Bosch en Duin 1986-1989 I (5)

Van 31 augustus 1986 tot 23 februari 1989 woonde ik op kamers in Bosch en Duin. Niet de meest ideale plek voor een student, er kwam maar zelden iemand op bezoek bij mij. Even langskomen zat er niet in en ik bezocht ook zelden de nieuwe vrienden die ik in mijn studietijd maakte. Ik kan me verjaardagen herinneren later in Zeist waar ik meer dan 20 gasten had die maar net pasten in mijn 3 bij 5 meter kamer. Ik zal die verjaardagen niet licht vergeten. Sommigen kwamen van heel ver: Groningen, Leeuwarden, Enschede, Den Haag ... als het om aantal vrienden ging en de moeite die ze deden om het contact op grote afstand te onderhouden, dan was ik een rijk iemand. Maar de eerste jaren ging ik vooral met studiegenoten om. We volgden samen college, gingen na afloop koffie drinken, bezochten films en koncerten enz. Alleen de studiegenoot D. in Den Haag bezocht ik wel eens.

Financieel had mijn vader het goed voor mij geregeld, te goed zegt de vader in mezelf nu. Ik heb nooit gewerkt in mijn zes jaren studie, maar ik heb nog steeds een flinke studieschuld. De huur was laag, het collegegeld was nog laag, de studiebeurs nog redelijk, de leningen waren nog zonder rente en mijn ouders droegen zonder problemen bij. Het was wennen om verantwoordelijk te zijn voor mijn eigen financieën. Met name de rijke keuze aan boeken en muziek in Utrecht was heel verleidelijk. Het was moeilijk om op de rem te trappen, dat is mijn hele studietijd gebleven. Al op 11 november 1986 noteer ik in mijn dagboek: ‘Vandaag heb ik me succesvol kunnen inhouden, wat betreft het kopen van boeken, die ik niet echt nodig heb. Ik hoop dat ik dat volhou.’ Later ging het wel eens mis, er zijn maanden geweest waar ik de laatste dagen voor mijn nieuwe studiebeurs geen geld meer had om eten te kopen, omdat ik weer zonodig een of ander boek moest kopen. Soms nodigde ik mezelf dan uit bij een ander om te eten, soms was het gewoon water en (droog) brood.

Het muziekaanbod in Utrecht was enorm in mijn ogen. Het eerste koncert dat ik met mijn nieuwe muziekwetenschappelijke vrienden bezocht was een gratis koncert van de pianist Daniel Wayenberg. Hij ging een pianistisch kunststukje uithalen door voor de pauze de etudes van Chopin te spelen en na de pauze de vreselijk moeilijke Etudes d'exécutions van Franz Liszt. We moeten ons in de pauze als ware arrogante eerstejaars snobs gedragen hebben. In mijn dagboek lees ik terug dat D. in de pauze luidkeels liep te beweren dat hij Wayenberg een bedrijver van porno vond met hier en daar een hoogtepunt. Ik vond het dolkomisch allemaal, al was ik veel te verlegen en bescheiden om echt mee te doen met deze genante toestanden.

Een paar dagen later ging ik alweer naar en koncert in Vredenburg. Ditmaal alleen, want voor deze muziek kreeg ik mijn nieuwe vrienden niet mee. Ik zou nog veel meer koncerten en films alleen bezoeken en soms kwam ik dan ook in contact met andere koncert- of filmbezoekers. Dit eerste koncert was meteen raak: ‘Vanavond naar het koncert van Philip Glass geweest. Ik ben niet echt onder de indruk. De [muziek] werd keihard versterkt, werd daardoor agressief en schril. Aan dit soort muziek heb ik dus een hekel. In de pauze had ik een gesprek met een jonge vrouw over de muziek. Zij was wel degelijk diep onder de indruk. Zij zag er, als ik het goed begrijp, een soort cosmische harmonie in. Naar ze beweerde was ze tijdens het koncert ook even “weg", niet bewust van haar omgeving. Ik begrijp niet hoe zij dat bij deze muziek kan beleven’ (Bosch en Duin, maandag 22 september 1986).

Hier raak ik aan een ander kenmerk van die tijd. Ik was in de ban van new-age. Het boeide me ontzettend maar iets weerhield mij om me actief in dat wereldje te storten. Heel langzaam maar zeker zou ik steeds meer afstand nemen van het modieuze gezweef.

Een koncert waar ik overigens vele malen meer van onder de indruk was, was het koncert van Nina Hagen in Vredenburg op 17 november 1986. Ook ditmaal kreeg ik geen studievrienden mee. Ze begrepen mijn muzikale smaak niet helemaal. Een dag na het koncert voerde ik mijn eerste heftige discussies over populaire muziek en noteer in mijn dagboek: ‘Ik ben de hysterie rond de schoonheid van klassieke muziek goed zat’.