Voordat ik ging studeren en dus de lessen bij hem zou gaan beeindigen, wilde mijn muziekleraar mij nog confronteren met een bepaald muziekstuk. Ik zie hem nog staan met het boek in de hand, één grote glimlach. Ik bespeurde enig leedvermaak in die glimlach. Hij wist bij voorbaat dat hij me nu te pakken had. Ik brande van nieuwsgierigheid. Het zette het boek op de lessenaar en ik bekeek de eerste pagina met noten. In mijn ooghoeken zag ik dat hij mijn reactie monsterde, ik zou me niet laten kennen. Ik speelde over het algemeen redelijk goed prima vista dus ik begon. Na enkele maten wist ik het: dit wordt helemaal niks. Mijn wanhoop verbergend keek ik hem aan en vroeg of ik er misschien eerst een weekje op mocht studeren. Probeer maar de bovenste stem met je rechterhand. Hij was duidelijk van plan om even te genieten van dit moment, zelden had hij mij zo in verwarring gezien. Ik probeerde de rechterhand, maar ik begreep er niets van. De maat houden lukte niet eens! Hoe moest ik toch al die stemmen ordentelijk onder elkaar krijgen?

Een week later speelde ik de eerste bladzij, slechts de eerste bladzij. Het was een ramp! Het leek nog niet eens op wat het moest worden. Ik kon me niet eens voorstellen hoe het moest worden. Complete chaos. Dit was niet leuk, maar mijn muzieleraar scheen zeer enthousiast. Nog een keer. Elke stem appart, zo langzaam mogelijk en geen fouten maken. Het was hopeloos. Qua noten was het niet moeilijk, maar het ritme kreeg ik niet in mijn vingers en harmonisch begreep ik er al helemaal niets van. Wat was dit voor muziek? Ergens vond ik het wel intrigerend, maar het werd overschaduwd door mijn irritatie dat ik het niet voor elkaar kreeg. Meer dan die ene bladzijde heb ik nooit geprobeerd.

Jaren later zag ik de componist op televisie in een documentaire. Een klein mannetje liep met een notatiebord voor zijn buik door het bos. Alpinopetje op zijn hoofd. Hij luisterde naar de vogels. Zijn vrouw liep voor hem uit met geluidsapparatuur, zij nam de vogelgeluiden op. Het Franse mannetje ging helemaal op in wat hij hoorde, hij speurde met zijn oren naar de vogels. Soms schreef hij driftig op het papier, muzieknoten en tekst. Hij leek wel een beetje op mijn muziekleraar met zijn olijke gezicht.

Olivier Messiaen (1908-1992). Ik hou niet van die vragen, maar als je mij vraagt wie ik de beste componist van de twintigste eeuw vind dan is hij het wel. Naast componist was hij ornitholoog (vogeldeskundige) en hij gebruikte vogelgeluiden in zijn muziek. Iemand die in een tijd waarin alle componisten meer bezig waren met discuzeuren over hoe je moest componeren, ging hij stoïcijns zijn eigen weg. Hij was een enthousiast katholiek, maar zijn muziek heeft er wonderwel niet onder geleden. Hij ontwikkelde zijn eigen compositorische principes, wars van alle modes. Het was middel, geen doel. Doel was zingen voor God, zoals de vogels dat deden. Maar ik vergeef hem deze vaagheid, want zijn muziek is monumentaal. Hij durfde grenzen te overschrijden. Ondanks zijn religie had hij belangstelling voor muziek uit andere culturen. Zo bestudeerde hij de ritmiek uit India en verwerkte dat in zijn eigen werk. Dat hij daarmee een zeventien jarig knulletje achter een kerkorgel tot waanzin dreef kon hij daarmee niet vermoeden. Hij had geen boodschap aan onze strakke maatstrepen waarbinnen alles in tweeën en drieën verdeeld moest worden.

In zijn orgelwerk Livre du Saint Sacrement zit een opeenvolging van akkoorden die adembenemend is. Tergend langzaam, een reus op betonnen schoenen, wordt akkoord naast akkoord geplaatst. De abstracte dissonanten luisteren naar een interne wetmatigheid die een onnavolgbare opbouw bevatten uiteindelijk culminerend in een geweldige consonant akkoord, een grote drieklank, die soms wel verboden leek in de 20e eeuwse "klassieke" muziek. Het resultaat is een gevoel van bevrijding, een opgaande zon die zijn hoogste punt bereikt, een muzikaal orgasme wellicht, de opstanding van Jezus Christus voor Messiaen.

Zijn vrouw, Yvonne Loriod, was een begenadigd pianiste en voor haar schreef hij het poëtische Catalogue d'oiseaux. Elk deeltje is een muzikale beschrijving van een streek in Frankrijk waarin de vogels die daar leven muzikaal zijn verwerkt. Ze heeft het zelf opgenomen en het is waanzinnig moeilijk om te spelen. Ik moet zeggen dat ik haar spel wat hard en ongenuanceerd vind, maar haar echtgenoot heeft het ongetwijfeld zo gewild. Het is niet verwonderlijk dat de componist die ook ornitholoog was een opera geschreven heeft over het leven van Franciscus van Assisi. Ik heb het stuk nog nooit beluisterd en het moet er zeer zeker een keer van komen. Mocht het stuk ooit in Amsterdam gaan dan ga ik er zeker naar toe.

Maar dat ene orgelwerk van Messiaen wat ik op een zaterdagochtend op mijn lessenaar vond heb ik nooit kunnen spelen. Ik weet zelfs niet meer welk stuk het was. En als ik weer denk aan die glimlach van mijn leraar dan moet ik zelf weer grimlachen. Verdorie, had hij me mooi te pakken! Op de valreep had hij mij nog geleerd dat er ook nog andere muziek mogelijk was.