Schijnbaar had ik de krant niet goed gelezen, want daar lagen ze ineens in de winkel: de eerste delen van de nieuwe Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Deel 1 Stemmen op schrift is geschreven door Frits van Oostrom en beslaat de Middeleeuwen tot 1300. Deel 7 Altijd weer vogels die nesten beginnen is geschreven door Hugo Brems en gaat over de periode 1945-2005.

Ik vond het moeilijk om de delen niet meteen mee te nemen. Gezien de prijs van de boeken leek het me verstandig om eerst de reacties in de pers af te wachten. Trouw en NRC Handelsblad zijn beide zeer enthousiast (het NRC besprak alleen het eerste deel) en dat maakt mijn keuze nog moeilijker.

Ooit vulde ik mijn leesagenda met projecten, projecten die op de achtergrond nog steeds meespelen bij de keuze van boeken die ik lees. De Nederlandse literatuurgeschiedenis was zo'n project. In de loop van de tijd zijn er echter belangrijkere zaken in mijn leven gekomen (gezin en werk) die maakten dat ik prioriteiten moest stellen. Project Nederlandse literatuurgeschiedenis werd in de diepvries geplaatst.

Er is echter iets eigenaardigs met projecten in diepvriezers: ze bederven niet, ze blijven goed geconserveerd. Dit project wil tot leven gewekt worden en zo wordt er weer strijd geleverd tussen gevoel en verstand. Het verstand zegt: geen tijd, geen tijd, dat kan er niet meer bij; het gevoel zegt echter: ja maar, ja maar, het is zo mooi, geschiedenis en literatuur. Zucht.