Ik heb het mijn moeder al lang vergeven hoor. Zij kon het ook niet weten, het gebeurde met de beste bedoelingen. Het moet aan het einde van de lagere schooltijd of aan het begin van de middelbare schooltijd geweest zijn. Ik mocht eens mee naar een operette-voorstelling. Helemaal zeker ben ik niet meer, maar het moet Gräfin Maritza (1924) van Emmerich Kalman (1882-1953) geweest zijn. De vage beelden die uit mijn herinneringen bovenkomen bevatten typsiche Weense belle epoque beelden: jurken, pakken, blijheid met een vleugje foute volwassen ondeugendheid. Absoluut niet grappig. Maar ik was toen nog een kind (mijn pubertijd kwam laat) en vond het allemaal heel spannend. Zitten in zo'n zaal (De Harmonie in Leeuwarden), licht uit, doek open en een raar aangekleed toneel. Het orkest begint te spelen en dan ... gaan die mensen daar op het podium zomaar zingen!!! Dat herinner ik me nog het beste: ze gingen zingen en ze zongen ook zo raar, met zo'n vreemde trilling in hun stem. Ik had geen idee waar ze het over hadden – Duits verstond ik nog niet –, maar ik was ongetwijfeld gebiologeerd door wat er allemaal gebeurde. Zoiets had ik nog nooit gezien én gehoord.

De tweede maal dat ik naar een muziektheatervoorstelling ging zat ik ongetwijfeld al op de middelbare school. Ik ging al geregeld naar koncerten, ik had samen met mijn moeder een abonnement op het Frysk Orkest. Zo leerde ik in mijn tienerjaren het ijzeren repertoire kennen. De route op de fiets naar mijn middelbare school (voor de Leeuwarders onder u: ik zat op het Lienward College wat toen nog Achter de Hove zat) ging langs De Harmonie. Ik ging met mijn zwager (mijn zus is elf jaar ouder en was toen al getrouwd) naar een voorstelling van Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart. Ditmaal had ik me beter voorbereid. In één van mijn eerste muziekboeken – de muziekencyclopedie XYZ in de muziek van Caspar Höweler – had ik de opera opgezocht en het verhaal gelezen. Opnieuw vond ik het zingen spannend. De voorstelling had nu ook een puzzelelement, want al kon ik een beetje Duits, met het gezongen Duits vroeg ik me nog steeds af waar we in het verhaal waren. Nu is de Entführung een komische opera en het publiek moest geregeld lachen. Ook al ontging mij de tekst, de scènes met Osmin, Blondchen en Pedrillo waren visueel heel grappig. Tegenwoordig is deze opera natuurlijk wat pijnlijk. Ten eerste is de Turk Osmin zeer vrouwonvriendelijk en ten tweede zou hij – gezien zijn gedachten over westerlingen – verdacht worden van banden met Al Qaida (Erst geköpft, / dann gehangen, / dann gespießt / auf heiße stangen; / dann vebrannt, / dann gebunden, / und getaucht; / zuletzt geschunden enz..) Drama in deze opera is er slechts terloops en het loopt allemaal gelukkig weer goed af. Bassa Selim blijkt uiteindelijk een aardige, intelligente en verlichte Turk.

Ik was gegrepen door opera. Thuis haalde ik allemaal platen van mijn ouders tevoorschijn met opera. Het was allemaal opera zoals ik dat gisteren beschreef. Toen was het nieuw, verrassend en luisterde ik zonder vooroordelen. Mijn oren zogen al die nieuwe klanken naar binnen. Mijn zwager legde de basis voor mijn Wagner-liefde door zijn lp's met Wagner-opera's aan mij uit te lenen. Ik was helemaal gek van Der fliegende Holländer en mijn ouders werden er op een andere manier gek van. Heb je een zoon wat niet naar harde popmuziek luistert, maar naar klassieke muziek: gaat hij naar Wagner luisteren!? Vrienden en leerkrachten vonden het eveneens wat vreemd, zo'n tiener die helemaal gek is van klassieke muziek en dan ook nog opera én dan ook nog Wagner.

In die tijd was er op een zondagmiddag een documentaire over een componist waar ik nog nooit van gehoord had. Mijn ouders waren niet thuis en ik ging alleen naar deze uitzending kijken. Het ging over de componist Benjamin Britten (1913-1976). Britten was een componist met een geheel eigen stijl. Hij was enerzijds nog heel klassiek, maar gebruikte aan de andere kant het moderne idioom. Dat gaf een zeer boeiend spanningsveld: er zijn aan de ene kant genoeg aanknopingspunten richting klassieke harmonie en aan de andere kant word je geprikkeld omdat het totaal anders is. Na die uitzending was ik helemaal van mijn stuk. Wat een muziek! Nu wilde ik ook componist worden (en ik componeerde al in die tijd). Toen er in De Harmonie vervolgens een voorstelling kwam van Albert Herring moest ik daar naar toe. Alleen desnoods, want er wilde niemand mee naar deze zogenaamde moderne muziek. En ik ging alleen. Het kaartje kocht ik van mijn zakgeld. Wederom was het een komische opera, maar ditmaal was de muziek bij vlagen zo verschrikkelijk indrukwekkend dat de voorstelling als een droom aan mij voorbijtrok. En niet alleen de muziek. De decors, het acteren ... alles was nieuw en pakkend. Vooral de klanken die uit de orkestbak kwamen waren zo anders dan ik gewend was. Ik begreep werkelijk niet dat mijn leeftijdsgenoten hier geen belangstelling voor hadden. Wisten ze wel wat ze misten?

Soms zou ik wel eens terug willen naar die tijd. De tijd van de eerste indrukken. Tijdens mijn studie muziekwetenschappen zou ik natuurlijk nog veel nieuwe muzieken ontdekken, maar zo onbevangen als ik in mijn tienerjaren geweest ben ... dat is jammer genoeg voorbij. Niet dat ik nooit meer kippenvel krijg. Ik zal u nog wel eens vertellen hoe ik met zoveel graden koorts en tranen op mijn wangen de derde akte van Tristan und Isolde in de Stopera heb doorstaan. Maar de verbazing over onbekende muzikale werelden? Dat is minder, veel minder geworden. Helaas.

Maar mijn moeder heb ik het vergeven. Niet dat ze mij meegenomen heeft naar een voorstelling – dat niet! Maar mama ... operette!? wil je me dát nooit meer aandoen!!!