Waarde H.,

Waar is de tijd gebleven dat we nog brieven schreven? De tijd zonder televisie, de tijd dat ik mezelf terugvond achter het bureau en de hele avond schreef, schreef en schreef. Met pen en papier natuurlijk. De tijd waarin de terreur van het e-mailen godzijdank nog niet bestond. Het waren brieven die nog ergens over gingen. Ik stuurde ze aan jou, maar eigenlijk waren ze net zo goed gericht aan mezelf. Als schrijvende kwam ik tot inzichten die ik zonder schrijven wellicht niet zou krijgen. De dwang om datgene dat in mij borrelde te formuleren, te benoemen. Maar ook: de anarchie van het brieven schrijven, ik mis het soms zo. Het verkleinen van de wereld tot bureau, bureaulamp, papier en pen. Het arme papier moest maar accepteren dat ik mijn duisternis over haar uitstortte.

Vaak kreeg ik per ommegaande een anwoord van je terug. Ik herinner me een aanhef als 'waarde hypochonder' en ook 'waarde misantroop', genoeg om alweer een glimlach op mijn gezicht te toveren, de rest van je relativerende woorden hoefde ik dan eigenlijk al niet meer te lezen. Je brief ging dan vaak niet eens op mijn epistel in. Je schreef over je studie, over een nieuwe relatie of allerlei andere alledaagse zaken met een bijna literaire, subtiele humor. Na zo'n brief kon ik dan opgelucht adem halen. Ik heb maar weinig vrienden gehad die zo goed de juiste toon konden vinden als jij. En zo vanzelfsprekend. Ik heb ze nog, die brieven, al weet ik niet meer wat er allemaal precies in staat. Ze zijn een gerustellende aanwezigheid. Het zijn boodschappen geworden uit een voltooid verleden. Er kan ook geen brief meer bij, het is af, over en uit.

In moeilijke tijden mis ik je vriendschap, je woorden, je taal, misschien ook wel je stem. Dan zou ik het telefoonnummer willen draaien, het telefoonnummer waarvan ik vermoed dat het leidt naar jou. Ik zou weer een brief willen schrijven, maar daar zijn de avonden te kort voor geworden. Bovendien weet ik maar al te goed dat mensen veranderen. Ik weet dat er in jouw leven de afgelopen jaren dingen gebeurd zijn die jouw toon ernstiger heeft gemaakt, c-klein zegt de muziekman in mij. En ondanks de somberheid die wellicht doorklinkt in deze woorden, kan ik juist zeggen dat mijn leven vrolijker geworden is. Ik kan thuis komen en denken: verdomd ik ben gelukkig! Wie had dat ooit gedacht? Jij had dat ooit gedacht ... en geschreven!

Ja, ik ben gelukkig, waarde H., en al ben ik een te somber mens om die grondtoon echt te laten horen, echt te tonen, het zweeft op de achtergrond en is aanwezig. Ik moet nog veel leren.

En ik zou je wel weer eens willen ontmoeten, maar ik weet niet of jij nog diegene bent die die brieven schreef. Ik ken de mensen maar al te goed die jaren later een ex tegen kwamen en zich verward afvroegen: ben ik daar nu verliefd op geweest? Het is die ontnuchtering die ik vrees, liever houd ik een illusie in stand, het idee dat je nog ergens rondloopt zoals je toen was, toen we nog brieven schreven. Want daarin ben ik niet veranderd, ik geloof heilig dat mensen illusies nodig hebben, zonder kunnen ze niet leven, ze kunnen niet veel werkelijkheid aan. Het probleem is alleen dat mensen vaak illusie voor werkelijkheid houden en nog wel de enige ware juiste Werkelijkheid en dan worden ze boos op elkaar en dan slaan ze elkaar de hersens in en dan ... Daar ga ik weer! Op al deze retoriek zou je dan als antwoord schrijven, dat je een baantje gevonden hebt bij een slager en dat het snijden van vleeswaren niet erg aanleiding geeft tot diepere gedachten.

Maar zoals er ergens in mij nog de jwl van toen schuilt, zo hoop ik dat de h. van toen ook nog ergens in jou schuilt. Ik weet niet of ik de nieuwe h. aardig zou vinden, ik denk wel dat jij de ontspannen huisvader die jwl nu is prettiger zou vinden. Weet je hoe ik je noem? Ik noem je mijn beautiful demon, omdat je soms in mijn hoofd spookt en omdat ik dat niet erg vind. Vooral in de herfst natuurlijk, mijn favoriete seizoen. Dan wil ik je weer brieven schrijven en dat doe ik dan maar en ik plaats ze op mijn weblog. Jaja, zo diep ben ik al gezonken, ik heb een weblog. Ik moet mee met de tijd: geen papier meer, geen pen, maar zo'n verdomd toetsenbordje en een lullig beeldschermpje. Daar doen we het mee tegenwoordig. De illusie, weet je nog wel, de illusie en dat koester ik, desnoods virtueel.

Houdt moed! Vergeet me niet; misschien botsen onze gedachten nog wel eens, ergens in een wereld waarvan sommige mensen vermoeden dat deze wereld bestaat.

We schrijven ... of moet ik zeggen: e-mailen?

Je hypochonder en misantroop
jwl