Veel clubschakers hebben er last van: ze besteden veel tijd aan schaakstudie om beter te worden in het spelletje. Er worden boeken aangeschaft, veel tijd besteed aan studie van de opening, het middenspel en het eindspel om na enige tijd er achter te komen dat de vooruitgang minimaal is. Wie boven de dertig is, een gezin heeft en wellicht ook nog andere hobby's (zoals ikzelf dus), die rest op een gegeven moment niets anders dan maar gelaten te accepteren dat het schaakniveau nooit substantieel beter zal worden.

In zijn nieuwe boek besteed Jonathan Rowson onder andere aandacht aan dit probleem: waarom is het zo moeilijk voor veel amateurs om beter te worden in het schaakspel. Aan de hand van het overbekende liedje There's a hole in my bucket probeert hij een kant van het probleem uit te leggen. Veel amateurs denken verder te komen door zichzelf vol te gieten met kennis, kennis en nog eens kennis, ervaren tijdelijk dat er wat vooruitgang in hun spel zit om na enige tijd te moeten constateren dat ze eigenlijk geen stap verder komen, omdat er een gat in de emmer zit. De cirkelredenering in het liedje moet aldus Rowson doorbroken worden en hij komt met het prachtige, volgende alternatief:

There's a hole in my bucket, dear Liza, dear Liza
There's a hole in my bucket, dear Liza, a hole!

Your mind is not a bucket, dear Henry, dear Henry
Your mind is not a bucket, dear Henry, a bucket.

But there's a hole in my bucket, dear Liza, dear Liza
There's a hole in my bucket, dear Liza, a hole.

Get over your bucket! Dear Henry, dear Henry
Get over your bucket! Dear Henry, get over it!

But how will I fetch knowledge, dear Liza, dear Liza
How will I fetch knowledge, dear Liza, to improve?

Your knowledge is not fetched, dear Henry, dear Henry
Your knowledge is not fetched, dear Henry, it is constructed.

Jonathan Rowson Chess for zebras, 16

Deze manier van denken is voor mij niet helemaal nieuw. Inzicht bereikt men niet door het louter vermeerderen van kennis. Het fragment van Rowson deed me dan ook onmiddellijk denken aan het zenverhaal van Nan-in, de professor en het theekopje. Dat vind ik ook het boeiende aan de boeken van Jonathan Rowson, dat hij een typische westerse wijze van denken confronteert met een eerder oosterse wijze van denken. Getuige ook het volgende fragment:

When you know what you know, bishops are bishops, knights are knights, and pawns are pawns.
When you start to unlearn, bishops are no longer bishops, knights are no longer knights, and pawns are no longer pawns.
When you feel the benefit of unlearning, bishops are again bishops, knights are again knights, and pawns are again pawns.

idem., 18

Ik heb een zwak voor schrijvers die op deze manier een andere visie durven presenteren. Het gaat mij hier nog niet eens zozeer om het schaken, want wat Rowson hier schrijft over schaken kan gemakkelijk vertaald worden naar andere bezigheden. Ik vermoed dat vele typische westerse problemen mede opgelost zouden kunnen worden door te leren van een meer oosterse (aziatische) manier van problemen oplossen. Het vergaren van steeds meer wetenschappelijke kennis boeit me, maar het lijkt de problemen in de wereld niet adequaat op te lossen. Er schijnt een gat in onze emmer te zitten en in onze westerse pogingen om dat gat te dichten draaien we maar rond in cirkels. Dit is één van de redenen waarom ik belangstelling voor boeddhisme en taoïsme zou willen aanmoedigen. We must get over our bucket!