Störig heb ik gelezen en Copplestone en dat prachtige kijk- en leesboek De verbeelding van het denken, maar elke keer heb ik hetzelfde probleem met die Grieken. Ditmaal in De droom der rede van Anthony Gottlieb. Lezen over de presocraten en de sofisten, allemaal even boeiend. Maar dan komt het hooggebergte: Socrates, Plato en Aristoteles. Mijn interesse stokt. O ja, Plato schrijft prachtig en zijn Ideeën vind ik aardig gevonden, maar tegelijk ook zo lachwekkend. Aristoteles is de mindere schrijver, maar bij hem zie ik door de bomen het bos niet meer. In die geschiedenisboeken gaat het maar eindeloos over die twee. Het liefst zou ik ze overslaan, maar ja, zonder die twee had de filosofie er totaal anders uitgezien. Sommigen vinden zelfs dat de hele filosofiegeschiedenis een voetnoot bij Plato is. Overdreven, maar het zegt veel. (Nietzsche noemde het christendom Platonisme voor het volk, wat ik ook een aardige vind).

Gelukkig heb ik ze nu weer even gehad. Anthony Gottlieb schrijft aantrekkelijk, maar bij Plato en Aristoteles begon het kunstje te vervelen. Nu ben ik bij de Epicuristen, de Stoïcijnen en de sceptici: veel interessanter wat mij betreft. Als ik over Epicuris lees kan ik me een beetje epicurist voelen. Ik kan me stoïcijn voelen en scepticus. Het staat dichter bij mijn ervaring van het leven en de wereld.