RDNZL vroeg in een reactie naar mijn voorkeur. Anti-globalisme, islam, liberalisme?

Ik vind dat zo'n moeilijke vraag: tot welke -isme reken ik mezelf? Om dat te kunnen weten moet ik eerst weten wat mijn opvattingen zijn. Dat klinkt logisch, maar ik heb het idee dat veel mensen zich tot een -isme voelen aangetrokken en hun opvattingen daaraan aanpassen. Het behoren tot een bepaalde politieke of religieuze stroming lijkt een keuze voor een lifestyle. Dat ziet men vaak al aan de kleding die iemand draagt. Soms heeft iemand linkse opvattingen, krijgt vrienden die politiek actief zijn en huppaké, ineens heeft men nog meer radicale linkse ideeën. In bepaalde politieke kringen lijken te opvattingen ook te radicaliseren omdat het dan status geeft binnen de politieke groep. Dat heeft niets meer met overtuigingen te maken, maar met sociale behoeften. Ik ben me daar zeer bewust van en ik ben altijd zeer argwanend naar mijn eigen opvattingen. Ik wil zoveel mogelijk onafhankelijk blijven in mijn bovenkamer. Zoveel mogelijk, want echt onafhankelijk denken is onmogelijk.

Maar wat zijn die opvattingen van mij dan? Eerlijk gezegd: ik weet het niet zo goed. Of beter: het is niet zo uitgekristalliseerd. Dat is ooit anders geweest. Zo'n twintig jaar geleden was ik overtuigd VVD-er, een paar jaar later noemde ik mezelf anarchist. Maar slechts in woorden, ik kan me niet beroepen op veel daadkracht. Het enige linkse wat ik wel gedaan heb is dienstweigeren, een keer meegelopen tegen kernwapens. O ja, ik ben eens op een blauwe maandag naar een vergadering van de gemeentelijke afdeling van GroenLinks in Zeist geweest en dat was slaapverwekkend. In de tijd van de eerste golfoorlog ben ik uit protest lid geworden van GroenLinks, maar daar lag ook niemand wakker van.

Nee, ik noemde mijzelf een anarchist, een religieus anarchist zelfs. Ik vond dat staten afgeschaft moesten worden en de mensen weer in kleine gemeenschappen moesten gaan leven. Terug naar de natuur ook. Geen welvaart maar welzijn. Gezag moest je verdienen maar mocht niet absoluut zijn. Wetten dienden als richtinggevers, niet als dwingend. Ik had (en heb overigens) sympathie voor het Taoïsme en het Zen-Boeddhisme en daarnaast was ik zeer New Age. Ik mediteerde, brande wierook, geloofde heilig in een spirituele werkelijkheid achter de materiële werkelijkheid. Ik kokketeerde met astrologie en numerologie en las boeken als Seth spreekt. Ik interesseerde me eveneens voor theosofie en antroposofie, ik probeerde de boeken van Blavatksy te lezen (maar ik begreep er helemaal niets van) en Rudolf Steiner. Ook Krishnamutri had mijn aandacht, maar ook daarvan snapte ik niets. Muziek was voor mij de poort naar de spirituele wereld, muziek had de kracht om de spirituele kant in de mens wakker te maken. Ik las boeken over sjamanisme en wica en ik vond het allemaal even inspirerend. Ik kan nog wel even doorgaan met opsommen.

Er was één boek dat ik mijn bijbel noemde: de Tao van Poeh. Wanneer ik me ongelukkig voelde las ik bijna altijd in dat boek. Daarnaast las ik veel Nietzsche, maar ik interpreteerde Nietzsche naar mijn eigen spirituele ideeën.

Toch moet er altijd twijfel geweest zijn. Hoezeer ik ook geloofde dat de mens keer op keer reïncarneerde en elk leven zijn les moest leren en zijn weg moest gaan – het waren mooie overtuigingen, maar de wereld veranderde niet. Hoezeer ik ook geloofde dat er in elk mens, dier, misschien wel in alle materie een goddelijke vonk huisde en dat je daar op moest blijven vertrouwen – de wereld veranderde niet. Er knaagde iets: zou het kunnen dat al die prachtige optimistische ideeën gewoon sprookjes waren? Zou het kunnen dat er niet meer is dan de wereld die ik waarneem, dat er geen werkelijkheid achter de werkelijkheid bestaat? En áls dat zo is: is dat dan erg? Maakt het wat uit?

Langzaam maar zeker moet die twijfel de overhand hebben gekregen. Uiteindelijk heb ik al mijn New Age boeken aan een handelaar in tweedehands boeken verkocht en ik mis ze nog steeds niet. De boeken over Zenboeddhisme en Taoïsme bleven en ik vind ze nog steeds inspirerend. Ze hebben niet per se een ware wereld nodig.

Ik probeer het tegenwoordig eenvoudig te houden. Eerst maar eens proberen de wereld te nemen zoals die op mij overkomt. Dát is al mysterieus genoeg. Eerst maar eens proberen gewoon vriendelijk tegen andere mensen te zijn. Dat is soms al moeilijk genoeg. Waarom je bezighouden met metafysica of links radicalisme als er een afwas staat te wachten en die moet nu eenmaal gewoon gebeuren. Ik probeer maar te doen wat ik moet doen. Je kunt nog zulke hoogdravende ideeën hebben, uiteindelijk moet je ademhalen en een boterham eten. Dan kun je toch beter naar de bakker gaan? Ik probeer te doen waar ik plezier in heb. Ik probeer mijn overtuigingen eenvoudig te houden: de natuur is waardevol, de wereld is waardevol, mensen zijn waardevol. Het is beter aardig tegen elkaar te zijn, datgene wat we aantreffen op de wereld eerlijk te verdelen, het ecologisch evenwicht te bewaren. Niet alleen omdat ik wil dat mijn kind ook nog van de natuur kan genieten, maar omdat ik de natuur an sich waardevol vind. Per slot moeten we allemaal schone lucht inademen, moeten we allemaal eten en drinken, willen we graag allemaal gezond zijn enz. enz. Waarom zouden we een godsdienst, een politieke overtuiging of wat dan ook nodig hebben om aardig tegen elkaar te zijn? Waarom zouden we bezittingen hebben? Waarom maken we het elkaar zo moeilijk, waarom vechten mensen? Waarom ... zo kan ik eindeloos doorgaan. Misschien zijn het kinderlijke vragen, maar ze zijn al moeilijk genoeg. Misschien is er maar één antwoord: omdat het de menselijke natuur is.

Wel RDNZL, bij welk -isme zal ik me nu indelen?