Bosch en Duin 1986-1989 I (1)

Het station van Den Dolder ligt tussen twee sporen. Wanneer u linksaf over het spoor gaat loopt u het centrum van Den Dolder in. 'Centrum' is misschien geen goede omschrijving. Er is een café, een kruidenier, een Chinees, een zaak met nutteloze spullen, een fysiotherapeut en nog wat meer. (In het Chinees restaurant kan men zich een sigaret laten serveren; ober komt met een klein zilveren dienblad; op het dienblad een sigaret; men neme de sigaret van het dienblad en steekt het in zijn mond; ober pakt een aansteker en steekt voor u de sigaret aan; sommigen krijgen hiervan een zeer belangrijk gevoel.) Wanneer u denkt dat u het centrum wel gehad heeft, gaat u rechtsaf. (Geen idee meer wat er op de hoek zat; ook een kruidenier dacht ik.) Na een meter of vijftig stuit u op een doorgaande weg, deze steekt u over.

Nu bevindt u zich op de Baarnseweg. Deze weg heeft geen trottoir, maar tussen de hekken van de huizen en de bomen langs de weg is een uitgesleten pad te vinden. (Als het regent of geregend heeft raad ik u dit pad af: modder; loop dan half op het asfalt en de berm; loop aan de linkerkant, dan ziet u het verkeer aankomen, er wordt namelijk veel te hard gereden in dit bos) Ongemerkt verlaat u Den Dolder en loopt u Bosch en Duin in. Bosch en Duin laat zich nog het beste omschrijven als een bos met hier en daar een villa. Er wonen rijke mensen in Bosch en Duin, dat moet wel. In sommige villa's wonen geen rijke mensen, maar wordt er zorg gegeven aan de psychiatrisch gestoorde medemens. In weer andere villa's komen mannen in pakken en stropdassen en vrouwen in mantelpakjes bijeen om over gewichtige zaken te praten. Na ongeveer twintig minuten lopen vindt u aan de rechterzijde van de weg nummer 25 (herinner ik me dit goed, was het echt 25?). Links van de oprijlaan een portierswoning. De oprijlaan loopt de heuvel op. Men kan de auto achter het huis parkeren; is men lopend dat neemt men de trap aan de zijkant van het huis.

U laat de bel schellen en u oefent enige tijd geduld. Achter de deur hoort u geschuivel en gemopper. Dat is mevrouw Van der K. Mevrouw Van der K. is erg eenzaam. Behalve een aantal poezen heeft zij familie, maar de familie laat zich nooit zien. Een enkele keer per jaar laat zij zich door een taxi ophalen om haar financieën te regelen in Zeist. Eten laat zij bezorgen. Als het mooi weer is werkt zij in de tuin, als haar gezondheid dat toelaat. Verder komt zij nooit buiten en ziet zij nooit iemand. Ze is niet in staat om het huis schoon te houden dus u moet zich niet verbazen over de lucht in huis. Het ruikt er naar poes. Vraag naar jwl en ze zal spottend zeggen dat 'de jonker' thuis is. Als u onderaan de trap in de centrale hal staat kijkt u dan eens om u heen. De tijd heeft er namelijk stil gestaan, u waant zich in de hogere kringen van het Den Haag in de jaren '30. Vergane glorie. Mevrouw Van der K. zal een bel laten klinken en ik kom u ophalen. Ik zal u voorgaan naar mijn studentenkamer waar ik tweeënhalf jaar gewoond heb.