Ik lees een krant omdat ik nieuwsgierig ben en omdat ik meeleef met andere mensen op de wereld. Ik vind het niet altijd gemakkelijk om te lezen over al het ongeluk op de wereld. Zo las ik vanochtend in de trein een ooggetuigenverslag over een dorp in Pakistan waar de inwoners werden overvallen door regen in de ijzige kou terwijl zij dakloos zijn door de aardbeving. Even ben ik daar dan ook, ook al zit ik veilig en wel in een trein naar Amsterdam. Even voel ik verbondenheid met die mensen, even voel ik een fractie van de ellende die die mensen moeten doorstaan.

Heb ik daar een krant voor nodig? Word ik daar wijzer van? Had ik iets gemist als ik die krant niet gelezen had? (Had ik iets gemist wanneer ik niet geboren was?)

Ik weet het niet, maar ik zie er ook geen kwaad in.

Is het belangrijk om op de hoogte te blijven van de gebeurtenissen in de wereld?

Dat weet ik evenmin. Ik vind het zelf niet vreselijk belangrijk, maar wel plezierig. Ik weet graag dat mijn wereld groter is dan de wereld die ik dagelijks tegenkom wanneer ik wakker mijn bed uiststap. Ik weet graag dat er mensen op de wereld leven die er een geheel ander leven op na houden. Het relativeert mijn eigen leven. Als ik een probleem op mijn werk heb kan dat heel vervelend zijn, maar zoals mijn chef dan wel eens zegt: wat zeur je nou, honger in Afrika, dát is een probleem.

Misschien heb ik het ouderwetse idee dat het wat uitmaakt wanneer ik in gedachten bij de ellende van de wereld ben wanneer ik de krant lees. Zoals er gelovigen zijn die bidden voor het welzijn van mensen, zoals er mensen zijn die door middel van meditatie positieve energie (ik word daar altijd een beetje lacherig van) de wereld in willen sturen. Velen zijn er heilig van overtuigd dat het helpt. Het zou kunnen, ik heb geen idee.

Doe ik kennis op uit een krant?

Tsja, wat is kennis. Voor een wetenschapper is dat wellicht wat anders dan voor een sjamaan. Beide moeten kennis en vaardigheden bezitten om hun vak uit te kunnen oefenen.

In een krant staan soms artikelen over onderwerpen die mij interesseren. De bijlagen van het NRC Handelsblad op vrijdag en zaterdag zijn wat dat betreft voor mij heilig. Ik meen daar op mijn eigen bescheiden wijze wijzer van te worden. Ik betrap mezelf wel eens op de gedachte 'goh, zit dat zo' of 'hé, dat zou ook kunnen'. Maar ach, weet u, ik heb dan wel VWO gedaan en ik mag dan wel een aantal jaren universiteit hebben gedaan, het heeft mij nooit het gevoel gegeven bijzonder wijs, intelligent of wat dan ook te zijn.

Ik moet vaak denken aan het verhaal dat mijn aardrijkskunde leraar mij eens vertelde. Een ingenieur die hele grote cruiseschepen ontwierp maakte eens een reis door het Amazonegebied. Hij kwam in een dorpje waar men uit boomstammen boten kon maken. De kennis om zo'n boot te maken werd van vader op zoon doorgegeven. Het is ook niet eenvoudig om een boot uit een boomstam te maken die goed in evenwicht blijft als men er in wil varen. De ingenieur zou het niet kunnen. Wie is er nou slimmer? Of maakt het eigenlijk niet uit?

Natuurlijk, je hebt helemaal niets aan kennis en aan een krant. Alleen, voor mij maakt het wel verschil te weten waaraan ik niets heb. Voor mij maakt het verschil te weten wat de ontwikkelingen in Irak zijn ook al word ik niet wijzer en verstandiger van die wetenschap.

Bleibt die Erde treu, schijnt Nietzsche ergens geschreven te hebben. Het bestaan van een fysieke wereld en de mensen met hun gevoelens en gedachten zijn voor mij vele malen aannemelijker dan het bestaan van een hemel, de staat van nirvana of wat dan ook.

Het schijnt dat Siddharta Gautama in zijn eerste 29 jaar vreselijk verwend werd. Siddharta Gautama was een prins en zijn ouders hadden de voorspelling gekregen dat hij of een groot heerser zou worden of een boeddha. Er werden grote paleizen voor hem gebouwd en angstvallig werden alle negatieve ervaringen voor hem weggehouden. Kindermishandeling zou ik dat nu noemen.

Als je iets voor een kind weghoudt, wordt het er juist nieuwsgierig naar. Dus Siddharta Gautama ging stiekem met een bediende buiten de muren van zijn paleis. De confrontatie met de ellende van de mensen (hij las schijnbaar geen krant) was natuurlijk traumatisch, zo traumatisch dat hij de religie invluchtte en als een monnik ging leven. Hij deed ongeveer zes jaar aan zelfkastijding en verstopte zichzelf ver weg van de samenleving. Hij overleed bijna omdat hij te weinig at en dronk. Ik zou hem het Leger des Heils of het RIAGG geadviseerd hebben. Gelukkig kwam hij tot het inzicht dat zelfkastijding ook niet echt een oplossing voor zijn problemen was. Siddharta Gautama zocht een middenweg, ging onder een boom mediteren en raakte verlicht. Dat was mooi voor hem, maar helaas ging hij nu evangeliseren, zoals vele christenen dat doen die na jaren van duisternis ineens God gevonden hebben. Gelukkig was het boeddhisme dat hieruit groeide tamelijk ongevaarlijk en heeft het veel mooie kunst en literatuur opgeleverd.

Daarnaast lees ik een krant.