Ze zijn vroeg dit jaar. Meestal zie ik ze pas in het najaar, maar nu heb ik er al drie geteld en het is nog niet eens september. En ze zijn groot.

Het exemplaar dat ik vanavond ontmoette had zich verschanst in onze blinkend witte afwasteiltje. Toen ik het teiltje tevoorschijn haalde zag ik 'm ineens lopen, ik kon het teiltje nog net op het aanrecht plaatsen.

Rationeel weet ik dat het onzin is, ik hoef niet bang te zijn voor spinnen. Ook niet voor deze grote versies. Het is ongetwijfeld aangeleerd gedrag: mijn moeder was doodsbang voor spinnen, ook voor kleintjes. Ze liep gillend door het huis.

Ik verkramp helemaal als ik zo'n beest zie. Ik weet dat dat niet hoeft, maar ik heb het maar nauwelijks in de hand. Gelukkig is mijn vrouw een grote heldin, al geeft ze eerlijk toe dat ze deze orde van grootte ook niet echt prettig vindt. Maar ze zet ze buiten als een echte ijzeren Rita.