De laatste ronde heb ik geheel onnodig verloren. In de opening (voor de kenners: ik speelde met zwart een Scandinavische verdediging) kwam ik heel snel in het voordeel. Maar in plaats van snel toe te slaan of af wikkelen naar een remisestand liet ik mijn voordeel vervlakken en kwam mijn tegenstander terug. Nog steeds had ik niet hoeven verliezen, maar een venijnig trucje deed me in het stof bijten. Door een gunstig eindresultaat aan het andere bord werd ik toch ongedeeld eerste. Met enige bescheidenheid, dat wel.

De eerste partij heb ik met geluk gewonnen. De hele partij stond ik slecht en het was een kwestie van tijd. Toen mijn tegenstander de partij wilde gaan uitcombineren bracht ik een eenvoudig valletje in de stelling die hij over het hoofd zag: mat in één. Soms is het schaakspel heel wreed. Mijn tegenstander had urenlang zitten zwoegen om een voordeeltje tot een gewonnen partij te brengen, vervolgens ziet hij één zet over het hoofd en alle moeite was voor niks.

De tweede partij was spectaculair en op het scherpst van de snede. Het bord stond in brand zeggen schakers dan, je kunt niet alles meer overzien en alles moet je in de gaten houden. Overal combinaties, penningen, stukken die in staan enz. enz. In tijdnood doe ik het verkeerd en ineens zit ik ontdaan naar een schijnbaar niet te voorkomen mat in één te kijken. Tijd om naar een oplossing te zoeken heb ik niet en ik doe wat veel schakers in dit soort situaties doen: door middel van schaakjes tijd winnen. Mijn tegenstander doet op de automatische piloot zijn zetten in de overtuiging dat ik mat toch niet meer kan voorkomen, maar bij mijn laatste schaakje val ik ook zijn dame aan waarmee hij mat had willen zetten. Hij moet ruilen, de matdreiging is voorbij en mijn tegenstander kijkt ineens naar een verloren eindspel aan. Had de zwartspeler iets langer de tijd genomen voor het tweede schaakje dan had een rustig ander zetje kunnen doen en had ik kunnen opgeven.

Ik mag niet ontevreden zijn met het resultaat. Ik had me ditmaal helemaal niet voorbereid en me voorgenomen om schaakopeningen te spelen die ik nooit speel. Geen routine dus en vanaf het begin improviseren en vertrouwen op eigen creativiteit. Dat beviel me uitermate goed. Ik moest stellingen spelen die ik anders nooit speel en waar ik dus fris tegenaan kon kijken. Er kwam zowaar weer wat spelplezier boven waarvan ik vergeten was dat dat er nog was. Ik was als schaker behoorlijk ingeslapen de laatste tijd en liep op de schaakclub alleen nog maar op mijn eigen spel te mopperen.

Het Corustoernooi is sowieso een stimulerende omgeving. Aan het weekendtoernooi deden er bij de amateurs maar liefst ruim 400 spelers mee, van jong (meisjes van jaar of acht) tot oud (heren op zeer hoge leeftijd). Toch valt op dat de kalende mannen van middelbare leeftijd domineren. Daarnaast zie je dat de gemiddelde leeftijd daalt naarmate het niveau hoger cq lager wordt.

De kijkers komen voor de schaakgoden in de grootmeestergroepen. Behalve aapjes kijken kun je ook naar een tent waar deskundigen uitleg geven over de partijen die de grootmeesters spelen. Gisteren deed Jan Timman dat en dat gaf mij een wrang gevoel. Jan Timman speelde vorig jaar nog mee in de hoogste grootmeestergroep, maar gebrek aan resultaten en een toevallige samenloop van omstandigheden heeft de organisatie doen besluiten Timman dit jaar niet uit te nodigen. Hij mocht wel commentaar geven. Wrang. Daar sta je dan als vergane glorie. Ooit was je the best of the west, je hebt nog meegespeeld om het wereldkampioenschap en dan sta je daar ineens als een schoolmeester uitleg te geven. Ik moet zeggen, hij deed zijn best, maar ik denk dat zijn grote deskundigheid voor zijn gebrek aan flair voor velen niet geen compensatie was. Timman stond voortdurend te twijfelen over de zetten en zijn beoordeling daarvan terwijl arrogante amateurs uit het publiek deden alsof ze het allemaal wél wisten. Timman zal zelden zo zijn geduld geoefend hebben.