Zo nu en dan koop ik een exemplaar van het tijdschrift Hollands Maandblad, tijdschrift voor literatuur en tijdskritiek (wat dat laatste dan ook moge zijn). Ik vind het één van de mooiste tijdschriften die het Nederlandse taalgebied rijk is. De lay-out benadert mijn ideaal: rust, ruimte, leesbaar. Geen storende en schreeuwende afbeeldingen, geen reclame. Geen glimmend papier met allerlei kleurvakken, geen effectbejag. Het doorbladeren van het Hollands Maandblad is al een esthetisch genoegen.

Ik ben ook elke keer blij verrast door de redactionelen van Bastiaan Bommeljé. Ik heb hem al eens geciteerd. Het zijn teksten die ik soms zelf geschreven zou willen hebben. In het novembernummer las ik weer zo'n herkenbaar stuk:

Ik beweer niet dat ik voor mijn plezier lees – zulks geeft een te rooskleurig beeld van mijn bezigheden – en beschaafde mensen zouden zelfs kunnen menen dat ik mijn leven vergooi door een obsessie met het geschreven woord. Misschien dien ik derhalve te zeggen: ik lijd aan lezen.

Waarschijnlijk heb ik om die reden een zwak voor schrijvers, dichters en journalisten die het ziektebeeld draaglijk weten te maken met behulp van goed geschreven zinnen die ergens over gaan. Bovenal heb ik een zwak voor schrijvers, dichters en journalisten die de lijdende lezer helpen door hun woorden niet in achterloze overdaad over de wereld uit te storten. En [sic! – jwl] den beginne was het Woord, schreef iemand die het woord niet op waarde wist te schatten ooit, maar als lijdend lezer weet ik dat dit niet juist is. In den beginne was de stilte, de oorverdovende betekenisvolle stilte, en mijn grootste zwak heb ik dan ook voor schrijvers die deze stilte op waarde weten te schatten.

Bastiaan Bommeljé Deze maand
in: Hollands Maandblad 2005/11, 2

Dit tijdschrijft is werkelijk een oase in een woestijn van om aandacht trekkende tijdschriften. Misschien moet ik een abonnement overwegen.