Bosch en Duin 1986-1989 I (4)

Wanneer ik 's avonds thuis was ging ik wel eens een bezoekje brengen aan mevrouw Van der K. Aanvankelijk om een praatje te maken, maar het groeide uit tot een gewoonte om eerst 'samen' naar het journaal te kijken. 'Samen', omdat zij meestal de tijd van het journaal gebruikte om 'een bakkie troost' te gaan zetten. Ze hoefde ook geen journaal te kijken, want ze luisterde al de hele dag naar radio 1, 2 of 5. Mevrouw Van der K. wist precies wat er in de wereld gaande was en voordat het journaal begon, was ik al op hoogte van het grootste nieuws. Bij de thee kreeg ik overigens altijd standaard 'een kaakje'.

Als mevrouw naar de keuken was om thee te zetten werd ik goed in de gaten gehouden door de drie poezen. Soms vroeg ik me wel eens af of er niet achter die ogen drie betoverde heksen schuil gingen die zich avond aan avond afvroegen of deze jongeman niet in een kikker veranderd moest worden. Wellicht zat ik gewoon op 'hun' stoel. Alhoewel er wel eens één per abuis op mijn schoot sprong als tussenstop naar de tafel is het me nooit gelukt een goede verstandhouding op te bouwen. Was mevrouw de kamer uit, werd er meteen naar mij geblaasd.

We hebben vele gesprekken gevoerd, mevrouw en ik. Ik zie haar nog zitten met haar kaarsrechte rug en de ietwat gekromde pink bij het drinken van haar thee. Ze was cynisch, er was weinig goed aan de wereld en aan de mensen. Naast mij en E. zag ze zo nu en dan een glazenwasser, de bezorger van de kruidenier, de notaris. Ik hoorde zelden de telefoon gaan (en als de telefoon toch ging, was het meestal voor mij). Soms hoorde ik haar mopperen en kankeren op de poezen, maar verder 'communiceerde' ze alleen met de radio. Dag en nacht, in die ene kamer waar volgens mij sinds de jaren '50 geen nieuwe meubelen meer waren geplaatst.

Mevrouw Van der K. liet zeer weinig over zichzelf los, maar in de loop van de jaren kon ik me uit de spaarzame puzzelstukjes toch een beeld vormen. Ze zal ergens rond de Eerste Wereldoorlog geboren zijn. Haar vader was een hoge pief bij Justitie in Den Haag. Ze groeide op in de hogere kringen van Den Haag. Vaak noemde ze een straat of wijk die ik altijd spelde als Kattebras, maar misschien moet het Quatrebras zijn, ik heb het niet terug kunnen vinden. Als mevrouw het over 'de meisjes van tegenwoordig' en hun slechte manier van kleden had, refereerde ze vaak aan haar eigen streng op etiquette gerichte opvoeding. Haar doen en laten gaf daar ook wel blijk van, want al die aangeleerde houdingen en formuleringen zaten er nog steeds in, het was een tweede natuur geworden.

In de Tweede Wereldoorlog zijn ze alles kwijt geraakt. Ze kwam terecht in Bosch en Duin en in de laatste oorlogsjaren werden Duitse soldaten in hun huis ingekwartierd. Dat moet een donkere tijd geweest zijn. Ze is na de oorlog in het huis blijven wonen met haar zus, ze bleven beide ongetrouwd. Op een gegeven moment is haar vader overleden (hij was een groot voorbeeld voor haar; over haar moeder had ze het overigens nooit). Samen met haar zus verhuurde ze kamers aan alleenstaande adellijke dames. Toen ik er kwam wonen was het alweer lang geleden dat de laatste dame was vertrokken. De zus van mevrouw had kanker gekregen en ze had haar zus jaren verzorgd. Toen haar zus overleed bleef mevrouw alleen achter. Ze had nog wel neven en nichten, maar daar hoorde ze zelden wat van. Om haar eenzaamheid wat te verlichten had ze op een gegeven moment besloten om studenten op kamers te nemen, al was het maar om het idee dat er nog anderen in huis waren. Voor mij had ze nog een andere jongeman op kamers gehad. Die was zo vriendelijk en voorkomend geweest, maar had haar bestolen bij zijn vertrek, zei ze. Na zijn vertrek was ze van alles kwijt geweest. Aan E. mankeerde ook van alles, natuurlijk. Ik maakte me geen illusies: achter mijn rug om zou ze ook wel over mij klagen tegen E.

Toch stelde ze mijn bezoeken op prijs, dat weet ik zeker. Als ik aankondigde om 'mijn boeken maar weer eens op te zoeken' probeerde ze het gesprek altijd nog zo lang mogelijk te rekken. Als ik in de deuropening stond bleef ze maar praten. Als ik haar dan eindelijk een goede nacht kon toewensen kreeg ik nog naar mijn hoofd geslingerd dat ik rechterop moest lopen: 'u (ze zei altijd u en meneer tegen me) moet rechterop lopen, dat is beter voor u', waarbij ze veel venijn in de intonatie legde om haar teleurstelling te verbergen. Jaren later hoorde ik die stem 's avonds nog wel eens en dan rechtte ik mijn rug ... met een glimlach.