Toen ik nog op de middelbare school zat ging ik vaak in vrije uren naar de Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden. Deze bibliotheek lag aan de rand van de Prinsentuin en tegenover de Oldehove. Het was misschien vreemd voor een middelbare scholier om vrijwillig zijn uurtjes in een bibliotheek door te brengen, maar zo zat ik nu eenmaal in elkaar. Ik hield van boeken en wie van boeken houdt, houdt van bibliotheken.

In de centrale hal kon je zoeken in catalogi. Geen computers, maar kaartenbakken. Ik heb daar eindeloos gezocht naar boeken over componisten en filosofen, vooral Wagner en Nietzsche natuurlijk. De medewerkers aan de balie keken me wel eens verbaasd aan. Sommige waren al aan me gewend. Ik vond het prachtig. Je vulde een kaartje in dat je daar aan een medewerker gaf en dan wist je dat er iemand de catacomben inging om het boek voor je tevoorschijn te halen. Misschien was je wel de eerste die dat boek kwam inkijken, misschien had dat boek al jaren en jaren ongeopend daar gestaan en werd er eindelijk aandacht aan hem besteed. Ze hadden één van de eerste complete uitgaven van Wagners geschriften, de rode bandjes. Het was in gotische letter gedrukt, prachtig vond ik dat.

Toen we voor geschiedenis een werkstuk moesten schrijven had ik daar mijn weg al aardig gevonden. We mochten zelf een onderwerp uitzoeken en ik wilde iets schrijven over de politieke opvattingen van Wagner. Wagner (1813-1883) was door de nazi's misbruikt en ik wilde laten zien dat Wagner eerder linkse ideeën had dan dat hij een proto-fascist was.

Ik wist dat Hitler in een passage in Mein Kampf over Wagner had geschreven en dat wilde ik nu eens zelf gaan lezen. Maar dat boek is niet in de boekhandel te krijgen en internet had je toen nog niet in de huidige vorm. De Provinciale Bibliotheek had een exemplaar. Ik durfde het niet aan te vragen. Stel je voor dat ze me voor een neo-nazi zouden aanzien. Toch was ik zeer nieuwsgierig naar dit verboden boek. Uiteindelijk heb ik met zenuwen in mijn lijf het kaartje ingevuld en schichtig op de balie gelegd toen er even niemand stond. Terwijl ik in een ander boek zat de bladeren zag ik in mijn ooghoeken dat het kaartje werd gepakt. Er gebeurde niets ongewoons. Tien minuten later hoorde ik mijn naam en ik liep met kloppend hart naar de balie. Ik werd kritisch opgenomen. "Waar heeft u het boek voor nodig?" (Ze spreekt me met u aan, dacht ik nog) "Euh, voor een werkstuk voor school," antwoordde ik naar waarheid. "U weet dat u het boek niet kunt lenen, u kunt het alleen inkijken," de blik van de medewerkster werd steeds strenger.

Ik weet niet meer of ik nu een Duitse tekst of een Nederlandse vertaling had aangevraagd, ik vermoed het laatste. Ik zie me nog steeds naar een leestafel lopen met het boek. Dit boek voelde anders, het was eigenlijk een verboden boek. In dit boek stonden Erge Dingen die je eigenlijk niet mocht lezen. Het boek werd er alleen maar spannender door. Heus, ik overdrijf niet, maar ik vond het heel spannend om het boek open te slaan. Voorin stond een foto van de Führer. Het is echt!

Het kostte me geen moeite om de passage over Wagner te vinden. Ik heb het keurig overgeschreven en geciteerd in mijn werkstuk. Op het mondeling tentamen over het werkstuk vroeg mijn leerkracht geschiedenis hoe ik eraan was gekomen. Hij vond het geweldig dat ik er moeite voor had gedaan, zoiets schrijf je niet over uit een ander boek.

Ik heb lang in Mein Kampf zitten lezen. Letters op bladzijden die verwijzen naar vreselijke gruweldaden, daden die nog moesten gebeuren toen de schrijver de tekst verzon. Kun je dat een boek verwijten? O ja, ik weet nog dat ik een half uur te laat binnenkwam bij het volgende uur wiskunde. Ik moest een briefje halen bij de concierge en hij wilde natuurlijk weten waarom ik te laat was. Ik heb het maar gelaten bij 'de tijd vergeten'.