Waarde R.,

Het komt door het boek, R., dat ik weer aan jou moet denken. Dat boek, Walden, van Henry David Thoreau, ik zag het liggen in de boekhandel en het liet me niet meer los. Aanvankelijk was het misschien de vormgeving dat mijn aandacht trok. Of de afbeelding op de voorkant. Toen ik de schrijver en de titel las ging het mannetje in mijn hoofd druk op zoek. Thoreau, wat was daar ook al weer mee? Heb ik daar lang geleden eens iets over gelezen (in De Groene bijvoorbeeld) of heb jij het me getipt. Geheel tegen mijn gewoonte in las ik de achterkant: (...) ruim twee jaar lang leefde Thoreau in een hutje midden in de natuur aan een meertje (Walden Pond). Hij bracht zijn dagen door met lezen, wandelen, nadenken en schrijven, en hield zich in leven met het telen van bonen, die hij in het nabijgelegen dorp verkocht. Het mannetje in mijn hoofd was nu diep afgedaald in de catacomben van mijn geheugen, maar wist het toch niet te vinden.

Een ander moment dat ik weer aan jou moest denken kwam na het doorspitten van het archief van deze website. Op 13 februari 2004 liet ik je als figurant optreden. Een en ander speelde zich af in een fictief café Sisyphus. Mijn website heeft als achtergrond een afbeelding van een café, je zult het ongetwijfeld herkennen als een still uit de film Stalker van Tarkovski. Het doet me denken aan de tijd dat wij nog in het café de zin en vooral de onzin van het leven doornamen terwijl de rooksignalen het plafond zochten. Jij de anarchist en ik de religieuze fantast. Wat waren we een stel rare jongens. Terwijl jij steeds radicaler werd, probeerde ik onze zienswijzen te verzoenen, de eeuwige diplomaat die ik ben.

Toen konden we niet weten dat ik nu getrouwd zou zijn met een lieve vrouw en dat ik ondertussen twee prachtige zonen heb. Over jou heb ik vernomen dat je vertrokken bent naar V. en dat je daar een huisje in de bergen hebt gekocht met uitzicht op een meertje. Heb je je daar begraven in je boeken R? Ik weet dat je hier leest, ik signaleer je zo nu en dan via mijn tellertje. Je zult mijn weblog ongetwijfeld maar onzin vinden, je zult wel nooit reageren, ook niet op deze brief, maar je leest hier wel.

Verdomme R., die Thoreau doet me zo aan jou denken! Waar hang je uit? Laat eens iets horen! Ter herinnering aan jou laat ik voorlopig deze plek zo.

Weet je nog dat ik de poëzie van Miriam Van hee zo goed vond? In haar laatste bundel citeert ze Anne Carson: Dat zijn we. Schepsels die een heuvel opgaan. Kom weer eens halverwege de helling rooksignalen oplaten in ons café. Roken doe ik nauwelijks meer, maar een Grimbergen gaat er nog net zo vaardig in.

gegroet,
jwl