ingezonden brieven kwamen op dit stukje. Eén mevrouw schreef boos dat mijnheer Donner straks nog ging beweren dat negers niet konden schaken. Het schijnt dat Donner geantwoord heeft: mevrouw begrijp het niet, negerinnen kunnen niet schaken!