Soms lijkt het me heerlijk om iets gemeenschappelijks met anderen te kunnen delen. Ik keek dan ook met verwondering naar het collectieve verdriet van de vele katholieken rond de ziekte en dood van de paus. Ik ga er vanuit dat het voor die mensen geen pose of façade is.

Atheïsten zullen er ongetwijfeld wel weer een bevestiging in zien van de verdwaasdheid van gelovigen. Ze zullen dit collectieve rouwen als zeer gevaarlijk zien. Soms denk ik dat atheïsten die zo strijdbaar tekeer kunnen gaan tegen religie en geloof vaak zelf nog niet klaar zijn met religieuze gevoelens.

Ik voel me niet verbonden met het geïnstitutionaliseerde geloof. Ik wil me niet aansluiten bij een christelijke kerk en de bijbehorende leefregels. Voor mij is godsdienst een vorm van esthetiek. Ik ervaar religie zoals ik kan luisteren naar mooie, interessante muziek. Een vorm van sublimatie wellicht.

Gisteravond stuitten we zappend op een programma van de VPRO dat – meen ik – R.A.M. heet. We zagen Arnon Grunberg (o gruwel!) in Miami dj's interviewen. (Ik moet toegeven dat Grunberg het nog niet eens zo slecht deed.) Beelden van het interview werden afgewisseld met beelden van een danshal met springende en hossende jonge mensen. Op een podium een dj die de boel probeert te inspireren. Het was niet moeilijk om er een paus en zijn gelovigen in te zien. Of hier echter sprake is van een gemeenschapsgevoel, dat weet ik niet. Zoals één der dj's (Photek, als ik me niet vergis) opmerkte komen de meeste mensen niet alleen om te dansen maar ook om iemand te zoeken om mee te neuken, voor één nacht natuurlijk.

Gemeenschappelijk zingeving versus particuliere behoeftebevrediging? Of zijn de scheidslijnen minder duidelijk dan het oppervlakkig lijkt?