Het boek ziet er mooi uit, maar de associatie met de conservatieve Edmund Burke Stichting weerhoudt mij om het te willen lezen. Voorwaar een oneigenlijk argument, u vergeeft het mij vast wel.

Ik las in de krant Trouw dat vier van de vijf bestuursleden van deze stichting zijn opgestapt. Sinds jongetje Spruyt (directeur van de stichting) met jongetje Wilders in de conservatief-liberale zandbak aan het spelen is vonden ze de stichting niet onpartijdig genoeg meer. Vreemd dat dan vier van de vijf bestuursleden opstappen en niet die ene die nu blijft zitten.

Verbaasd was ik ook dat de rechtsfilosoof Kinneging de nieuwe voorzitter is geworden. Want las ik in een interview in Filosofie Magazine (FM 3/2005 blz. 11) niet de volgende uitspraak over de stichting: ‘Als het aan mij ligt wordt de stichting een soort universiteit, waar conferenties belegd worden, waar boeken geschreven worden over fundamentele vraagstukken. Ik ben ook niet onverdeeld gelukkig met de koers die de stichting nu vaart. Ze richt zich naar mijn smaak te veel op de politiek.’? Dat kan nog heel gezellig worden in die zandbak.

Vergist u zich niet in deze meneer Andreas Kinneging. Hij heeft zelfs een boek geschreven. Geografie van goed en kwaad heet het werkje. Daarin zou Kinneging constateren dat ‘de twee grote tradities die daaraan [ic aan Verlichting en Romantiek – jwl] vooraf gingen en nu in vergetelheid dreigen te raken – de Grieks-Romeinse en de joods-christelijke traditie – veel meer waarheid bevatten.’ In vergetelheid dreigen te raken? Ach hoepel toch op! De winkels liggen vol met nieuwe vertalingen van boeken uit die tijd. Je kunt geen filosofisch getint artikel meer lezen of er wordt teruggegrepen op de Grieken en de Romeinen! Plato en Aristoteles? Ik word er doodmoe van. Trouwens wel aardig om te beweren dat er voor de Verlichting tradities waren met meer waarheid terwijl Edmund Burke een Verlichtingsfilosoof was.

Andreas Kinneging zal ongetwijfeld een goed hoogleraar rechtsfilosofie zijn (‘Ik ben een uitzondering als ik Thomas van Aquino in mijn hoorcolleges rechtsfilosofie behandel’ – nou grote jongen hoor, Andreas, maar ik geloof helemaal niets van die uitzonderlijkheid), maar het doet me allemaal sterk denken aan die koffie-met-gebak-filosofietjes. U kent dat wel (ik doe het zelf ook met liefde): de problematiek van de wereld en het leven doornemen terwijl men zijn gebakje nuttigt. In een handomdraai wordt alles even geduid en verklaard waar de mensen al eeuwen over aan het denken zijn. Dat moet ook vooral zo doorgaan. Mocht er ooit eens iemand komen met het Ultieme Antwoord, dan dient deze ogenblikkelijk vermoord te worden. Maar om nu die filosofietjes in erudiete taal te gieten en uit te geven, dat zou nou nooit in mij opkomen. Meneer Kinneging dacht daar schijnbaar anders over. Ik ben benieuwd hoe hij straks met kleutertje Wilders zandgebakjes gaat maken.

(...) maar wat je je moet afvragen is, waarom je als enkeling bestaat, en wanneer niemand anders je dat kan vertellen, moet je maar eens proberen de zin van je bestaan als het ware a posteriori te rechtvaardigen, namelijk door jezelf een doel, een bedoeling, een 'daartoe' voor te houden, een hoog en edel 'daartoe'. Ga er maar aan te gronde – ik ken geen beter levensdoel dan aan het grote en onmogelijke, animae magnae prodigus, te gronde te gaan.

Friedrich Nietzsche Oneigentijdse beschouwingen: Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven, 159