Maar moet ik mijn ja voor de Grondwet dan niet motiveren? Is alleen maar schrijven dat ik ja ga zeggen wel voldoende? (Het lijkt bijna wel een huwelijk: neemt u, jwl, de Europese Grondwet tot uw wettige echtgenoot ... en bij ja: waarom dan wel?) Wat zijn mijn argumenten? Heb ik me wel voldoende verdiept in de materie?

Laat ik er maar niet omheen draaien: mijn keus voor ja is gevoelsmatig. Ik sta met mijn mond vol tanden als u me naar rationele argumenten gaat vragen. Artikelen in de krant over de Grondwet heb ik genegeerd. Toen de Grondwet werd geschreven las ik trouw het nieuws erover. De discussie over wel of niet God in de Grondwet heb ik – vreemd genoeg – wel gevolgd. Met een glimlach.

Ik voel een culturele verbondenheid met andere Europese landen, niet een politieke verbondenheid. De Europese politiek is als alle politiek op alle niveaus: het gaat niet om waarheid, maar om macht en invloed. Politiek is zelfbevrediging. Politiek is intellectuele porno.

Als ik ja zeg tegen de Grondwet zeg ik ja tegen die culturele verbondenheid. Dat is naief, dat weet ik. Natuurlijk had ik liever een heldere Grondwet gehad met betere democratische spelregels. Ik heb alleen niet de illusie dat die Grondwet er komt als Nederland straks per referendum de Grondwet afkeurt. De kans dat er op zeer lange termijn een betere Grondwet gemaakt wordt lijkt mij groter als er al een grondwet is. Bewijzen kan ik dat natuurlijk niet, het is een kwestie van vertrouwen.

Nee stemmen zou voor mij echter ook een nee zijn tegen al die andere Europese landen met hun inwoners, hun literatuur, hun filosofieën en religies, hun geschiedenis. Een gemeenschappelijke grondwet – hoe onvolmaakt ook! – zou van Europa een grotere eenheid kunnen maken. Ik wil dat een kans geven.