Mijn oudste zoon S. zit sinds het begin van dit seizoen op mijn eigen schaakclub. Na de verhuizing van de club naar een andere locatie is er van de jeugdafdeling weinig overgebleven. Mede daarom, maar ook omdat hij indruk maakt, hebben ze gevraagd of S. de thuiswedstrijden van de externe competitie mee zou willen doen. Voor de uitwedstrijden is S. nog wat jong, het kan laat worden en S. heeft zijn slaap nodig. Maar vorige week werd ik bijkans gesmeekt om voor één keer een uitzondering te maken. Tegen het viertal van Zeist kwamen ze iemand tekort. Ik twijfelde en mijn vrouw twijfelde, maar uiteindelijk hebben we besloten het dan maar voor één keer te proberen. Zeist is niet ver en S. zou aan het laagste bord spelen en daar zijn ze toch relatief snel klaar. Jonge spelers spelen nog snel.

Gisteravond ging ik dus met S. naar Zeist. Ik wist wel ongeveer waar het speellokaal van schaakclub Zeist was, ik had er zelf wel eens een uitwedstrijd gespeeld. We kwamen iets te laat aan, maar ze hadden op ons gewacht.

S. had pech, want Zeist had waarschijnlijk voor een tactische opstelling gekozen. Aan het vierde bord zat een oudere jongen, die veel beter speelde dan bord twee en drie. S. vergiste zich al snel en kwam meteen achter te staan in materiaal. Dat het heel erg jammer wat bleek uit het vervolg van de partij. De verbetenheid en concentratie die hij na zijn fout aan de dag legde maakte het zijn tegenstander erg moeilijk. De achterstand kon S. niet meer goed maken, maar zijn tegenstander moest wel opletten. Toen S. uiteindelijk mat gezet werd, heb ik hem toch flink geprezen om zijn spel. Hij had dan weliswaar verloren, maar wel ontzettend goed tegenstand geboden.

Als vader vond ik het bijzonder om op een afstandje toe te kijken hoe mijn kleine jongen daar zijn eerste externe competitiewedstrijd zat te spelen. Aan de ene kant nog zo klein, maar aan de andere ook al zo groot. Trots ben ik op zijn houding en zijn concentratie. Van de wijze waarop hij zijn verlies incasseerde kunnen vele schakers wat leren. Hij blijft het schaken als een spel zien en het was toch leuk om een spelletje te doen? Precies. Ik heb niets met dat gepsychologiseer dat je je tegenstander zou moeten haten tijdens de partij. Nee, je speelt samen een partij en je probeert er samen iets moois van te maken. Competitie spelen mag hij best wat serieuzer beschouwen dan zomaar een partijtje schaak, maar om er nou een oorlogje van te maken, dat vind ik nou ook weer niet nodig. Ik hoop in ieder geval spelplezier aan S. mee te geven en dat lijkt goed te lukken.