DICHTER!

Kam je haar, poets je schoenen!
Trek je innerlijk aan!
We gaan de wind een hand geven.
We gaan de horizon begroeten.

Zoveel te zien! Zoveel te doen!

We gaan de taal van de vogels leren.
We eten het zand van de tijd.
We blazen de wereld als een glas.

Ja! De namen zijn adem.
Het licht is een vogelkreet.
De waarheid een fabel

We gaan de handpalm van de wind lezen.
We geven de dingen een andere naam.
We slaan de idiomen met stomheid.
We spreken de horizon onder vier ogen.

Ja! Ja! We ontmoeten, we groeten iedereen.
Douane, wolken, rondvaartbootjes.
Lakens in de wind, meeuwen, lindebomen.
Muziek, atleten, streekgerechten.
Obers, lokale gebruiken, zebrapaden. Alles!

We reizen zonder landkaart.
We komen overal.
En we schudden alle handen, alle dingen
alle namen door elkaar.
En we roepen, we brullen overal:

Aap! Noot! Mies!     Aap! Noot! Mies!

K. Michel Ja! Naakt als de stenen