café Sisyphus (3)

JWL komt terug van het toilet.

JWL: Dat is nu vervelend aan bier: het wil er altijd weer even snel uit als het naar binnen geslagen is.

Maar goed, Raas, is het leven nu een essay?

Raaskalnikov: Het leven is het leven.

JWL: Ok, een tafel is een tafel. Toch zijn er vele verschillende tafels. Een object wat ik nooit eerder gezien heb kan ik toch herkennen als een tafel, omdat het schijnbaar aan bepaalde kenmerken voldoet waardoor ik het kan herkennen als tafel. Ik kan geen sluitende definitie geven van een tafel, maar dat is geen belemmering om een tafel te herkennen.

R: Jij hebt muziekwetenschappen gestudeerd, jij moet weten wat muziek is. Als je niet weet wat muziek is kun je het ook niet onderzoeken. Welke definitie heb jij van muziek?

JWL: Het is van geen belang om een sluitende definitie van muziek te hebben. Je hoeft alleen maar te weten waar je de muziek kunt vinden. Waar is muziek? is een betere vraag.

R: En waar is muziek?

JWL: In onze geheugens: in ons hoofd, in een bibliotheek, bladmuziek, op een cd ... overal waar het antwoord is: daar is de muziek. Meer hoef ik niet weten om de muziek te vinden die ik wil bestuderen. Kijk een definitie van muziek hebben kan heel praktisch zijn, maar je moet er rekening mee houden dat er altijd iets buiten kan vallen. Je definitie moet dus geen dogma zijn, maar altijd voorlopig. Je zou dus een formulering kunnen vinden die ongeveer zo verloopt: muziek is dit ... maar ook dat ... en dat ... enz. enz. ... totdat je alle muziek hebt opgenoemd.

R: Dus: het leven is een essay, maar ook ...

JWL: ... maar ook niet, om het nog leuker te maken!

R: Maar dan wel een essay in progress, immers het is nog niet af.

JWL: Zoiets ja. Kijk, het gaat er mij niet om of de gedachte waar is, maar wat het opleverd. Misschien is het wel een gevaarlijk vorm van leven. Je leven leven als proef: dit eens proberen, dat eens proberen, ervaringen opdoen. Je hebt van die mensen die niet weten wat ze met hun leven willen. Ze rennen van het een naar het ander. Nergens vinden ze voldoening. Werken ze een jaar hier, dan willen ze weer wat anders. Volgen ze een studie, dan zijn er na een paar maanden al weer op uitgekeken. Ze leven van ervaringen, hun leven is in a way essayistisch.

R: Ik weet het JWL, je beschrijft mijn leven. Vanavond wil ik dat meisje, morgenavond weer een andere. Hoe zou het zijn als ik zus, hoe zou het zijn als ik zo... No wishfull thinking, just a way of life. Ik wil weten hoe het leven in elkaar steekt, ik bekijk het van vele kanten. Ik probeer een rode draad te vinden, ik probeer erachter te komen, wat het leven tot het leven maakt. Niet uit boeken, maar in de praktijk.

...

JWL: Ik ben jaloers op je Raas, maar ik zou het niet kunnen als jij, ik kan niet zo gevaarlijk leven. Bovendien zou ik andere antwoorden vinden. Ieder mens schrijft zijn eigen filosofie, hij kan niet anders. De antwoorden die jij zult vinden zullen alleen voor jou gelden.

R: En ik ben jaloers op jou JWL. Ik zou wel die rust willen hebben van baan, vrouw en kind, dat je je daar geen zorgen meer over hoeft te maken.

JWL: Dat begrijp je verkeerd R. Ik heb meer van jou leven dan je denkt en jij meer van mij dan je denkt. Er is geen onderscheid.

JWL en R rekenen af. De laatste ronde heeft een tijd geleden geklonken. R. zou wensen dat hij nog een biertje zou kunnen drinken om moed te verzamelen, moed om de nacht in te gaan en alleen thuis te komen. Geen meisje vanavond. JWL loopt met gebogen hoofd het cafe uit, draait zich om: het ga je goed Raas! Dan voelt Raas een hand op zijn linker schouder. Zo mannetje wat kijk je somber. Raas draait zich om. Het meisje! En het glas bier is – o wonder – gevuld. Het leven lacht hem tegemoet.