Wanneer ik terugdenk aan mijn studie muziekwetenschappen denk ik vooral met plezier terug aan de colleges ballet- en dansmuziek. Ik weet de naam van de docente niet meer, maar herinner me nog goed dat die kleine vrouw indruk op me maakte. Aan haar houding was duidelijk te zien dat ze jarenlang zelf op de bühne had gestaan. Ze had niet alleen veel verstand van dansmuziek, maar kende de danswereld eveneens uitstekend.

Ik moet aan deze tijd terugdenken door het beluisteren van de Symfonie nr. 5 van Tsjaikovski (een overrompelende en weergaloze opname: zie onder). Klassiek ballet heeft nauwelijks mijn voorkeur. Ik kan er hooguit een kwartier naar kijken en dan verslapt mijn aandacht. Dat komt vooral door de doorgaans matige muziek die bij deze balletten klinkt. Er is echter een grote uitzondering, jawel: Tsjaikovski. Zelfs de Vijfde Symfonie is te luisteren als een ballet zonder ballet. Zo nu en dan betrap ik me erop de boze fee uit Doornroosje te horen lachen of zie ik de prinses en prins dansen op hun huwelijksfeest. Het is bij Tsjaikovski sprookjesachtig zonder te zoet te worden. Nergens verliest Tsjaikovski de grote vorm uit het oog: de dreiging te ontsporen maakt het spannend. Het spel tussen de strijkers, houtblazers (solistische en ensemble) en het koper is bij Tsjaikovski een feest. Wat kan die man schitterend vertellen!

Nieuw is voor mij de associaties die ik met een andere componist heb. Hier en daar komt het vermoeden boven dat Sjostakovich ook erg van deze muziek gehouden moet hebben. (Binnenkort eens op zoek naar die ene passage die toch wel erg lijkt op een passage in één of andere symfonie van Sjostakovich.).

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)
Symfonie nr. 5
Gothenburg Symphony Orchestra olv Neeme Järvi