In 519 schreef ik dat ik het boek Chess Bitch van Jennifer Shahade een volstrekt uniek boek vond. Dat vind ik nog steeds al valt toch wel wat op het boek af te dingen. Sinds ik het boek uit heb, loop ik me af te vragen wat het nu precies is, dat me niet bevalt. Want ik vind het een geweldig boek, maar niet omdat het zo goed geschreven is.

Soms wekte het boek bij mij het idee dat je met iemand aan de bar een goed gesprek aan het voeren bent. Tijdens het gesprek passeren er allerlei onderwerpen de revue en er is één rode draad in het gesprek: het gaat over vrouwen in de schaakwereld. Hoe kan het, dat juist in een sport waar fysieke verschillen niet zouden hoeven uitmaken, toch een achterstand in niveau is tussen mannen en vrouwen. Vele redenen komen aan bod: historische, sociale, biologische, politieke, culturele enz. enz. Maar dat zijn omstandigheden en verklaren niet waarom vrouwen bij gelijke omstandigheden minder goed zouden kunnen schaken.

Ondertussen komt de geschiedenis van het vrouwenschaak aan bod: vanaf de flegmatische Vera Menchik, de eerste wereldkampioen van het vrouwenschaak, en de wereldse, flamboyante Sonja Graf tot en met Shahade zelf die in 2004 Amerikaans kampioene werd. Tussendoor bezoekt Shahade de gehele wereld. Ze beschrijft de vele Georgische schaakvrouwen en de rappe opkomst van het vrouwenschaak in China. Ze vertelt over schaaksters in Zuid-Amerika, Afrika en maakt contact met arabische vrouwen op een schaakolympiade.

Het lezen van een boek is echter niet een goed gesprek aan een bar, hoe aangenaam het gezelschap van Shahade ook is. Veel wordt aangestipt maar niet uitgewerkt. Juist in een boek bestaat de ruimte tot verdieping terwijl een gesprek in een café een spontaan en wellicht daardoor vluchtig karakter heeft. Elke keer wanneer ik het gevoel krijg dat het interessant wordt, neemt het gesprek een wending. Bijvoorbeeld: 'On another occasion, Irina [Krush] described her love for shopping as a "passion for finding that perfect item to complete my wardrobe." Irina sarcastically describes herself a "degenerating into a materialistic parasite." Chess is the counterpoint to all this, and what keeps her life spiritually fulfilling. "It's a panacea with which I combat the emptiness."' (blz. 252-253) Een mooie uitspraak, maar Shahade gaat er niet op in, terwijl ik dan wel zou willen weten hoe schaken dan spiritually fulfilling zou kunnen zijn en wat dan precies die emptiness is waar Irina Krush het over heeft. Aan de toog had ik ernaar kunnen vragen.

Daarbij heeft Shahade het geregeld over het feminisme zonder dat duidelijk wordt wat zij en de vrouwen die zij interviewt daar nu onder verstaan. Zonder enige duiding blijft zo'n begrip een vaag en leeg woord. Waar gaat het over als we het over het feminisme in het schaken hebben? Bovendien, een antwoord op de vraag waarom vrouwen vooralsnog achterblijven in schaakniveau krijgen we niet.

Dat ik het boek toch geboeid uitgelezen heb, komt door al datgene wat wel aangestipt wordt. Het geeft een idee hoe dat schaakwereldje eruit ziet. Hoe de huidige wereldkampioene Antoaneta Stefanova de hele wereld over reist, van jetlag naar jetlag, en naast haar schaakleven een leven van hedonisme leidt: roken, drinken, pokeren. Hoe schaakvrouwen neerkijken op het vrouwenschaakcircuit en het slechts gebruiken om door te stomen naar de mannenwereld. Hoe schaakvrouwen vallen voor sterkere schaakmannen en met hen willen trouwen om vervolgens de eigen schaakontwikkeling te zien vervlakken. Hoe in sommige landen succesvolle schaakvrouwen supersterren zijn. Een grabbelton aan onderwerpen dus.

Ik hoop dat Jennifer Shahade het niet laat bij dit boek. Ondertussen heb ik met plezier geconstateerd dat zij is gaan schrijven voor New in Chess, het schaakblad waarop ik geabonneerd ben. Het onderwerp van haar eerste artikel: waarom zijn schakers zo goed in pokeren.