Bosch en Duin 1986-1989 I (6)

Wat er rond Kerst 1986 met mij gebeurd is weet ik niet meer. Tussen 1 december en 1 januari staat niets in mijn dagboek. Op 1 januari 1987 vind ik de zinsnede: 'De afgelopen week is voor mij beslissend geweest'. Maar wát er dan beslissend is geweest staat er niet! Ik kan het ook niet meer terug halen, het zal ongetwijfeld een boek zijn geweest waarvan ik onder de indruk was. Hoe dan ook, na die tijd begint mijn dagboek nog religieuzer te worden, ik word bij het lezen heen en weer geslingerd tussen gêne en vrolijkheid. Nieuwe boekaankopen volgen rap: op 5 januari bijvoorbeeld De Geheime Leer van H.P. Blavatsky (één van mijn studievrienden was theosoof) en een paar dagen later De Aquarius Samenzwering van Marilyn Ferguson. Mijn aantekeningen beginnen hier en daar wat 'filosofischer' te worden. Zo kom ik een heel stuk tegen over muziek en literatuur waarbij ik beweer dat er eigenlijk geen wezenlijk verschil bestaat tussen deze twee.

In deze tijd raak ik bevriend met iemand die ik nog kende van de middelbare school: E. Ik had hem in Leeuwarden opgezocht en later een brief geschreven. Het zou een hele waardevolle vriendschap worden. Een paar zomers later gingen we samen liftend naar Taizé.

Het is een wonderbaarlijke tijd en ik giet me helemaal vol met nieuwe ervaringen. Ik koop mijn eerste Werke van Nietzsche en ik lees tegelijk Die Leiden des Jungen Werthers en Die Wahlverwandschaften van Goethe. Ik word lid van Het Wagnergenootschap en bezoek mijn eerste koncerten met klassieke muziek uit India. Ik luister naar het radioprogramma Het Zwarte Gat, ik maak gebruik van de I Tjing. Ik lees me helemaal suf over Wagner. Mijn studentenkamer begint langzaam maar zeker uit te puilen met boeken. De boekenkast wordt te klein, dus de vensterbank en het bureau moeten uitkomst bieden. Ondertussen probeer ik manmoedig te studeren, maar door gebrek aan discipline gaat het allemaal niet voorspoedig. Ondertussen correspondeer ik met mijn demon, dat ook de nodige emoties oplevert. Elke dag de stille hoop dat er een brief van haar in de brievenbus zou zitten. In mei begin ik de eigenaardige boeken van Jane Roberts te lezen, beginnende met Seth Spreekt. Ik ben er helemaal van in de ban. Als een ongeleid projectiel verdiep ik me in andere dimensies en werkelijkheden. Mijn studievrienden kijken vreemd op als ik op een dag midden op een brug over de Oude Gracht in Utrecht beweer dat God ook in die brugleuning zit. Mijn studievrienden beginnen te twijfelen aan mijn geestelijke gezondheid.

In juni 1987 is er dan ook niets meer over van de euforie die ik een half jaar eerder beleefde. Ik vind mezelf 'depressief'. Het eerste studiejaar loopt ten einde, ik kijk tegen een lege zomer aan waarin alleen een weekje Taizé gepland is. Ik heb geen idee hoe ik die zomer door moet komen, ik wil niet wekenlang bij mijn ouders zijn. Met dergelijke overwegingen en gevoelens loop ik naar de bibliotheek. Net als ik naar binnen wil komt er een bekend gezicht naar buiten. We herkennen elkaar. Hij was halverwege het jaar verschenen bij muziekwetenschappen, hij deed muziekwetenschappen als bijvak bij taalkunde. We hadden elkaar gesproken in de wandelgangen, maar verder niet. In juni 1987 had ik hem al een tijdje niet meer bij de colleges gezien. We gaan een kopje koffie drinken aan de gracht en dan komt er een heel verhaal alsof hij al weken niemand meer gesproken had. Zijn vriendin met wie hij al enige tijd had samengewoond was bij hem weggegaan. Hij had twee weken alleen maar op bed gelegen en nauwelijks iets gegeten. Hij was blij mij te spreken, want hij had bijna een maand met niemand meer contact gehad. Toen we weer allebei onze eigen weg gingen beloofde ik hem een brief te schrijven en weer contact op te nemen als ik terug zou komen uit Taizé. Zo begon mijn vriendschap met P., de grootste vriendschap die ik gekend heb. Hij zou er voor zorgen dat ik weer een beetje met beide benen op de grond zou komen te staan. Hij zou er voor zorgen dat ik mijn studie niet totaal zou verknallen. Hij bracht mij de liefde voor de muziek van Bach bij. P. was een echte boezemvriend. Het was een vriendschap waarvan ik me toen niet kon voorstellen dat het ooit over kon gaan.