Ooit kocht ik het boek in het Engels: The golden bough van Sir James Frazer (1854-1941). Het Engels was me te weerbarstig en daarom was ik blij dat jaren later een nieuwe herdruk van de Nederlandse vertaling in de boekhandel lag: De gouden tak. Over mythen, magie en religie. Wie dit lijvige boekwerk van 911 bladzijden openslaat moet wel grimlachen om de aanduiding 'Verkorte uitgave' op de titelpagina.

The golden bough verscheen voor de eerste maal in twee delen in 1890. Het is een studie waarin enorm veel materiaal over mythen en gewoonten van verschillende volkeren bijeen gebracht is. Het boek laat zien hoeveel religieuze en magische riten er hebben bestaan en hoezeer die onderling verschilden, maar vooral ook hoezeer die onderling overeen kwamen. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen riten uit Europa, Afrika of welk werelddeel dan ook. Dat moet in die tijd een geweldige indruk gemaakt hebben. Het christelijke Europa beschouwde zichzelf als superieur en hier werd de Europese cultuur zomaar naast andere culturen geplaatst alsof er geen verschil was. Weliswaar gebruikte Frazer nog wel termen als 'de primitieve mens' of 'de primitieven' als het om afrikaanse stammen ging – Frazer sprak nog wel de taal van zijn tijd – maar dat doet aan de betekenis van het boek niet af. Tussen 1911 en 1915 bestond het boek al uit twaalf delen. In 1922 verscheen er een verkorte uitgave. Het boek heeft veel invloed gehad op de beeldende kunst (bijvoorbeeld Matisse en Derain, die zich zeer voor Afrikaanse maskers interesseerden) en de literatuur (bijvoorbeeld D.H. Lawrence en The Waste Land van T.S. Eliot).

Voor mij is het een boek dat ik zo nu en dan uit de kast pak. Dit boek lezen is als luisteren naar iemand die de hele wereld heeft afgereisd en urenlang kan vertellen over wat hij allemaal is tegengekomen. Het maakt de wereld groot en divers, het geeft het gevoel dat de eigen wereld er maar één is tussen verschrikkelijk veel andere. Vermoeiend is het wel. Na een aantal dagen ben ik de stortvloed aan verhalen ook wel weer zat. Dan moet het boek weer voor onbepaalde tijd in de kast.

Wel komt keer op keer de gedachte bij mij op dat de wereld waarin ik leef extreem rationeel is en zeer onttoverd. Niet dat ik een pleidooi wil houden voor bijgeloof, sjamanen en allerlei magische rituelen, maar de wereld die uit het boek van Frazer naar voren komt is zoveel kleurrijker en fantasierijker. Daarnaast krijg ik door dit boek weer oog voor allerlei schijnbaar onbenullige gewoonten die ook in onze hedendaagse maatschappij nog volop aanwezig zijn. Het 'even afkloppen' is een eenvoudig voorbeeld. Of het eten van beschuit met muisjes met de kraamvisite.

Onlangs las ik een hoofdstuk over rituelen bij het haarknippen. Gelukkig kan ik gewoon naar de kapper. Op Fiji was het doorgaans een stuk ingewikkelder:

De hoofdman van Namosi op Fiji at als voorzorgsmaatregel altijd een mens voor hij zijn haar liet knippen. 'Er was een bepaalde clan die het slachtoffer moest leveren; zij hielden een plechtige vergadering om het slachtoffer uit hun midden te kiezen. Het was een offermaal, om het het kwaad van de hoofdman af te wenden.'

Sir James George Frazer De gouden tak, 302

Fascinerend is het hoofdstuk over taboes op woorden, zoals het noemen van familieleden of het noemen van namen van doden. Soms gaat dit erg ver en leidt het zelfs tot een voortdurende vernieuwing van de taal:

Wanneer de naam van de overledene dezelfde is als die van een natuurlijk object, zoals een dier of een plant, of vuur of water, acht men het soms noodzakelijk dat woord uit de omgangstaal te schrappen en het door een ander te vervangen. Een dergelijk gebruik kan, dat zal duidelijk zijn, een krachtige bron van verandering in een taal zijn; als deze regel immers op grote schaal in de praktijk wordt gebracht, zullen woorden voortdurend worden afgeschaft en zullen er voortdurend nieuwe ontstaan. (...) Zo heeft men met betrekking tot de Australische aboriginals geconstateerd dat 'de dialecten bijna van stam tot stam verschillen. Sommige stammen noemen hun kinderen naar dingen uit de natuur; en als een persoon met zo'n naam overlijdt wordt het woord nooit meer uitgesproken; dus moet er een ander woord voor het ding waarnaar het kind was genoemd worden bedacht.' De schrijver geeft als voorbeeld een geval van een man wiens naam, Karla, 'vuur' betekent; toen Karla stierf moest er een nieuw woord voor vuur worden ingevoerd.

Sir James George Frazer De gouden tak, 327

Het zal duidelijk zijn dat die talen vaak zeer veel verschillende synoniemen kennen. Het maken van een 'Groen Boekje' voor zo'n taal lijkt me echter een onmogelijke klus.