Blijft over de vrijheid van de burger, die zelf wel weet wat goed voor hem is. Of dat laatste waar is, is nog maar de vraag. Op het toppunt van hun helderheid kennen mensen heel goed het verschil tussen ge- en verbod, goed en kwaad, en feit en fictie. Maar meestal bevinden we ons daar ver onder en dan nemen al snel andere mechanismen de dienst over. Een van de krachtigste is het mimetische, waaraan we vrijwel al onze kennis en vaardigheden te danken hebben. Mensen zijn na-aap-dieren en de mimesis trekt zich weinig aan van goed of kwaad. Wanneer iets waarvan we weten dat het niet hoort een gewoon verschijnsel wordt, sijpelt het dan ook zelf als steeds «normaler» binnen in de criteria van ons gedrag.

Ger Groot Censuur
in: De Groene Amsterdammer 129/40, 9