Op de bank voor de open tuindeuren. Ergens buiten zitten mensen met elkaar te kletsen. Verder weg roept een jongetje huilend om zijn mama. Dan verwens ik de doe-het-zelver die zo laat op de avond lawaai maakt. Binnen begint het al donker te worden. Toch is er stilte door de pianoklanken van années de pèlerinage. Ik stel me Franz Liszt voor, in een andere tijd, in een ander land – Zwitserland, Italië? – op een zwoele zomeravond, improviserend achter zijn vleugel. Klanken die eigenlijk niet konden. Aarzeling, verstilling en een uitbarsting, een verlangen naar huivering. Dan een boerendeuntje met vogelgezang en de verfrissing van de fonteinen van de Villa d'Este.