Ik zag hem alleen 's ochtends: de meneer van de fietsenstalling. Baard, niet lang en mager. Altijd vriendelijk naar zijn klanten en wat onhandig in het maken van grapjes. Soms had hij de radio luidt aan staan als er weer een cabaretier op de radio was. Dan galmde de stem van Freek of van Youp door de catacomben van het treinstation. Ik mocht hem wel, maar ik vond het wel eigenaardig dat hij mijn 'goedemorgen' nooit beantwoordde. Ik hield stug vol, ik zou me niet laten verleiden tot onvriendelijkheid.

Maar op een ochtend vergat ik het, misschien zag ik hem niet staan, misschien was ik in gedachten of sliep ik nog gewoon. In ieder geval, ik liep door (want abonnement) en ik hoorde ineens boos achter mij: JA, GOEDEMORGEN MENEER! Krijg nou wat dacht ik nog en toen ik me omdraaide zag ik een grote greins. Vanaf die ochtend groetten wij elkaar.

Nu had ik al de indruk gekregen dat hij niet jong meer was en op een dag was hij er niet meer. Een jonger iemand had zijn plaats ingenomen, tijdelijk zo zou blijken.

Die middag was ik wat vroeger uit mijn werk gegaan en dus ook wat vroeger bij de fietsenstalling. Terwijl ik mijn fiets uit het rek haalde zag ik hem staan, druk in gesprek met klanten. Hij had een wit t-shirt aan wat bepaald niet bij hem paste met zijn baard en postuur. Toen ik dichtbij kwam bleek er 'Real men loves Jezus' op te staan. Ik schoot in de lach, hij zag mij en we zeiden beide bijna tegelijk: goedemorgen!

Sindsdien heb ik hem niet meer gezien.