Dodenherdenking roept bij mij gemengde gevoelens op. Ik hoef niet overtuigd te worden van het nut van Dodenherdenking, maar als tiener werd ik vaak erg kriegel van de drammerigheid en bombarie waarmee Dodenherdenking omgeven werd. We mogen niet vergeten, het is goed erbij stil te staan, niet alleen bij de slachtoffers van vroeger maar ook bij die van vandaag. Het is een onderwerp dat bij mij verstilling en discretie oproept, een onderwerp waarmee men niet te koop loopt, waarbij tact geboden is. Dat mis ik de laatste jaren nogal eens.

Vanochtend weer, op bladzijde drie van Trouw: 'Dodenherdenking moet beter gepromoot'. Wat is het toch dat zo'n kop meteen mijn schamele haardos recht overeind doet staan? Het is zo langzamerhand een vaststaand ritueel naarmate de maand mei dichterbij komt: de jongeren, ze herdenken niet genoeg. De laatste jaren is daar een variant bij gekomen: de allochtone jongeren. Voetballen met kransen gaat mij ook te ver, maar het gebod 'Gij zult herdenken' ook. Straks wordt het nog een voorwaarde voor een verblijfstatus: heeft u wel netjes herdacht?

En dan meneer Enrico Bartens. Hij schreef 'een boekje "Mo"' – die formulering zegt alweer genoeg – over het aandeel van Marokkaanse soldaten in het verzet tegen de Duitsers. Heel goed meneer Bartens, alleen jammer wat Trouw in de laatste alinea citeert: Bartens denkt dat je 4 mei vooral beter moet verkopen. "Ik ben een reclameman. Ik weet hoe je mensen aan bijvoorbeeld een specifiek merk bier krijgt. Als je weet hoe je dat moet doen, dan weet je ook hoe je mensen aan de dodenherdenking krijgt. Met informatie én een stukje verpakking."

De Dodenherdenking als produkt dat verkocht moet worden. Laten we er dan maar meteen mee stoppen. Als je het cynisme van zo'n aanpak al niet meer kan zien ...

Als je wilt herdenken kun je maar het beste je huis afsluiten, gordijnen dicht en vooral geen tv en radio aan. Een paar minuten aandacht en stilte voor al die mensen die het leven lieten voor een beter leven voor anderen.