Het is de tijd van de Matthäus Passion, dat muziekstuk dat boven de gehele muziekgeschiedenis uit torent als een kathedraal boven een Middeleeuwse stad. Misschien wel een muziekstuk dat op een bepaalde manier de kern onze gehele westeuropese cultuur samenvat, een mziekstuk dat ons denken en voelen typeert. Niet het verhaal van Jezus Christus als zoon van God, maar als mens van vlees en bloed.

Plato met zijn Ideeën, waarvan onze werkelijkheid een zwakke afspiegeling zou zijn. Niet onze werkelijkheid, maar een werkelijkheid elders is het ware. De christenen die wachten op de terugkeer van de Messias, die wachten op het Rijk Gods. De liberalen, de socialisten ... vult u maar aan ... allen kennen ze een typisch westerse neiging om de verlossing, het paradijs ergens in de toekomst achter de horizon te plaatsen. Daarbij de gedachte dat we die toekomst ook nog moeten verdienen door hard te werken en veel te lijden.

Als iemand dát lijden wonderbaarlijk mooi op muziek heeft gezet, dan is het wel Bach. Het is misschien een foute romantische gedachte, maar schoonheid schijnt niet zonder lijden te kunnen. In een tijd zonder Grote Verhalen kunnen we niet zonder sublimatie.

Eén van mijn favoriete Cantates van Bach, Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen BWV 12, vat het zo mooi samen:

Wir müssen durch viel Trübsal
in das Reich Gottes eingehen.

Ik moet altijd glimlachen om die passage.