Gistermiddag was ik om vijf uur op het station Amsterdam Centraal, een bijna dagelijks ritueel. Normaal gesproken ben ik vrij op woensdag, maar deze week had ik mijn vrije dag verschoven. Een ongelukkige keuze zo zou blijken.

Het zit 'm in kleine dingen. De wijze waarop mensen bijelkaar staan, hoe ze kijken. Er was iets mis dat was duidelijk en algauw hoorde ik de omroepster vertellen dat er een stroom- en wisselstoring was. Gepokt en gemazeld in het reizen per trein schakel ik meteen over op een houding van geduld: dit kan wel even duren. Eerst maar even wat eten.

Rustig overweeg ik de alternatieven. Met tram 5 naar Amstelveen om daar een doorgaande bus naar Utrecht te nemen, daarvoor is het te laat. Ik kan de metro nemen naar Amstel of Duivendrecht, maar of daar nog treinen komen weet ik niet. Mocht het helemaal niet lukken dan kan ik een neef van mijn vrouw in Amsterdam bellen of ik daar een nachtje mag logeren. Ik besluit te wachten, ook al adviseert de omroepster dat de reizigers beter naar alternatief vervoer kunnen gaan kijken, excuses voor het ongemak.

Ongemak. Het enige ongemak wat ik eraan heb is dat het me tijd kost die ik liever anders had willen besteden. Dat valt nog wel mee. Ik hoef geen afspraken te halen, ik loop niet rond met kleine kinderen, ik zit niet in een rolstoel enz. enz. Nee, ik wil alleen maar naar huis en dat gaat nu wat langer duren. Geen ramp, beetje vervelend alleen. Ik heb altijd wel wat bij me om te lezen en mensen observeren is ook een aardige tijdsbesteding, zeker bij dit soort calamiteiten. De blikken, de loopjes, het mobiele gebel, roken, cynische grappen maken, irritatie, schelden op de NS, de mensheid laat zich weer kennen, er is weinig voor nodig om het laagje beschaving kwijt te raken. Gelukkig dat de meeste mensen redelijk rustig blijven en er het beste van proberen te maken. Bovendien raak je zo nog in gesprek met mensen die je anders nooit zou spreken.

Dan adviseert de stem uit de geluidsboxen de reizigers voor de richting Utrecht om de metro naar Duivendrecht te nemen, daar zullen treinen vertrekken naar het oosten. De mensenmassa komt in beweging, gezellig met z'n allen ondergronds. De controleurs van het metrobedrijf bij de toegangspoortjes vervloeken de Nederlandse Spoorwegen. Ze zouden beter het privatiseringsevangelie van de koene Nederlandse liberaaltjes kunnen vervloeken.

Metrolijn 54 naar Gein is de enige die rechtstreeks naar Duivendrecht gaat. De Geinlijn, denk ik nog. Ik laat enkele metro's met ingeblikte sardientjes zonder mij vertrekken, maar uiteindelijk sta ik ook in een volle metro.

Station Duivendrecht staat vol met gestrande reizigers. Oud en jong, Nederlands en buitenlands, mensen met koffers, kinderen, vouwfietsen. Je kunt niet over het perron lopen, alleen maar schuifelen. Wie een aanslag met veel doden had willen plegen had op dat moment zijn kans moeten grijpen. Bovendien is station Duivendrecht een ongelijkvloerse kruising van sporen, dus perron 8 was met beetje rugzak met explosieven ingestort op de reizigers langs spoor 1. Succes verzekerd.

Er wordt omgeroepen dat reizigers in de richting Utrecht de stoptrein via Hilversum kunnen nemen op spoor 1. We gaan met z'n allen kijken hoeveel mensen de (rol)trappen aankunnen. De massa verplaatst zich naar benedendeks. Daar maakt de middenstand ongekende omzetten en nemen velen een houding aan waarbij een apparaatje tegen het oor wordt gedrukt. Ik zie in dat het einde van dit avontuur nog niet in zicht is en besluit buiten het staton even wat rust op te zoeken en een sjekkie te roken. Aldaar zie ik een vrouw druk pratend en gesticulerend met zo'n apparaat aan haar oor. Uit de flarden van het gesprek maak ik op dat: a. zij naar huis wil; b. zij gewend is om haar zin te krijgen; c. haar man in aantocht is om haar met de auto op te halen; d. hij niet goed weet waar station Duivendrecht is; e. als ik een relatie had met deze vrouw meteen met mijn auto rechtsomkeerd zou maken.

Ik bedacht me dat ik nog een alternatief had gehad. Ik had ook naar station Muiderpoort kunnen gaan en daar buslijn 120 naar Utrecht kunnen nemen. Het leek me echter beter om nu maar de ontwikkelingen af te wachten. Ondertussen was er een trein naar Almere vertrokken vol met mensen die ook naar Utrecht wilden. Inderdaad, je kunt in Weesp overstappen voor Hilversum, maar het leek mij beter om nog even wachten ... als ik al ín de trein was gekomen.

Dan deelt de stem uit de hemel mee dat de stroomstoring is opgelost en dat het treinverkeer weer langzaam op gang komt. Met zijn allen weer naar de (rol)trappen, terug naar spoor 8. En inderdaad, er komt een trein naar Utrecht binnen. De trein zit al redelijk vol. De reizigers die naar binnen willen springen als leeuwen op hun prooi. Reizigers die de trein willen verlaten moeten maar zien hoe ze zich er doorheen wurmen. Vervolgens het prachtige fenomeen van het niet doorlopen in de trein. Op het perron zie je dat er in de gangpaden van de trein nog voldoende ruimte is, maar binnenin lopen de mensen niet door. Woede op het perron. Uiteindelijk vertrekt de trein zonder dat dat opgelost wordt. Het blijft druk op het perron. Dan komt er een internationale trein naar Keulen binnen. Normaal gesproken moet je daarvoor een toeslag betalen, maar men heeft een behoorlijke mentale dikke vinger richting de NS opgeheven en ook deze trein loopt helemaal vol. Nu het perron aardig leeg gelopen is en het niet veel drukker is dan een normale spits weet ik dat ik in alle rust met de volgende trein mee zal kunnen.

Twee mensen op leeftijd spreken mij aan, ik had ze al een tijdje zien staan. Enige latente paniek begon zich af te tekenen op hun gezichten. "Meneer, is dit het enige spoor?". "Nou, nee, aan de andere kant is ook een spoor voor de treinen naar Centraal en beneden zijn ook nog sporen." "O. Wij moeten naar Enschede, dan moeten we toch niet over Utrecht?" "Nee, dan kunt u beter over Amersfoort gaan, die trein vertrekt waarschijnlijk van spoor 1". "Ach, dank u wel, dank u wel meneer!". Ik wist dat het een rede moest hebben dat ik daar zolang op een trein stond te wachten. De volgende trein kon ik dus met een gerust hart nemen.

Om half negen was ik thuis, twee en een half uur later dan normaal. Ik plofte met een beker drinken neer in een stoel, benen op de tafel, ogen dicht en verzuchtte: "hèhè, eindelijk stilte".