Terwijl ze mijn koffie inschenkt vertelt ze over haar dag. Het was één grote ellende geweest. De afwasmachine – toch een wezenlijk onderdeel van een bar-restaurant – had het maandag opgegeven en de monteur kon eigenlijk niet komen, zijn werkdag zat vol. Natuurlijk had hij het wel willen proberen om nog langs te komen, maar zijn schoonvader lag op sterven en dus wilde hij geen extra werk. Hij was dinsdag gekomen en hij had de machine nog niet gemaakt of hij werd gebeld dat zijn schoonvader overleden was. Ach, zei ik, een ongeluk komt zelden alleen. Inderdaad, antwoordde ze en ze vertrok naar de keuken.

Waarom vind je nou nooit eens een fatsoenlijke krant op de leestafel van een bar-restaurant? Ik had wat leesvoer mee willen nemen, maar ik was het vergeten. Ik vond tussen de autobladen (mijn god, wie leest dat toch), de sportbladen (idem) alleen een Telegraaf (boe! bah!) en een AD Utrechts Nieuwsblad. Waarom nou niet gewoon een goede krant op de leestafel, een NRC bijvoorbeeld?

Ondertussen komen er een aantal mannen binnen die lid zijn van de plaatselijke volleybalvereniging. Belangrijk loopjes, belangrijke 'ik ben stoer' blikken in het rond. Onderuit gezakt aan de leestafel, de enorme en bijna lege sporttassen worden in het gangpad gesmeten: u kunt hoog en laag springen als u er langs wilt. Overdag natuurlijk een koffertje met een zakje boterhammen, een pen, potlood en een gummetje, 's avonds een grote sporttas met een hemdje, een broekje en een paar schoenen. Wie gewichtig wil doen laat zien, dat hij zich meer kan permitteren dan nodig is. Neem nou die stoel waar de koningin in zit als ze de troonrede voorleest. Dat is toch veel te groot, dat zit toch niet lekker?

Ik ben benieuwd hoe lang ie het volhoudt, vertrouwt de juffrouw achter de bar me in het voorbijgaan toe. 't Is net de Nederlandse economie, roep ik haar nog achterna.

Ik kijk nog eens of mijn auto met rust gelaten wordt door de plaatselijke hangjongeren. Dan zie ik de eerste seniorleden van de schaakvereniging arriveren. Lang heb ik niet meer om een praatje met ze te maken. De schaaklessen voor de jeugd zijn bijna voorbij en dan zal ik met mijn zoon naar huis gaan. Ik ben thuis teveel nodig, zelf een partijtje schaken zit er voorlopig niet in.