Op 25 augustus stond er in Trouw een artikel van de hand van Désanne van Brederode. Ze snijdt daar een gedachte aan die mij zeer aanspreekt.

Ik heb nog nooit een boek van Van Brederode gelezen. Soms kom ik haar tegen op televisie; ik herinner me op een zondagochtend een interview bij de IKON. In mijn boekenkast staat Mijn denken is een hartstocht, een bloemlezing uit de filosofie van de 19e eeuw door haar samengesteld. Het boek moet nog gelezen worden.

Soms ben ik jaloers op mensen die zoveel boeken lezen. Waar halen ze de tijd vandaan? Stapels papier jagen ze erdoorheen. Ze hebben de ene roman nog niet uit of de volgende wordt alweer gelezen. Een enkele keer kom ik iemand tegen die alle grote werken en minder grote werken uit de gehele filosofiegeschiedenis hebben gelezen en daar ook nog verstandige, samenhangende betogen over kunnen houden. Hoe doen ze dat toch? Hoe combineren ze al dat lezen met werk en gezin?

Ik vind dat ik veel lees, maar een boek per maand is wel ongeveer het gemiddelde. Daarnaast lees ik kranten en tijdschriften, al probeer ik dat tot een minimum te beperken om nog aan een boek toe te kunnen komen. Zeker nu er weer een baby in huis is, kom ik weinig aan lezen toe.

Don Juans van het lezen – zo zou je ze inderdaad kunnen noemen, die veellezers. Zoals Don Juan de ene vrouw na de andere consumeert, omdat hij zo van vrouwen houdt (In Italia seicento e quaranta; In Almagna duecento e trentuna; Cento in Francia, in Turchia novantuna; Ma in Ispagna son già mille e tre – zo vertelt Leporello in Don Giovanni van Mozart), zo consumeert de veellezer het ene boek na het andere. Misschien dat de literaire Don Juan psychologisch interessanter is dan alleen maar zijn schijnbaar oppervlakkige relatie tot vrouwen, toch vind ik het een mooi beeld als het om veellezers gaat. Zelden ontmoet ik iemand die bevlogen kan vertellen over de indruk die een boek op hem gemaakt heeft. Zelden ontmoet ik iemand die een relatie met een boek aangaat, die als het ware leeft met een boek, die er verliefd op is en niet kan wachten om verder te lezen en die – als het boek uit is – eigenlijk weer vooraan wil beginnen. Eerder beroept iemand zich op de hoeveelheid boeken die gelezen zijn: ik heb wel ... boeken gelezen in de vakantie! Gelezen? Of: geconsumeerd?

Iedereen moet natuurlijk zelf weten wat hij leest en hoe hij leest. Maar ik mis dat soms wel, die bevlogenheid. Ik heb gewerkt met een collega die ook veel las. Soms irriteerde me wel eens dat hij alleen maar de Grote Literatuur wilde lezen. Het leven is kort, zo vond hij, en dus wilde hij geen tijd verliezen aan oninteressante debuutjes. Nee, hij besteedde zijn tijd liever aan Plato en Proust. En dat deed hij. Hij kon geweldig vertellen over die boeken, las verschillende vertalingen naast elkaar en kon goed de verschillen aangeven en wat in zijn beleving goed was en wat niet. Hij las veel, maar soms maandenlang hetzelfde boek. Hetzelfde boek en toch niet, omdat hij hetzelfde boek steeds anders las. Hij las ook geen secundaire literatuur over het boek, hij liet zich niet beïnvloeden door anderen. Hij wilde er zelf achter komen en ontdekken wat voor karakter zo'n boek heeft, de eigenaardige kanten, de diepte en oppervlakkigheid, de charme van een boek.

Zo ver gaat mijn lezen niet, al moet ik toegeven dat mijn interesse voor het werk van Nietzsche die gedrevenheid wel benadert. Ik ben een langzame, herkauwende lezer en soms vind ik een boek zo geweldig dat ik er een relatie mee aanga. Er is een tijd geweest dat ik altijd De Tao van Poeh en Also sprach Zarathustra bij me had, omdat ik ze op elk moment binnen handbereik wilde hebben. Die tijden zijn voorbij, maar een boek zal nooit een snelle vette hap voor mij worden.