Zuur, een zure ervaring. Ik wist dat het zou gebeuren, ik had er de waarschuwingen in de media niet voor nodig. Vanochtend was het dan zo ver. Stom, stom, stom.

U mag me uitlachen wanneer ik hier schrijf, dat ik in het verkeer werkelijk een heilig boontje ben. Ik onderga uw spot gelaten als ik u vertel, dat ik netjes mijn hand uitsteek, altijd netjes voor het rode stoplicht wacht, ook al is er verder geen verkeer te bekennen. Ja, ik weet het, het is niet 'in' om netjes te zijn in het verkeer. Ik weet dat ik daarmee de risee van elke Nederlander ben, want ik zie zoveel mensen zich niet aan de regels houden. Misschien begrijpt u me beter als ik u vertel, dat ik in mijn leven getuige ben geweest van een aantal ongelukken met fietsers (waarvan één met dodelijke afloop). Ook veel bijna-ongelukken overigens. Daarbij komt, dat je je als vader nog verantwoordelijker voelt: je leeft niet meer alleen voor jezelf.

Sinds het 's ochtends weer donker is, wist ik het: mijn achterlicht doet het niet, ik moet er op tijd wat aan doen, want ze controleren in het najaar altijd een keer op mijn route naar het station. Tot nu toe ben ik eraan ontkomen, maar dit jaar ... Ik was er nog niet aan dat achterlicht toegekomen.

Vanochtend was het dan zover. Politie. Geen werkend achterlicht. Een bon.

Weet u, ik schik me gelaten in die bon, die agenten doen hun werk. Maar er hangt dan zo'n sfeertje, zo'n lachering sfeertje van 'komkom, wij vinden dit ook niet leuk hoor, om zo in de kou bonnen te moeten uitschrijven'. Bah! En dan controleren ze een bromfietser terwijl mijn bon wordt uitgeschreven: 'in orde meneer, ja, we controleren alleen het licht vandaag' om maar aan te geven, dat de agent wel gezien had, dat de bestuurder geen helm droeg! Dienstklopper!

Toen de agente eindelijk klaar was met het uitschrijven van de bon, boog ze zich nog samenzweerderig naar me toe: 'ik moet u nu verzoeken om verder te lopen, maar als u uit het zicht bent, fietst u dan maar verder hoor, want u moet natuurlijk naar uw werk, maar zorg dan dat ik het niet zie hè! Prettige dag nog verder meneer.'

Dat had ze niet moeten zeggen. Ik hield mijn mond, maar ik was woedend. Als je dan toch zo'n willekeurige actie uitvoert, doe het dan met volle overgave, laat me dan de illusie dat het allemaal zo vreselijk belangrijk voor ze is. Zeg dan niet impliciet: als ik het niet zie is het wel goed hoor. Gedoogbeleid: het mag niet, maar het mag, zolang we het maar niet zien en als we het zien mag het ook, tenzij we beslóten hebben dat het niet mag als we het zien.

De rest van de reis gierde de adrenaline door mijn lijf. Over die vijftien euro kom ik wel heen, zonde, maar goed. Maar de onrechtvaardigheid en stupiditeit van dit soort gedoe, daar kan ik niet aan wennen. Er zijn ergere dingen op de wereld, maar even, eventjes maar, voel ik weer die anarchist in me opkomen die het liefst deze zogenaamde menselijke wereld in vlammen op ziet gaan. Hoe eerder, hoe beter. Beschaving? Laat me niet lachen!

Gaat wel weer over hoor. Eerst een bakje hele sterke koffie.