*

Kijk, het kind probeert greep
op handen en voeten te krijgen; er is
niet zomaar een wereld, er is een

onevenwichtige standvastigheid
met iets kleurrijks dat boven zijn
traliehuis slingert, een soort
in de lucht hangende vrijheid. Kijk,

er verschijnt een hoofd dat een wil
in zijn hoofd brengt en dan zijn er
twee armen die ja of nee
kunnen doen, optillen of wijken. Er is

een tijd en een tijd, daartussenin
zit het kind, krijst, hijst zich op
aan de spijlen, kan er niet uit.

Hester Knibbe De buigzaamheid van steen, 14