Sommige schrijvers kunnen dat: boeken schrijven die zeer citeerbaar zijn. Vroeger luisterde ik vaak naar een radioprogramma op woensdagmiddag op Radio 5 Montaigne. Dat programma werd altijd geopend met een citaat uit één van de Essays van Michel de Montaigne. Schopenhauer citeren is goed voor een glimlach en zijn 'leerling' Nietzsche voor een grimlach.

Henry Thoreau's Walden is dermate citeerbaar dat ik bijna de helft van het boek hier zou kunnen overtikken. Dat gaat wat ver. Maar onlangs werd ik weer getroffen door een one-liner die ik hier wil plaatsen: Boeken moeten even bedachtzaam en terughoudend worden gelezen als ze geschreven zijn (blz. 117). Met het bedachtzame ben ik zeer eens, ik vind dat lezers over het algemeen veel te snel lezen. Men zapt van boek naar boek alsof lezen hetzelfde is als televisie kijken. Maar het terughoudende, daar ben ik niet zeker van. Ik heb zelf de behoefte om me bij voorbaat gewonnen te geven als ik een boek ga lezen. Als ik dat niet kan, dan heb ik de neiging om de auteur niet meer te willen lezen. Grunberg – om meer iemand te noemen – heeft me met Fantoompijn zo teleurgesteld, dat ik het niet meer kan opbrengen nog een boek van hem te lezen, al wordt het me verzekerd door een goede vriend dat Grunberg ondertussen veel beter geworden is. Nee, Grunberg heeft zijn boeken met zijn literaire domheid behoorlijk verpest. Niet dat ik daar wakker van lig.

Nee, dan Miriam Van hee. De titel van haar verzamelbundel Het verband tussen de dagen zou een mooie titel voor een weblog zijn. Haar boek hoef ik maar open te slaan op een willekeurige bladzijde en ik hoef maar een paar regels te lezen en ik ben geraakt. Zoals:

ondraaglijk is deze stilte
een koffer met stenen gevuld

of, op de volgende bladzijde:

wat zal ik je zeggen
als de bomen ruisend
de avond inzeilen en
ik droef word van dit
schrijven alleen in de nacht?

Miriam Van hee Het verband tussen de dagen, 46-47